Einde inhoudsopgave
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
Artikel 7.1 Gezinsleden
Geldend
Geldend van 04-04-2025 tot 01-06-2026
- Bronpublicatie:
31-03-2025, Stb. 2025, 87 (uitgifte: 03-04-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
04-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-03-2025, Stb. 2025, 87 (uitgifte: 03-04-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Bijzondere onderwerpen
Arbeidsrecht / Arbeidsmarktbeleid en -bemiddeling
Vreemdelingenrecht / Verblijf
Sociale zekerheid algemeen / Bijzondere onderwerpen
Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan:
- a.
een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van:
- 1°
een kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
- 2°
een houder van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.2;
- 3°
een houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene met de vermelding ‘voormalig houder van een Europese blauwe kaart’;
- 4°
een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking ‘overplaatsing binnen een onderneming’ op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
- 5°
een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
- 6°
een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.7;
- b.
een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, en is toegelaten voor verblijf bij:
- 1°
een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000; of
- 2°
een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is afgegeven;
- c.
een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die is toegelaten onder een beperking verband houdend met onderzoek als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
- d.
de afhankelijke gezinsleden van de in artikel 7.5 genoemde vreemdelingen.