Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 91 Bijzondere bepalingen inzake verknochtheid
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-05-2025.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
Indien bij een rechtbank voor het Uniemodel een in artikel 81 bedoelde vordering — anders dan een vordering tot vaststelling van niet-inbreuk — is ingesteld en de geldigheid van het Uniemodel al voor een andere rechtbank voor het Uniemodel bij een reconventionele vordering wordt betwist of, indien het een ingeschreven Uniemodel betreft, bij het Bureau al een vordering tot nietigverklaring is ingesteld, schorst die rechtbank ambtshalve, de partijen gehoord, of op verzoek van een partij en nadat de andere partijen zijn gehoord, de procedure, tenzij er bijzondere redenen zijn om de behandeling voort te zetten.
2.
Indien bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel is ingesteld en de geldigheid van het ingeschreven Uniemodel al bij een reconventionele vordering voor een rechtbank voor het Uniemodel wordt aangevochten, schorst het Bureau ambtshalve, de partijen gehoord, of op verzoek van een partij en nadat de andere partijen zijn gehoord, de procedure, tenzij er bijzondere redenen zijn om de behandeling voort te zetten. Indien evenwel een van de partijen in de procedure voor de rechtbank voor het Uniemodel daarom verzoekt, kan deze rechtbank, nadat de andere partijen zijn gehoord, de procedure schorsen. In dat geval zet het Bureau de procedure voort.
3.
Indien de rechtbank voor het Uniemodel de procedure schorst, kan zij voorlopige, inclusief beschermende, maatregelen bevelen voor de duur van de schorsing.