Einde inhoudsopgave
OER vernieuwde BA
Artikel 33 Toelating tot toetsen
Geldend
Geldend vanaf 01-08-2021
- Bronpublicatie:
08-07-2021, Stcrt. 2021, 36399 (uitgifte: 23-07-2021, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-08-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-07-2021, Stcrt. 2021, 36399 (uitgifte: 23-07-2021, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Advocaat
1.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.19 van de Verordening meldt de onderwijsaanbieder een stagiaire aan bij de uitvoeringsorganisatie voor deelname aan een toets. De onderwijsaanbieder overlegt daarbij, aan de hand van een door de examencommissie verstrekt format, gegevens omtrent de aangemelde stagiaire ter zake van:
- a.
het onderwijs door de stagiaire gevolgd met inachtneming van het volgen van het aantal dagdelen voorbereiding op de integratieve dagen, bedoeld in artikel 23, eerste lid;
- b.
de door de stagiaire gemaakte, op de integratieve dag voorbereidende opdracht alsmede de beoordeling daarvan bedoeld in artikel 23, derde, vierde en vijfde lid; en
- c.
een advies omtrent deelname aan de toets.
2.
Op basis van de in het eerste lid overgelegde gegevens beslist de examencommissie over de deelname van een stagiaire aan de toetsen waarvoor de stagiaire is aangemeld.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid meldt de uitvoeringsorganisatie de stagiaire aan voor de toets ethiek. Voor de toets ethiek geldt dat wanneer de absentie in dagdelen hoger is dan op grond van bijlage 1 is toegestaan, de examencommissie de stagiaire schriftelijk bericht dat hij niet wordt toegelaten tot de toets. Nadat de stagiaire het onderwijs heeft ingehaald, kan hij worden toegelaten tot de herkansingstoets.
4.
Indien de examencommissie beslist dat de aangemelde stagiaire niet wordt toegelaten tot een toets, geldt dit ingevolge artikel 3.19, derde lid, van de Verordening als een niet behaalde toets en verliest de stagiaire een toetskans.