Einde inhoudsopgave
Regeling personeel brandweer BES
Bijlage III Periodiek preventief medisch onderzoek (Ppmo) brandweer BES
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2016
- Bronpublicatie:
21-06-2016, Stcrt. 2016, 33515 (uitgifte: 01-07-2016, regelingnummer: 772234)
- Inwerkingtreding
01-07-2016
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-06-2016, Stcrt. 2016, 33515 (uitgifte: 01-07-2016, regelingnummer: 772234)
- Vakgebied(en)
Openbare orde en veiligheid / Rampenbestrijding
behorend bij artikel 2, tweede lid, van de Regeling personeel brandweer bes
Inleiding
Het testprotocol (zie deel I), de schriftelijke vragen (zie deel II), de sleutel waarmee betekenis aan de uitkomsten van de vragen en testen is te geven (zie deel III), de interventie handleiding voor bedrijfsartsen (zie deel IV) en de wijze waarop de uitkomsten worden beoordeeld (zie deel V) zijn de vier documenten die onderdeel maken van dit rapport.
Het Periodiek preventief medisch onderzoek (Ppmo)
Een substantieel deel van het personeel van het brandweerkorps BESB voert taken en activiteiten uit die gekenmerkt kunnen worden door het leveren van piekbelastingen op zowel mentaal/emotioneel gebied als op fysiek gebied. Factoren waar in de brandweersector rekening mee dient te worden gehouden, zijn risico’s voor collega’s en derden (de publieke gezondheid) door (gezondheids) problemen van medewerkers of een grotere kans op het maken van fouten in het werk op basis van (tijdelijk) verminderde belastbaarheid.
Met name het repressieve deel van het brandweerkorps BES heeft te maken met bijzondere functie-eisen. De bijzondere functie-eisen blijven ook na aanstelling aanwezig. Hierom is het van belang hier periodiek op te keuren en begeleiding aan te bieden waar nodig. Op basis van de bijzondere functie-eisen (zie tabel 1 per functie) staat per functie/subtaak aangegeven op welke belastbaarheideisen in de Ppmo kan worden getest.
Bijzondere functie-eis | BW/BB | Hfd. BW | OvD | THV | OGS |
|---|---|---|---|---|---|
Klauteren en klimmen | X | X | X | X | X |
Hurken, knielen en/of kruipen | X | X | X | X | |
Tillen | X | X | X | X | |
Energetische piekbelasting | X | X | X | X | |
Rug: houdingen en krachtleverantie | X | X | X | X | |
Werken met de armen boven schouderhoogte | X | X | X | X | |
Goed gezichtsvermogen | X | X | X | X | X |
Goed gehoorvermogen | X | X | X | X | X |
Verhoogde waakzaamheid en oordeelsvorming | X | X | X | X | X |
Emotionele piekbelasting | X | X | X | X | X |
Belastbaarheid huid: risico blootstelling huid aan vaste en vloeibare stoffen | X | X | X | X | X |
Belastbaarheid longen: risico blootstelling luchtwegen/longen aan stof, rook, gas of dampen | X | X | X | X | X |
Risico voor/door infectieziekte: • Risico op oplopen van infectieziekten • Risico op verspreiding van infectieziekten | X X | X X | X X |
In alle documenten behorende bij deze bijlage wordt de volgende lettercodering van vragen en testen gebruikt.
Letter | Gezondheids-/belastbaarheidrisico |
|---|---|
A | Algemene gezondheid in relatie tot het werk |
B | Bewegingsapparaat (belastbaarheids)risico |
D | Dermatologisch (huid) (belastbaarheids)risico |
E | Emotionele piekbelasting/belastbaarheid |
G | Gehoor (auditief belastbaarheids)risico |
H | Hart- en vaat (belastbaarheids)risico |
I | Infectieziektenrisicovorming |
L | Luchtweg (belastbaarheids)risico |
P | Psychisch (belastbaarheids)risico |
V | Visueel (belastbaarheids)risico |
In tabel 2 staat per bijzondere functie-eis aangegeven welke testen mogen worden ingezet. In het overzicht staat vermeld per bijzondere functie-eis op welke doorgemaakte- en aanwezige ziekten/gezondheidsklachten met mogelijke (tijdelijke) serieuze gevolgen voor de belastbaarheid van de keuring mag worden gevraagd of op worden getest in de Ppmo.
Bijzondere functie-eis: | Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag worden in keuring: |
|---|---|
1. Waakzaamheid en oordeelsvermogen | P-testen: Signaalvragen naar: – aanpassingsprobleem door onregelmatige diensten, – aanwezigheid van hoogtevrees – aanwezigheid van claustrofobie – ooit doorgemaakte warmtestuwing sinds vorige keuring – gebruik medicatie tegen epilepsie nu of geslikt sinds vorige keuring – huidig medicijngebruik (mee laten nemen) Inzet gevalideerd instrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – hoge mate van slaperigheid (checklist) – veel depressieve klachten (checklist) – veel angstklachten (checklist) – hoge werk gerelateerde vermoeidheid (checklist) |
2. Emotionele piekbelasting | E-testen: Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: – recent doorgemaakt trauma Inzet gevalideerd instrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – vermoede posttraumatische stressstoornis (checklist) |
3. Energetische piekbelasting | B- en H-testen: Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: – fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q) – belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of huidige hartziekte; roken) Inzet gevalideerde instrumenten ter detectie van de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter afkeuring): – te hoge BMI of buikvet – hoge bloeddruk – diabetes mellitus – afwijkingen ECG Inzet gevalideerde fysieke functionele test die een indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen (brandweertraplooptest) |
4. Goed gezichtsvermogen | V-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige problemen met gezichtsvermogen Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – onvoldoende scherp zicht (lees en afstand) – onvoldoende kleurenzicht – onvoldoende gezichtsveld |
5. Goed gehoorvermogen | G-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige problemen met gehoorvermogen Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – onvoldoende vermogen om spraak-in-ruis te horen |
6. Risico op expositie aan stof, rook, gas of dampen | D- en L-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – overgevoeligheid huid / huidige huidaandoening – overgevoeligheid longen / huidige klachten luchtweg/longen Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – mogelijke huidaandoening op armen/handen (eczeem/atopie) – mogelijke longaandoening (astma/atopie) |
7. Risico op (verspreiding van) infectieziekten | H- en I-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige aanwezigheid infectieziekten die een gevaar voor anderen kunnen opleveren |
8. Tillen/dragen | B-testen: Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: – problemen met tillen – huidige nek-, rug- en schouderklachten – problemen met krachtleverantie met geheven armen Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test (tijdens brandbestrijdingstest en brandweertraplooptest) |
9. Knielen/hurken | B-testen: Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige duizeligheidsklachten Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test (tijdens brandbestrijdingstest) |
10. Klimmen/klauteren/ traplopen | B-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige duizeligheidsklachten Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter test (tijdens brandbestrijdingstest en brandweertraplooptest) |
11. Houdingen en krachtleverantie met rug | B-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige rugklachten |
Bijzondere functie-eis: | Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag worden in keuring: |
1-11 met als doel signalering voor begeleiding | A-testen: Signaalvraag (mondeling): Is sinds de vorige keuring een nieuwe ziekte of gezondheidsklachten opgelopen die van invloed (kunnen) zijn op de uitvoering van uw werk? Signaalvraag (schriftelijk) naar: 1) Aanwezigheid chronische ziekten (stofwisseling, psychisch, bewegingsapparaat, hart- en vaataandoeningen, urinewegen/geslachtsorganen, spijsverteringsorganen, tumoren, luchtwegen, huidaandoeningen) 2) Ingeschat eigen werkvermogen nu B-test: 3) Ingeschat eigen huidige inzetbaarheid gegeven de fysieke en psychologische taakeisen E-test: 4) doorgemaakte expositie aan agressie in afgelopen periode G-test: 5) doorgemaakte expositie aan hard geluid in afgelopen periode met acute oorsuizingen of tijdelijke gehoor vermindering als gevolg H- en L-test: 6) doorgemaakte expositie aan stof, rook, gas of dampen in afgelopen periode Eventuele inzet testen ter monitoringindien aanleiding bestaat om achteruitgang in longfunctie of gehoor aan te kunnen tonen: – longfunctiebepaling met behulp van spirometrie – toonaudiogram afname |
Wat staat beschreven in de deelrapportages:
In deel I behorende bij dit rapport staat het testprotocol van de Ppmo beschreven.
In deel II behorende bij dit rapport staan de schriftelijke vragen van de Ppmo beschreven.
In deel III behorende bij dit rapport staat de sleutel van de berekening van de vragen en testen van het Ppmo beschreven.
Deel IV behorende bij dit rapport is de interventie handleiding voor de bedrijfsartsen.
In deel V behorende bij dit rapport staat de uiteindelijke beoordeling van de Ppmo beschreven.
Onderbouwing:
In dit document is de totale literatuurlijst te vinden die bij de ontwikkeling van het Ppmo voor het personeel van het brandweerkorps BES zijn gebruikt.
Lijst met standaard testbenodigdheden Ppmo Brandweer BES
Bedrijfsarts/doktersassistente
Schriftelijke vragen behorend bij Ppmo
Invulformulieren voor testuitslagen
Pen
Bloeddrukmeter Landolt kaart 5 m Groeneveld perspex schouder visusmeter 40 en 60 cm (inclusief kaarten 40 en 60 cm)
Voldoende verlichting voor afnemen visustesten Ishihara kleurenzientestboekje Middelomtrek centimeter Lengtemeter (in cm) Weegschaal (in kg)
Rekenmachine
Optioneel maar wel aanwezig:
Stethoscoop
Toonaudiogram afname apparatuur
ECG apparatuur
Spirometrie apparatuur
Testafnemers functionele testen (sportinstructeur/brandweerinstructeur)
Akkoord start functionele testen na afname PAR-Q vragen
Invulformulieren voor testuitslagen
Pen
Brandweertraplooptest:
- –
Voldoende hoog trappenhuis (20 m -al of niet samengestelde- stijging; ongeveer 105 treden) of stairmaster
- –
Hartslagopname-apparatuur (beat-to-beat) die direct uit leesbaar is
- –
Brandweermateriaal (2x 10 kg) om in de hand mee te kunnen dragen
- –
Stopwatch
- –
AED aanwezig in nabijheid
- –
Ademlucht apparatuur
- –
Werknemer in volledig uitruktenue
Brandbestrijdingstest:
- –
Hartslagopname-apparatuur (beat-to-beat) die direct uit leesbaar is
- –
Stopwatch
- –
Ademlucht apparatuur
- –
Werknemer in volledig uitruktenue
I. testprotocol (voor organisator/P&O medewerker, bedrijfsarts en doktersassistente, en testafnemers functionele testen)
Inhoud testprotocol Ppmo
Het uit te voeren testprotocol voor de Ppmo voor het personeel van het brandweerkorps BES staat op de volgende bladzijden beschreven. Voorafgaand aan het protocol wordt achtergrondinformatie over de Ppmo en een overzicht van de bijzondere functie-eisen met de bijbehorende testen van de Ppmo weergegeven.
Het protocol bestaat uit drie delen:
- I.Vragenlijst
Deel I wordt door de P&O functionaris/doktersassistente/organisator afgenomen en deze persoon begeleidt het invullen van de vragenlijst maar heeft geen inzage in de resultaten als het niet de doktersassistente betreft. Middels een vragenlijst worden signaalvragen gesteld die een indicatie van de belastbaarheid en het verwerkingsvermogen aangeven. Hiernaast worden een aantal vragenlijstinstrumenten gebruikt die de mate van diverse relevante gezondheidsklachten in kaart kunnen brengen. Onderdeel H1 van de vragenlijst bestaat uit de PAR-Q vragenlijst: zorg dat de bedrijfsarts de uitkomst op deze schaal altijd checkt voordat de functionele testen plaatsvinden!!
- II.Biometrische testen
Deel II is geschreven voor de bedrijfsarts en/of doktersassistente die de biometrische testen afneemt bij de medewerker. De manier van afnemen van de testen wordt vanaf pagina 11 per test beschreven. De biometrische testen die worden gemeten zijn de bloeddruk, lengte, gewicht, middelomtrek, visus en gehoor.
- III.Functionele fysieke testen
Deel III is geschreven voor de testafnemer(s) van de functionele testen (sportinstructeur en/of brandweerinstructeur). De testen worden beschreven en instructies aan de werknemer weergegeven. Er worden twee functionele fysieke testen afgenomen die per test worden beschreven, en afgenomen worden nadat de PAR-Q vragenlijst is gecontroleerd door de bedrijfsarts.
- 1)
PAR-Q vragenlijst
- 2)
Brandbestrijdingstest
- 3)
Brandweertraplooptest
De vragenlijst, het scoreformulier voor de biometrische testen, het scoreformulier voor de functionele testen, de verzamelstaat van uitslagen van de testen en het beoordelingsformulier zijn als bijlagen toegevoegd.
Achtergrondinformatie
En substantieel deel van het personeel van het brandweerkorps BES voert taken en activiteiten uit die gekenmerkt kunnen worden door het leveren van piekbelastingen op zowel mentaal/emotioneel gebied als op fysiek gebied. Factoren waar rekening mee dient te worden gehouden, zijn risico’s voor collega’s en derden (de publieke gezondheid) door (gezondheids)problemen van medewerkers of een grotere kans op het maken van fouten in het werk op basis van (tijdelijk) verminderde belastbaarheid.
Met name het repressieve deel van het brandweerkorps BES heeft te maken met bijzondere functie-eisen. Op basis van deze bijzondere functie-eisen (zie tabel 1 per functie) staat per functie/subtaak aangegeven op welke belastbaarheideisen in de Ppmo kan worden getest. In tabel 2 staat per bijzondere functie-eis aangegeven welke testen mogen worden ingezet. De lettercodering van de soort vragen en testen komen in alle documenten terug.
De interventies die kunnen worden ingezet of geadviseerd naar aanleiding van de testuitkomsten staan beschreven in een aparte interventiehandleiding voor de bedrijfsarts.
De criteria voor de uiteindelijke beoordeling van de keuring staan in een apart document beschreven.
Deel I. testprotocol afname Ppmo vragenlijst(uitgevoerd door organisator/P&O medewerker of doktersassistente)
De vragenlijst is als addendum aan deze bijlage toegevoegd.
Voor de organisator/P&O medewerker/doktersassistente:
- •
Laat de persoon in een rustige ruimte zitten.
- •
Check of de naam/code van de keurling is ingevuld op de voorkant van de vragenlijst.
- •
Check of de datum is ingevuld op de voorkant van de vragenlijst.
- •
Vraag hem/haar de lijst rustig door te nemen, niet te lang na te denken per vraag, en op alle vragen een antwoord te geven.
- •
De ingevulde vragenlijst wordt gebruikt om de verzamelstaat van het Ppmo in te vullen.
- •
Attendeer de bedrijfsarts op controle van de PAR-Q vragenlijst (vragen H1-1 t/m H1-7), voorafgaand aan de functionele testen!
Deel II. testprotocol biometrische testen (uitgevoerd door bedrijfsarts/doktersassistente)
Het scoreformulier is als addendum aan deze bijlage toegevoegd.
Voor de bedrijfsarts/ doktersassistente:
- –
Leg aan de proefpersoon uit wat er gaat gebeuren.
H1. Controleer antwoorden (PAR-Q vragenlijst) H1 vragen.
Controleer de antwoorden van de medewerker op de PAR-Q vragenlijst (voor inschatting veiligheid uitvoeren fysieke testen). Indien één of meerdere vragen met ‘ja’ zijn beantwoord: bedrijfsarts dient dan eerst the[lees: te] checken welke antwoorden positief zijn ingevuld en bepaalt of de fysieke testen kunnen worden afgenomen zonder of in zijn/haar aanwezigheid.
H10. Bloeddruk
Nadat de proefpersoon enkele minuten rustig heeft gezeten wordt de bloeddruk opgenomen, zowel bij de linkerarm als bij de rechterarm.
Bloeddruk wordt in zit afgenomen met een geijkte manometer, na enkele minuten rust, en de manchet ter hoogte van het sternum. Er wordt aan beide armen gemeten en telkens tweemaal aan dezelfde arm met een tussenpoos van minimaal 15 seconden. De twee metingen van beide armen worden genoteerd. Tijdens de procedure wordt niet gesproken. De bloeddruk wordt met een nauwkeurigheid van 2 mmHg afgelezen. Systole (=bovendruk) op het moment dat de tonen voor het eerst hoorbaar worden, de Diastole (=onderdruk) op het moment dat de tonen geheel verdwijnen. (Standaard wordt het gemiddelde van de twee linker waarden gebruikt. Echter, bij een verschil van 10 mmHg of meer tussen de armen wordt genoteerd waar de hoogste waarden zijn gemeten en die armwaarden dienen dan als uitslag)
- –
De uitslag komt op het scoreformulier voor Biometrische testen achter H10.
H11. Lichaamsgewicht
Laat de werknemer, rechtop, zonder schoenen, met alleen ondergoed aan, op de weegschaal gaan staan en lees het gewicht af.
- –
Noteer de uitslag in hele kilogrammen op het scoreformulier.
H12. Lichaamslengte
Laat de werknemer, rechtop, zonder schoenen, met de hakken tegen de muur en voeten plat op de grond, tegen de meetlat opstaan en lees lengte af.
–Noteer de uitslag in hele centimeters op het scoreformulier.
H13. Buikomvang
Laat de werknemer rechtop staan en meet met meetlint ter hoogte van de navel, vlak onder de ribbenboog, de buikomvang in hele cm af (direct na een normale uitademing).
- –
Noteer de uitslag in hele centimeters op het scoreformulier.
H14. Body Mass Index (bereken dit uit H11 en H12)
Vermenigvuldig de lengte (in m) eerst met zichzelf (dus lengte x lengte, bv 1.87 x 1.87= 3.50). Vul het gewicht (in kg) op rekenmachine in en deel dit door de met zichzelf vermenigvuldigde lengte (bv 80 kg gewicht betekent (80:3.50)=22.9).
- –
Noteer de uitslag met 1 cijfer achter de komma op het scoreformulier.
V4. Oogtest: Landolt C-ringen kaart en Groeneveld perspex schouder visusmeter
Leg uit wat er gaat gebeuren.
- –
Voer de test volgens protocol uit op 5 m, 60 cm en 40 cm. Op alle drie afstanden meet men de gezichtsscherpte voor beide ogen apart en samen.
Voor de 5 m afstand wordt aanbevolen plaatselijke verlichting te gebruiken (500 lux). Zorg voor goed contrast (kaart schoonhouden). Houd de algemene ruimteverlichting aan de lage kant, niet meer dan 200 lux horizontaal op bureauhoogte. Er kan het beste begonnen worden met het slechtste oog (aan betrokkene vragen of uitproberen), daarna het beste oog, tenslotte beide ogen. Bij éénogig meten dient men de te onderzoeken persoon de handpalm voor het andere oog te laten houden, niet tegen het oog.
Begin elke meting bij een regel die nog gemakkelijk gelezen kan worden, ga door tot een fout gemaakt wordt, noteer de laatste correct benoemde grootte als score. Alleen bij vermoedelijke vergissing of slordigheid 1 herkansing. Weigering (‘dat zie ik niet meer’) niet accepteren (‘gokken hoort erbij, alleen als u fouten maakt weet ik zeker dat u het niet meer ziet’) (NVAB, 2000). Gebruik deze methode voor 5 m, 60 cm en 40 cm. (60 cm en 40 cm worden zittend afgenomen met Groeneveld perspex schouder visusmeter).
- –
Noteer de uitslag op het scoreformulier bij V4.
V5. Oogtest: Ishihara kleurentest
- –
Voer de test volgens protocol uit:
De test ontdekt afwijkingen in het zien van de kleuren rood (protanopie, protanomalie) en groen (deuteranopie, deuteranomalie). De test kan in de hand worden gehouden of op tafel worden geplaatst op ‘armlengte’, ongeveer 66 cm van het oog. Idealiter wordt de test bij natuurlijk daglicht afgenomen (er mag echter geen direct zonlicht op de test vallen en de hemel moet tenminste redelijk bewolkt zijn) of een passend alternatief moet op 45 graden van het plaat oppervlak worden gebruikt, dat wil zeggen niet direct er boven.
Instrueer de werknemer om de nummers te vertellen die zichtbaar zijn zodra de pagina wordt omgedraaid. Soms is er geen nummer te zien: als de werknemer geen nummer ziet wordt er doorgegaan naar de volgende pagina. De testafnemer draait de bladzijden om en houdt controle over de tijd. Ongeveer vier seconden zijn toegestaan voor iedere bladzijde. Overmatige aarzeling kan een signaal van geringe kleurenblindheid zijn.
- –
Noteer het aantal fout opgenoemde cijfers van het totaal aantal. De uitslag komt op het scoreformulier.
Indien de kleurentest niet voldoende is, test de bedrijfsarts het kleurenzien op een functionele manier, met behulp van veiligheidssymbolen (zie V5a).
V5a. Oogtest: Functionele kleurentest
De bedrijfsarts wijst een symbool aan en de werknemer noemt de juiste kleur. De kleuren groen, rood, oranje, blauw en paars worden kriskras door elkaar aangewezen door de arts en de werknemer wordt gevraagd de kleur te noemen. Indien de bedrijfsarts twijfelt over het eigen vermogen om kleuren te zien, wordt een derde persoon (die zeker weet dat zijn/haar kleurenzien voldoende is) ter controle gevraagd mee te kijken.

V6. Gezichtsveldonderzoek
Beschrijving gezichtsveldonderzoek (methode van Donders)
Het is een globale methode, waarbij ervan wordt uitgegaan dat het gezichtsveld van de onderzoeker normaal is. Grove defecten zijn op deze manier aan te tonen.
De onderzoeker vergelijkt zijn eigen gezichtsveld met dat van de werknemer. De gezichtsvelden van werknemer en onderzoeker zijn ongeveer congruent in het vlak precies tussen hen in, zodat de onderzoeker in dit vlak het testobject (zijn eigen vingertop, gekleurd voorwerpje) moet bewegen.

Noteer of het gezichtsveld
- •
Horizontaal in totaal ≥ 160°;het bereik dient links en rechts t.o.v. het midden tenminste ≥70° uit te strekken (zie bovenste afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
- •
Vanuit het centrum binnen een straal van 30° (getest vanaf diagonaal) geen gezichtsvelddefecten (onderste afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
- •
Verticaal ≥30° vanaf de oogas zowel naar boven als naar beneden (geen afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
D3. Indien D2 positief is ingevuld: lichamelijk onderzoek huid
Observeer huid handen, armen en gezicht en gebruik zo nodig screeningsvragen eczeem/atopie uit NVAB richtlijn.
G4. Functionele gehoortest: fluisterspraaktest
Beschrijving fluisterspraaktest
De test kan zowel zittend als staand plaatsvinden; voer het onderzoek op gelijke hoogte met de werknemer uit; laat de werknemer zitten of staan en ga recht achter de werknemer zitten (of staan) om liplezen te voorkomen. Instrueer de werknemer de gehoorgang van 1 oor af te sluiten; vraag de werknemer te herhalen wat wordt gehoord.
Fluister na een volledige uitademing; fluister op armlengteafstand van de werknemer zo duidelijk mogelijk en recht naar voren, zonder de stembanden te gebruiken; fluister per oor zes combinaties van drie cijfers en letters (vermijd combinaties met B en D, M en N, H en A)
Voorbeelden van combinaties, zijn:
Oor 1: 3F6, G7L, O7S, 2K4, 8S5, U8X
Oor 2: F5C, Z3L, 6K7, 3S8, 2R9, X4U
Indien de werknemer een combinatie niet goed herhaalt wordt de combinatie niet opnieuw genoemd; noteer op het scoreformulier per oor of combinaties goed of fout worden herhaald.
Indien fluisterspraaktest onvoldoende is kan er voor worden gekozen door de bedrijfsarts om alsnog eerst de nationale gehoortest te laten uitvoeren en eventueel als laatste optie een toonaudiogram.
L3. Indien L2 positief is ingevuld: Lichamelijk onderzoek longen
Indien L2 positief: doe lichamelijk onderzoek luchtwegen (gebruik richtlijnen of screeningsinstrument uit NVAB richtlijn voor astma/atopie) en verricht zo nodig spirometrisch onderzoek. Noteer uitslagen longonderzoek in termen van longbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok
Deel III. testprotocol functionele testen (uitgevoerd door afnemer functionele testen)
Er worden twee functionele testen uitgevoerd in vaste volgorde: eerst de brandbestrijdingstest en binnen een kwartier tot maximaal een uur na afloop van de brandbestrijdingstest wordt de brandweertraplooptest uitgevoerd.
De scoreformulieren van de functionele testen zijn als addenda aan deze bijlage toegevoegd.
De eerder ingevulde PAR-Q vragenlijst (zie hieronder) is akkoord bevonden voorafgaand aan de functionele testen van iedere werknemer. Indien u niet zeker bent van dit akkoord, vraag de bedrijfsarts dan naar de uitslag.
Onderstaande vragen behoren tot de PAR-Q en geven een indicatie over de veiligheid waarmee bij iemand energetisch belastende testen uitgevoerd kunnen worden (omcirkel de juiste antwoorden) | |||
|---|---|---|---|
1. | Heeft een arts ooit gezegd dat u een hartprobleem heeft en dat u alleen fysieke inspanning op advies van een arts zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
2. | Heeft u pijn op de borst bij fysieke inspanning? | Nee | Ja |
3. | Heeft u in de afgelopen maand pijn op de borst gehad terwijl u geen fysieke inspanning uitvoerde? | Nee | Ja |
4. | Verliest u wel eens uw evenwicht als gevolg van duizeligheid of verliest u wel eens het bewustzijn? | Nee | Ja |
5. | Heeft u een skelet- of gewrichtsprobleem (bijvoorbeeld aan rug, knie of heup) dat kan verergeren door een verandering in uw fysieke activiteitenpatroon? | Nee | Ja |
6. | Schrijft uw arts u op dit moment medicijnen voor (bijvoorbeeld plaspillen) in verband met bloeddruk of hartprobleem? | Nee | Ja |
7. | Bent u op de hoogte van andere redenen waarom u geen fysieke inspanning zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
B10. Functionele fysieke test: brandbestrijdingstest
Benodigdheden periodieke keuring brandbestrijdingstest
- •
brandbestrijdingstest parcours
- •
Test protocol
- •
Hartslagmeter
- •
Volledige kleding uitrusting uitruk met ademtoestel + zuurstof
- •
Stopwatch
- •
Beoordelingsformulier
Beschrijving brandbestrijdingstest
Punt 1: Startpunt van het parcours: Inzet gereedmaken
De deelnemer staat in kazernetenue (overhemd+ pantalon) klaar en wacht op het startsein. Dan trekt hij/ zij het uitruk tenue aan en gaat naar punt 2.
Punt 2: Omhangen
Dit onderdeel wordt op een podium/platform verricht (zonder noodzakelijke aanwezigheid van een TAS op test plek) bij het uitvoeren van de test: voorwaarde is dat de constructie waar de ademlucht normaal in de TAS in hangt van iedere veiligheidsregio op/in het platform kan worden geschroefd. De deelnemer gaat op de plaats van nummer 1 (zie overzicht) het ademluchttoestel omhangen en het gelaatstuk om de nek hangen. Na de ademluchttest wordt de druk hardop geroepen. Ook worden de werkhandschoenen aangetrokken. Vervolgens worden er twee 52mm slangen gepakt en met de slangen naar punt 3 gelopen.
Punt 3: Afleggen
De slang wordt neergelegd de andere slang wordt naar punt 3a uitgeworpen en één, de andere koppeling wordt samen met de andere slang meegenomen en wordt de eerste slang naar punt 3a gestrekt. Bij punt 3a wordt de koppeling van de eerste slang neergelegd op de grond en de tweede slang richting punt 3 uitgeworpen. De twee slangen worden hier aan elkaar gekoppeld en de tweede slang gestrekt naar punt 3. Hier wordt de koppeling weer neergelegd op de grond. Hierna wordt er naar punt 4 gelopen.
Punt 4: Opstellen, beklimmen van handladder en meenemen van spullen
De handladder ligt met de onderkant tegen de muur en moet tegen de muur worden opgelopen en onderuit worden getild. De ladder uitschuiven tot de markering op de tiende sport en het trekkoord op winden om de 3e en 5e sport en knopen op de 4e sport. Vervolgens de juiste klimhoek instellen (voeten tegen de ladderbomen en met rechte rug de armen gestrekt net de ladderboom kunnen raken).
Als de ladder volgens de regels staat (juiste hoek en trekkoord geknoopt) moeten uit de TS de volgende materialen worden gehaald: de gereedschap koffer, een werklijn en een straalpijp. Deze materialen worden bij de handladder gelegd. De deelnemer pakt de straalpijp en gaat een slangkoppeling bij punt 3, koppelt de straalpijp eraan en loopt terug naar de handladder. Daar prepareert hij/zij de slang om opgevoerd te kunnen worden. Dan wordt de slang met straalpijp op de juiste wijze naar boven gelopen (slang langs de borst over de schouder met de straalpijp op de rug) tot de deelnemer met de beide voeten op de markering van de 10e sport staat. Dan gaat de deelnemer weer terug de handladder af en legt de slang neer op de grond. Vervolgens wordt de gereedschapskoffer gepakt en op een veilige wijze weer naar boven gebracht tot de beide voeten op de markering staan. De gereedschapskoffer wordt met een standaard gewicht van 10kg uitgerust. Weer terug en de koffer weer op de grond zetten. Hetzelfde gebeurt nog een keer met de werklijn. Elke keer moet men de materialen zodanig vast houden dat er twee handen vrij zijn om de ladder te kunnen beklimmen. Beklimmen met de z.g. telgang. Loop naar punt 5 toe.
Punt 5: Deur forceren en rokerige ruimte betreden
Horloge wordt door instructeur (rode knop) ingedrukt voor dit onderdeel start.
De stootram pakken van het voertuig, ademlucht aansluiten en de fictieve deur door middel van driemaal stoten met de stootram bewerken: liefst 1x op schouderhoogte, 1x op kniehoogte, en 1x op taille hoogte. (stootram beetpakken zoals aangeleerd). De rest van het traject wordt met ademlucht afgemaakt. Lopen naar punt 6.
Punt 6: Slang strekken in rokerige ruimte
Een halfgevulde 75mm slang (zonder druk) met een straalpijp, gekoppeld aan de pomp, ligt zigzag gevouwen bij de TS. De slang wordt over de schouder gelegd en voorwaarts geheel gestrekt naar punt 6a. Lopen naar punt 7.
Punt 7: Redden van persoon in rokerige ruimte
Een pop van 80 kg wordt over 2 x 7,5 m (in totaal 15 m) heen en weer versleept waarbij in het midden van het traject een drempel (ter hoogte van een gevulde 52 mm slang) in het parcours is ingebouwd. De pop kan worden vastgepakt waar men wil (voorkeur is schouderbanden bij pop beschikbaar) naar punt 7a worden gesleept en weer terug naar punt 7. Het starten van het slepen moet op de juiste manier gebeuren vanuit de benen en zo mogelijk met rechte rug. De kandidaat mag keren of heeft het traject afgelegd als de beide voeten de lijn zijn gepasseerd. Ga naar punt 8.
Punt 8: Lopen over smalle richel
Vier balken liggen in een zigzag opgesteld. De bedoeling is dat de deelnemer over de balken loopt als zijnde een evenwichtsbalk. Afstappen onderweg is opnieuw beginnen. Loop naar punt 9.
Punt 9: Slang doorvoeren in rokerige ruimte
Trekken van last (max 15 kg over 2 x 15 m). Na eerste 15 meter lopen naar pion (punt 9a) en terug en tweede keer 15 meter trekken. Loop naar punt 10.
Punt 10: Over obstakel klimmen
Over het hek stappen (dus niet springen), lopen naar punt 10a, omdraaien en terug over het hek stappen en lopen naar punt 10. Nu lopen naar punt 11.
Punt 11: Aanvalsweg met HD-slang in rokerige ruimte
Een HD-slang over een afstand van 15 meter meevoeren en weer mee terug nemen. De eerste 3 meter normaal lopen, dan 3 meter onder tunnel door en gehurkt lopen (laag blijven). De volgende 3 meter rechtop lopend. De volgende 3 meter weer gehurkt en nogmaals 3 meter rechtop lopend naar punt 11a. Dan achterwaarts terug lopen. Eerst rechtop lopend, dan weer gehurkt, rechtop lopend, dan weer gehurkt en tenslotte rechtop lopen tot punt 11. Dit traject moet op de hurken en niet op de knieën worden afgelegd met het pistol met twee handen vast. Ga naar punt 12.
Punt 12: Sloopwerkzaamheden met sloophaak in rokerige ruimte
Met behulp van een massieve staaf een bal omhoog stoten, die uit het plafond hangt op 2.50 meter hoogte en de bal tien keer tegen de bovenkant van de korf stoten. Men geeft 10 juiste stoten. De instructeur telt hardop mee.
Einde test. De tijdwaarneming wordt gestopt en in wandeltempo zonder spreken hersteld. Meet de hartslag na een hersteltijd van 3 minuten en noteer deze. De instructeur legt de gegevens van de test en herstelperiode vast.
Instructies aan de werknemer
De werknemer is voor de test al uitgelegd wat er achtereen van hem/haar wordt verwacht; er wordt juist voor testafname nogmaals gecheckt of de onderdelen goed begrepen zijn.
Benadrukt wordt, dat:
- –
het de bedoeling is dat het parcours zo snel als mogelijk (maar binnen de eigen mogelijkheden) dient te worden afgelegd,
- –
dat alle onderdelen op zo veilig mogelijke wijze gehaald moeten worden.
- •
de hartfrequentiemeter wordt omgedaan en de persoon wordt naar het beginpunt toegebracht
- •
de testafnemer geeft aan wanneer er gestart mag worden ‘Ik tel zo af, 3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u dan beginnen’.
- •
de testafnemer start gelijker tijd de hartfrequentiemeting en de tijdopname bij ‘start’
- •
voor onderdeel 5 (als de ademlucht wordt aangesloten) wordt de rode knop op het polar horloge ingedrukt.
- •Het criterium voor de brandbestrijdingstest is:
- 1)
de test is binnen 24 minuten afgerond (als het de eerste maal is dat de test wordt gedaan) en binnen 19 minuten (als de test vaker is uitgevoerd), en
- 2)
Alle onderdelen zijn gehaald
- 3)
Alle onderdelen zijn technisch correct uitgevoerd zonder dat onveilige situaties zijn ontstaan [dit oordeel is aan de technische instructeurs volgens geldende maatstaven in de praktijk]
Schema opbouw brandbestrijdingstest

B11a. Functionele fysieke test: periodieke keuring brandweertraplooptest
Beschrijving brandweertraplooptest
De brandweertraplooptest is een piek-anaerobe test die kan checken of een brandweermedewerker met bepakking plus een met aan de functie gerelateerde tilbelasting een voldoende belastbaar hartlongsysteem heeft.
De keurling loopt, na een warming up indien nodig, zo snel mogelijk (maar zonder te rennen) en zonder steun van handen de verdiepingen naar boven. De hartfrequentie wordt opgenomen om de eindhartfrequentie te kunnen bepalen bij aankomst boven. Tevens wordt de tijd opgenomen en wordt de verbruikte ademlucht gemeten. Vóórdat de trap weer wordt afgedaald koppelt de werknemer de ademlucht zelf los en doet het masker af. De werknemer neemt het brandweermateriaal niet mee terug. Direct daarna dalen de werknemer en de instructeur de trap af. De instructeur loopt vóór de werknemer de trap af ter beveiliging.
De traplooptest wordt uitgevoerd over een afstand waarbij 20 meter wordt gestegen, het aantal treden is hierbij afhankelijk van de treehoogtes.
- •
De werknemer moet zo snel mogelijk boven komen, met ongeveer 20 kg aan brandweer- gerelateerde materialen in de handen, zonder te stoppen en zonder steun te zoeken aan de leuningen.
- •
Het materiaal dat over beide handen verdeeld mee naar boven genomen moet worden kunnen bv 52mm slangen zijn: iedereen zou ze goed moeten kunnen vastpakken. Het is niet de bedoeling dat de lasten de werknemer hindert om boven te komen.
Benodigdheden brandweertraplooptest
- •
Trap met voldoende trapdelen voor 20 meter stijging
- •
Hartslagmeter
- •
Sportkleding en stofmasker
- •
Stopwatch
- •
2x brandweermateriaal van 10 kg dat makkelijk in de handen genomen kan worden
- •
Beoordelingsformulier (noteer de tijd in seconden en de eindhartfrequentie)
Instructie aan de werknemer
Loop zo meteen zo snel mogelijk naar boven met ademlucht aan
- •
Zonder te rennen (dus zonder zweefmoment)
- •
Met constant loopritme, zonder onderweg te stoppen
- •
Loop trede voor trede omhoog, waarbij iedere trede wordt aangeraakt
- •
Geen steun bij de leuning zoeken
- •
Met deze brandweerhulpmiddelen verdeeld over beide handen (wijs aan)
U neemt deze extra brandweerhulpmiddelen mee tijdens het beklimmen van de trap. U wordt gevolgd door een instructeur. Boven wordt bij aankomst zo snel mogelijk uw hartfrequentie afgelezen. U doet uw masker af. U laat de brandweerhulpmiddelen boven liggen. Hierna loopt u direct de trap weer rustig af, in een gelijkmatig tempo.
Vooraf kunt u een warming-up houden waarbij u drie trapdelen oefent om uw stapritme te bepalen. Tevens kunt u, indien u dat wenst, wat stretchoefeningen van spieren in kuit en bovenbeen uitvoeren voordat u start. Heeft u vragen?
Ik tel zo meteen af met: ‘3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u beginnen.
Het criterium voor de brandweertraplooptest is:
- 1)
De traplooptest moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd, zonder dat er onveilige situaties ontstaan, en
- 2)
De kandidaat moet boven komen, met ongeveer 20 kg aan brandweer gerelateerde materialen in de handen, zonder te stoppen en zonder steun te zoeken aan de leuningen, en
- 3)
Een piekbelasting moet bereikt worden door >85% van het theoretisch maximum van de hartfrequentie te behalen en de test correct binnen 2 minuten uit te voeren OF indien iemand de test correct binnen 60 seconden uitvoert zonder het >85% van het theoretisch maximum van de hartfrequentie te behalen.
De uitslagen tijd in seconden, eindhartfrequentie en of de uitvoering correct is uitgevoerd worden op het scoreformulier genoteerd.
Met behulp van de eindhartfrequentie wordt het % van theoretisch maximum van de hartfrequentie berekend:
% van theoretisch maximum van de hartfrequentie. = eindhartfrequentie:(220-leeftijd) = ..........
B11b. Functionele fysieke test: brandweerstairmastertest
Beschrijving brandweerstairmastertest
De Stairmaster is onderdeel van het PPMO en heeft tot primair doel piekbelasting bij inspanning te meten. Er wordt hierbij gekeken naar coördinatie en balans. De Stairmaster is geïntroduceerd als alternatief voor de gewone traplooptest.
De brandweertrapstairmastertest is een piek-anaerobe test die kan checken of een brandweermedewerker met volledige bepakking plus een met aan de functie gerelateerde tilbelasting een voldoende belastbaar hartlongsysteem heeft.
De werknemer loopt, na een warming up indien nodig, zo snel mogelijk en zonder steun van handen op de Stairmaster. De hartfrequentie wordt opgenomen om de eindhartfrequentie te kunnen bepalen bij aankomst boven. Tevens wordt de tijd opgenomen en wordt de verbruikte ademlucht gemeten.
Benodigdheden brandweerstairmastertest
- •
Stairmaster Gauntlet
- •
Hartslagmeter
- •
Volledige kledinguitrusting uitruk met ademtoestel + zuurstof
- •
Loodharnas van 20 kg
- •
Beoordelingsformulier (noteer de tijd in seconden en de eindhartfrequentie)
Instructie aan de werknemer
- •
Loop zo meteen zo snel mogelijk met ademlucht aan
- •
Zonder te rennen (dus zonder zweefmoment)
- •
Met constant loopritme, zonder onderweg te stoppen
- •
Loop trede voor trede, waarbij iedere trede wordt aangeraakt
- •
Geen steun bij de leuning zoeken
U neemt een loodharnas mee tijdens het beklimmen van de trap. Na het beklimmen van 100 treden of anders afloop van de twee minuten wordt zo snel mogelijk uw hartfrequentie afgelezen. U koppelt boven zelf uw ademlucht af en doet uw masker af.
Vooraf kunt u een warming-up houden waarbij u een aantal treden oefent om uw stapritme te bepalen. Hierbij kunt u zelf uw staptempo bepalen Tevens kunt u, indien u dat wenst, wat stretchoefeningen van spieren in kuit en bovenbeen uitvoeren voordat u start. Heeft u vragen?
Ik tel zo meteen af met: ‘3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u beginnen.
Het criterium voor de brandweerstairmastertest is:
- 4)
De traplooptest moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd, zonder dat er onveilige situaties ontstaan, en
- 5)
De kandidaat moet de test afleggen, met 20 kg. extra gewicht, zonder te stoppen en zonder steun te zoeken aan de leuningen, en
- 6)
Een piekbelasting moet bereikt worden door >85% van het theoretisch maximum van de hartfrequentie te behalen en de test correct binnen 2 minuten uit te voeren
De uitslagen tijd in seconden, eindhartfrequentie en of de uitvoering correct is uitgevoerd worden op het scoreformulier genoteerd.
Met behulp van de eindhartfrequentie wordt het % van theoretisch maximum van de hartfrequentie berekend:
% van theoretisch maximum v.d hartfrequentie = eindhartfrequentie:(220-leeftijd) = .........
Addenda, behorende bij bijlage III verband houdende met artikel 3, eerste lid, van de Regeling personeel brandweer BES
- 1)
vragenlijst
- 2)
scoreformulier biometrische testen
- 3)
scoreformulieren functionele testen
- 4)
verzamelstaat uitslagen Ppmo
- 5)
beoordelingsformulier Ppmo
Vragenlijst Ppmo
Informatie voor medewerkers: lees dit voor u begint!
De vragen in deze lijst vormen een onderdeel van het preventief medisch onderzoek dat periodiek wordt uitgevoerd bij medewerkers van het brandweerkorps BES (Ppmo). Alleen die gezondheidsaspecten die relevant zijn voor de eisen die het werk aan u stelt worden uitgevraagd. U dient eerlijk antwoord te geven op alle vragen. Doel is signalen in beeld te brengen en daardoor op tijd te herkennen van mogelijke (vroege) gezondheidsproblemen van uzelf die uw belastbaarheid voor het werk negatief kunnen beïnvloeden. Op basis van de uitkomsten kan het zijn dat er meer gezondheidstesten volgen of dat u al adviezen meekrijgt waarmee uw belastbaarheid voor uw werk geoptimaliseerd kan worden en de veiligheid van uzelf en/of derden zoveel mogelijk blijft beschermd. Indien het de bedrijfsarts op basis van bepaalde uitkomsten niet verantwoord lijkt om u momenteel volledig inzetbaar te beoordelen voor het werk dat u moet doen, hoort u dat van hem/haar na uitvoering van alle testen. Tevens wordt dan aangegeven wat er moet gebeuren om dit wel voor elkaar te krijgen.
Op de volgende bladzijden treft u vragen aan die over de volgende onderwerpen gaan:
- –
gezondheidsklachten die een mogelijke invloed kunnen hebben/krijgen bij de veilige en gezonde uitvoering van uw beroep
- –
inschattingen over uw werkomstandigheden
Alleen bij de eerste vragen wordt u ook gevraagd een getal in te vullen. Verder wordt gevraagd één van de antwoordmogelijkheden per vraag aan te kruisen of te omcirkelen.
Vul alstublieft alle vragen in en geef niet meer dan 1 antwoord per vraag. Indien u twijfelt tussen antwoordcategorieën kies dan toch maar 1 antwoord (die op dit moment het best lijkt te passen).
Dank voor uw medewerking.
Indien u vragen heeft, kunt u deze stellen aan Personeelszaken, de doktersassistente of de bedrijfsarts.
Functie gerelateerde persoonsinformatie: | ||
|---|---|---|
Mijn leeftijd is... (vul in) | jaar | |
Mijn geslacht is.... | man | vrouw |
Mijn huidige functie is.. | Bw/ hfd bw / (h)ovd | |
Aantal jaren in huidige functie is... (vul in) | jaar | |
Beroepsbrandweer of vrijwillige brandweer? | beroeps | vrijwilliger |
Vragen over uw lichamelijke belastbaarheid
{gerelateerd aan de functie-eisen die met het bewegingsapparaat te maken hebben (klauteren en klimmen, hurken, knielen en/of kruipen, tillen, energetische piekbelasting, houdingen en krachtleverantie rug, werken met armen boven schouderhoogte), met goed gezicht- en gehoorvermogen, met de belastbaarheid van huid en luchtwegen/longen en met het risico voor/door infectieziekten}:
Vragen over uw lichamelijke belastbaarheid: | ||
|---|---|---|
Heeft u in de afgelopen zes maanden regelmatig klachten aan gewrichten, pezen of spieren gehad in... | ||
B1... 1 of in beide benen? | Nee | Ja |
B2... 1 of in beide schouders/armen? | Nee | Ja |
B3... uw rug of nek? | Nee | Ja |
B4. Zijn deze klachten mede door het werk ontstaan? | Nee/Nvt | Ja |
Heeft u momenteel problemen/moeite met... | ||
B5.... de lichamelijke conditie die gevraagd wordt tijdens het oefenen of tijdens een uitruk? | Nee | Ja |
B6... de lichamelijke kracht die gevraagd wordt tijdens het oefenen of tijdens een uitruk? | Nee | Ja |
B7... tillen van zwaardere (>10 kg) objecten? | Nee | Ja |
B8...het leveren van kracht met de handen boven schouderhoogte? | Nee | Ja |
B9. Hoe schat u nu uw eigen werkvermogen in om repressief brandweerwerk uit te voeren met betrekking tot de fysieke eisen die het werk aan u stelt?
Omcirkel hieronder de beschrijving die het beste bij u past:
slecht | onvoldoende | voldoende | ruim voldoende | goed |
Lichamelijke inspanningsmogelijkheden (PAR-Q) | ||
|---|---|---|
H1-. Omcirkel hieronder per vraag het antwoord dat voor u geldt: | ||
–1. Heeft een arts ooit gezegd dat u een hartprobleem heeft en dat u alleen fysieke inspanning op advies van een arts zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
–2. Heeft u pijn op de borst bij fysieke inspanning? | Nee | Ja |
–3. Heeft u in de afgelopen maand pijn op de borst gehad terwijl u geen fysieke inspanning uitvoerde? | Nee | Ja |
–4. Verliest u wel eens uw evenwicht als gevolg van duizeligheid of verliest u wel eens het bewustzijn? | Nee | Ja |
–5. Heeft u een skelet- of gewrichtsprobleem (bijvoorbeeld aan rug, knie of heup) dat kan verergeren door een verandering in uw fysieke activiteitenpatroon? | Nee | Ja |
–6. Schrijft uw arts u op dit moment medicijnen voor (bijvoorbeeld plaspillen) in verband met bloeddruk of hartprobleem? | Nee | Ja |
–7. Bent u op de hoogte van andere redenen waarom u geen fysieke inspanning zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
Heeft u sinds de vorige keuring tijdens of vlak na uw werk.... | ||
|---|---|---|
H2... een warmtestuwing doorgemaakt? | Nee | Ja |
Gezien uw werk zou uw toekomstig risico op hart- en/of vaatziekten zo laag mogelijk gehouden moeten worden. Omcirkel hieronder per vraag uw antwoord: | ||
H3. Heeft u diabetes mellitus (suikerziekte)? | Nee / nooit vastgesteld | Ja |
H4. Rookt u? | Nee | Ja |
H.5 Heeft u reeds een hart- en/of vaatziekte meegemaakt? | Nee | Ja |
H.6 Heeft een mannelijk familielid vóór het 50e jaar en/of vrouwelijk familielid vóór het 60e jaar hart- en vaatziekten meegemaakt? | Nee | Ja |
H.7 Heeft u last van kortademigheid? | Nee | Ja |
H.8 Heeft u nogal eens pijn of een beklemd gevoel op de borst of in de hartstreek? | Nee | Ja |
H.9 Is uw cholesterolgehalte sinds de vorige keuring gemeten? | Nee | Ja |
Heeft u sinds de vorige keuring tijdens of vlak na uw werk.... | ||
|---|---|---|
D1...verwondingen of problemen aan uw huid opgelopen? | Nee | Ja |
Heeft u momenteel... | ||
D2... last van de huid in uw gezicht, handen of armen? | Nee | Ja |
Heeft u sinds de vorige keuring tijdens of vlak na uw werk.... | ||
|---|---|---|
G1...acute gehoor problemen ervaren? | Nee | Ja |
G2 Heeft u last van geluiden (piepen, ruisen, suizen) die anderen niet kunnen horen? | Nee | Ja |
Heeft u momenteel problemen ... | ||
G3... met uw gehoor tijdens het werk? | Nee | Ja |
Heeft u sinds de vorige keuring tijdens of vlak na uw werk.... | ||
|---|---|---|
L1...acute ademhalings- of longproblemen ervaren? | Nee | Ja |
Heeft u momenteel... | ||
L2... last van de luchtwegen/longen? | Nee | Ja |
I1... een infectieziekte? | Nee | Ja |
Heeft u momenteel problemen ... | ||
|---|---|---|
V1... met scherp zien in de verte tijdens het werk overdag? | Nee | Ja |
V2... met scherp zien in de verte tijdens het werk ‘s nachts? | Nee | Ja |
V3... met zien tijdens lezen? | Nee | Ja |
Vragen over uw mentale en emotionele belastbaarheid
{gerelateerd aan de functie-eisen emotionele piekbelasting en waakzaamheid en oordeelsvermogen}
Heeft u in de afgelopen tijd.... | ||
|---|---|---|
E1...zwaar traumatische ervaringen in uw werk doorgemaakt? | Nee | Ja |
E2...agressie, gericht tegen uzelf of een directe collega, in uw werk meegemaakt? | Nee | Ja |
E3...de emotionele belasting die het werk met zich meebrengt als te veel ervaren? | Nee | Ja |
Bent u de laatste weken... | ||
P1... erg vermoeid? | Nee | Ja |
P2... vaak neerslachtig en/of depressief? | Nee | Ja |
Heeft u de laatste weken... | ||
P3... slaapproblemen? | Nee | Ja |
P4... tijdens avond- en nachtwerkuren moeite om waakzaam te blijven? | Nee | Ja |
P5... problemen door het werken op onregelmatige tijden? | Nee | Ja |
P6... last van hoogtevrees? | Nee | Ja |
P7... angst in besloten ruimten? | Nee | Ja |
P8... duizeligheidklachten? | Nee | Ja |
P9 Heeft u sinds de vorige keuring medicatie geslikt tegen epilepsie? | Nee | Ja |
P10 Slikt u medicijnen? Zo ja, welke? | ||
P11. Hoe schat u nu uw eigen werkvermogen in om repressief brandweerwerk uit te voeren met betrekking tot de mentale/psychische eisen die het werk aan u stelt?
Omcirkel hieronder de beschrijving die het beste bij u past:
slecht | onvoldoende | voldoende | ruim voldoende | goed |
P12. Hieronder vindt u 11 stellingen met betrekking tot uw herstelbehoefte na het werk.
Geef door 'nee' of 'ja' aan te vinken/kruisen aan hoe u zich de afgelopen 4 weken NA het werk voelde.
Herstelbehoefte na uw werk | ||
|---|---|---|
1. Ik vind het moeilijk om me te ontspannen aan het einde van een dienst. | Nee | Ja |
2. Aan het einde van een dienst ben ik echt op. | Nee | Ja |
3. Mijn baan zorgt dat ik me aan het einde van een dienst nogal uitgeput voel. | Nee | Ja |
4. Na het eten na afloop van een dienst voel ik me meestal nog vrij fit. | Nee | Ja |
5. Ik kom meestal pas op een tweede vrije dag tot rust. | Nee | Ja |
6. Het kost mij moeite om me te concentreren in mijn vrije uren na het werk. | Nee | Ja |
7. Ik kan weinig belangstelling opbrengen voor andere mensen wanneer ik net ben thuisgekomen. | Nee | Ja |
8. Het kost mij over het algemeen meer dan een uur voordat ik helemaal hersteld ben na mijn werk. | Nee | Ja |
9. Als ik thuis kom moeten ze mij even met rust laten. | Nee | Ja |
10. Het komt vaak voor dat ik door vermoeidheid niet meer toekom aan andere bezigheden. | Nee | Ja |
11. Het komt voor dat ik tijdens het laatste deel van een dienst door vermoeidheid mijn werk niet mee zo goed kan doen. | Nee | Ja |
P13. Hieronder staan situaties waarbij mensen kunnen wegdoezelen of in slaap vallen door vermoeidheid of een gevoel van slaperigheid.
Kruis per onderstaande situatie 1 antwoord aan waarmee u de kans inschat dat u in die situatie zou wegdoezelen of in slaap zou vallen. Indien u niet recentelijk één van de onderstaande situaties hebt meegemaakt, probeert u zich dan in te denken hoe u zich zou voelen.
Situatie: | Geen kans | Kleine kans | Aardige kans | Grote kans |
|---|---|---|---|---|
–1. Tijdens een gesprek met iemand anders | | | | |
–2. Tijdens een bezoek aan familie of vrienden | | | | |
–3. Tijdens een passieve ontspanning (lezen, tv kijken) | | | | |
–4. Tijdens een actieve ontspanning (klusjes, handarbeid) | | | | |
–5. Als medereiziger tijdens een auto- of treinrit van 1 uur | | | | |
–6. In de auto wanneer u 5 minuten moet wachten (stoplicht, file) | | | | |
–7. 's Middags of 's avonds na het eten | | | | |
–8. Tijdens werktijd | | | | |
Hieronder staan twee lijsten met problemen die mensen kunnen ervaren.
Lees ieder probleem zorgvuldig door en vink/kruis het vakje aan bij de omschrijving die het beste weergeeft in hoeverre u last had van dat probleem gedurende de afgelopen week, inclusief vandaag.
P14-. Hoeveel last had u in de afgelopen week inclusief vandaag van... | Helemaal geen | Een beetje | Nogal | Tamelijk veel | Heel veel |
|---|---|---|---|---|---|
–1. ... gedachten aan zelfmoord | | | | | |
–2. ... je eenzaam voelen | | | | | |
–3. ... je somber voelen | | | | | |
–4. ... geen interesse kunnen opbrengen voor dingen | | | | | |
–5. ... je hopeloos voelen over de toekomst | | | | | |
–6. ... het gevoel dat je niets waard bent | | | | | |
P15-. Hoeveel last had u in de afgelopen week inclusief vandaag van... | Helemaal geen | Een beetje | Nogal | Tamelijk veel | Heel veel |
|---|---|---|---|---|---|
–1. ... zenuwachtigheid of beverigheid | | | | | |
–2. ... zomaar plotseling bang worden | | | | | |
–3. ... bang zijn | | | | | |
–4. ... je gespannen en opgefokt voelen | | | | | |
–5. ... aanvallen van angst of paniek | | | | | |
–6. ... je zo rusteloos voelen dat je niet stil kan blijven zitten | | | | | |
Hieronder staan 15 uitspraken die mensen doen na het meemaken van een zeer ingrijpende gebeurtenis.
Neem de door u zelf meegemaakte ingrijpende gebeurtenis(sen) in gedachten, bekijk elke uitspraak en kruis aan hoe vaak de uitspraken op u zelf van toepassing was tijdens de afgelopen ZEVEN DAGEN.
E4-. | Helemaal niet | Zelden | Soms | Vaak |
|---|---|---|---|---|
–1. Ik dacht eraan zonder dat ik dat wilde | | | | |
–2. Ik zorgde ervoor niet van streek te raken als ik eraan dacht of eraan herinnerd werd | | | | |
–3. Ik probeerde de gebeurtenis uit mijn geheugen te bannen | | | | |
–4. Ik kon moeilijk in slaap vallen of in slaap blijven omdat beelden en gedachten erover door mijn hoofd gingen | | | | |
–5. Bij vlagen had ik er sterke gevoelens over | | | | |
–6. Ik droomde erover | | | | |
–7. Ik bleef dingen die mij eraan herinneren uit de weg gaan | | | | |
–8. Ik had het gevoel alsof het niet echt gebeurd was, alsof het niet echt was | | | | |
–9. Ik heb geprobeerd er niet over te praten | | | | |
–10. Beelden ervan schoten me in gedachten | | | | |
–11. Andere dingen deden mij er steeds weer aan denken | | | | |
–12. Ik wist dat ik er nog heel wat gevoelens over had, maar hield er geen rekening mee | | | | |
–13. Ik heb geprobeerd er niet aan te denken | | | | |
–14. Iedere herinnering bracht de gevoelens weer terug | | | | |
–15. Mijn gevoel erover was als het ware verdoofd | | | | |
Vragen over uw algemene gezondheidstoestand in relatie tot uw werk
Chronische ziekten kunnen een verminderde belastbaarheid voor bepaalde taken laten ontstaan. Op basis van onderstaande vragen kan de arts u adviezen verstrekken.
A1-. Heeft u zelf een de volgende aandoeningen? Omcirkel hieronder per vraag uw antwoord: | ||
|---|---|---|
–1. Aandoeningen aan de stofwisseling, bijv. diabetes mellitus, schildklier | Nee / niet bekend | Ja |
–2. Psychische aandoeningen, zoals bijv. depressie of angststoornis | Nee / niet bekend | Ja |
–3. Chronische aandoeningen aan het bewegingsapparaat, bijv. aan spieren of gewrichten | Nee / niet bekend | Ja |
–4. Hart- en vaataandoening(en), zoals bijv. hoge bloeddruk, eerder hartinfarct gehad | Nee / niet bekend | Ja |
–5. Aandoeningen van de urinewegen of geslachtsorganen, bijv. blaas, nier, prostaat, geslachtsziekte | Nee / niet bekend | Ja |
–6. Aandoeningen van spijsverteringsorganen, bijv. gal, lever, maag, darmen | Nee / niet bekend | Ja |
–7. Chronische aandoening(en) van de luchtwegen, bijv. COPD, astma | Nee / niet bekend | Ja |
–8. Tumoren, goed- of kwaadaardig | Nee / niet bekend | Ja |
–9. Huidaandoening(en), bijv. allergische huiduitslag, eczeem, psoriasis | Nee / niet bekend | Ja |
A2-. Heeft u sinds de vorige keuringeen ziekte of gezondheidsklacht opgelopen die volgens u van invloed is op de uitvoering van uw werk? | Nee | Ja |
A3- Hoe schat u momenteel uw eigen werkvermogen in?
Betekenis getallen:
0 = geen enkel werkvermogen en 10 = het beste/meest optimale werkvermogen dat u zelf ooit ervaren heeft om repressief brandweerwerk uit te kunnen voeren. Omcirkel het cijfer hieronder dat u op dit moment bij uzelf vindt passen:
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 |
Dit is het einde van de vragenlijst.
Lever de lijst nu in of geef aan dat u klaar bent.
Instructie- en scoreformulier biometrische testen en lichamelijk onderzoek (onderdeel Ppmo)
Werknemer nr.: ___________Datum afname: ________Tijdstip afname: ______
______ = uitslag hier invullen |
H10. Bloeddrukmeting
Laat de proefpersoon enkele minuten rustig zitten, daarna wordt de bloeddruk opgenomen. Twee keer bij de linkerarm en twee keer bij de rechterarm.
Bloeddruk links: 1) _mmHg 2) _mmHg
Bloeddruk rechts: 1) _mmHg 2) _mmHg
H11. Lichaamsgewicht
Laat de proefpersoon, rechtop, zonder schoenen, met alleen ondergoed aan, op de weegschaal gaan staan en lees het gewicht af in hele kilogrammen.
Lichaamsgewicht: __kg
H12. Lichaamslengte
Laat de proefpersoon, rechtop, zonder schoenen, met de hakken tegen de muur en voeten plat op de grond, tegen de meetlat opstaan en lees de lengte af in hele centimeters.
Lichaamslengte: __cm
H13. Middelomtrek
Laat de proefpersoon rechtop staan, en meet met meetlint ter hoogte van de navel, vlak onder de ribbenboog, de buikomvang in hele centimeters (tijdens normale uitademing).
Buikomvang: __cm
H14. Body Mass Index: bereken dit uit de gegevens over gewicht en lengte:
- –
gebruik rekenmachine
- –
1. vermenigvuldig de lengte (in meters, bv 1.78 m) met de lengte (bv 1.78 x 1.78=3.17)
- –
2. Neem het aantal kg van het lichaamsgewicht (bv 80 kg) en deel dit door het getal dat net is berekend (bv 80: 3.17=25.2) en noteer dat getal
Body Mass index: : =.
V4. Visus
Leg aan de proefpersoon uit wat er gaat gebeuren. Voer de test volgens protocol uit op 5 m, 60 cm en 40 cm. Op alle drie afstanden meet men de gezichtsscherpte voor beide ogen apart en samen.
Begin elke meting bij een regel die nog gemakkelijk gelezen kan worden, ga door tot een fout gemaakt wordt, noteer de laatste correct benoemde grootte als score. Alleen bij vermoedelijke vergissing of slordigheid 1 herkansing. Weigering (‘dat zie ik niet meer’) niet accepteren (‘gokken hoort erbij, alleen als u fouten maakt weet ik zeker dat u het niet meer ziet’). Gebruik deze methode voor 5 m, 60 cm en 40 cm. (60 cm en 40 cm worden zittend afgenomen met Groeneveld perspex schouder visusmeter).
L | R | Gezamenlijk | |
|---|---|---|---|
5 m | |||
60 cm | |||
40 cm | |||
V5. Ishihara kleurentest
Leg aan de proefpersoon uit wat er gaat gebeuren.
- –
Voer de test volgens protocol uit:
Instrueer de werknemer om de nummers te vertellen die zichtbaar zijn zodra de pagina wordt omgedraaid. Soms is er geen nummer te zien: als de werknemer geen nummer ziet wordt er doorgegaan naar de volgende pagina. De testafnemer draait de bladzijden om en houdt controle over de tijd. Ongeveer vier seconden zijn toegestaan voor iedere bladzijde. Overmatige aarzeling kan een signaal van geringe kleurenblindheid zijn.
- –
Noteer het aantal fout opgenoemde cijfers van het totaal aantal
Uitslag: _____ van de _____ fout
V5a. Oogtest: Functionele kleurentest
De bedrijfsarts wijst een symbool aan en de werknemer noemt de juiste kleur. De kleuren groen, rood, oranje, blauw en paars worden kriskras door elkaar aangewezen door de arts en de werknemer wordt gevraagd de kleur te noemen. Indien de bedrijfsarts twijfelt over het eigen vermogen om kleuren te zien, wordt een derde persoon (die zeker weet dat zijn/haar kleurenzien voldoende is) ter controle gevraagd mee te kijken.
- •
Herhaald verkeerde kleuren opnoemen wordt geïnterpreteerd als een probleem met kleurenzien.
- •
Uitslag: _____ van de _____ fout

V6. Gezichtsveldtest
Beschrijving gezichtsveldonderzoek (methode van Donders)
De onderzoeker vergelijkt zijn eigen gezichtsveld met dat van de chauffeur. De gezichtsvelden van chauffeur en onderzoeker zijn ongeveer congruent in het vlak precies tussen hen in, zodat de onderzoeker in dit vlak het testobject (zijn eigen vingertop, gekleurd voorwerpje) moet bewegen. De chauffeur gaat recht tegenover de testafnemer zitten, ‘knie aan knie’. De onderzoeker gaat na of de chauffeur gelijktijdig rechts en links aangeboden vingerbewegingen kan opmerken of systematisch één gezichtsveld verwaarloost (zie bovenste figuur). Vervolgens onderzoekt men het gezichtsveld van ieder oog apart. Chauffeur en onderzoeker kijken elkaar met één oog aan (het recht tegenoverliggende oog). De onderzoeker nadert vanuit de periferie het centrum van het gezichtsveld, bij voorkeur in het midden van één van de kwadranten (zie onderste figuur). De chauffeur moet zeggen of hij/zij de vingertop ziet bewegen of niet, zodat men een zekere controle kan uitoefenen op wat de chauffeur aangeeft. Zoals op het bovenste plaatje voor het horizontale vlak wordt afgebeeld, wordt vanuit verticale richting de vinger ook naar het centrum gebracht (geen afbeelding).

Noteer of het gezichtsveld
- •
Horizontaal in totaal ≥ 160°;het bereik dient links en rechts t.o.v. het midden tenminste ≥70° uit te strekken (zie bovenste afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
- •
Vanuit het centrum binnen een straal van 30° (getest vanaf diagonaal) geen gezichtsvelddefecten (onderste afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
- •
Verticaal ≥30° vanaf de oogas zowel naar boven als naar beneden (geen afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
G4. Fluisterspraaktest
De test kan zowel zittend als staand plaatsvinden; voer het onderzoek op gelijke hoogte met de werknemer uit; laat de werknemer zitten of staan en ga recht achter de werknemer zitten (of staan) om liplezen te voorkomen. Instrueer de werknemer de gehoorgang van 1 oor af te sluiten; vraag de werknemer te herhalen wat wordt gehoord.
Fluister na een volledige uitademing; fluister op armlengteafstand van de werknemer zo duidelijk mogelijk en recht naar voren, zonder de stembanden te gebruiken; fluister per oor zes combinaties van drie cijfers en letters (vermijd combinaties met B en D, M en N, H en A)
Voorbeelden van combinaties, zijn:
Oor 1: 3F6, G7L, O7S, 2K4, 8S5, U8X
Oor 2: F5C, Z3L, 6K7, 3S8, 2R9, X4U
Indien de werknemer een combinatie niet goed herhaalt wordt de combinatie niet opnieuw genoemd; noteer per oor of combinaties goed of fout worden herhaald.
(√ = ok; X = niet ok) L R
3F6 _______ F5C ________
G7L _______ Z3L ________
O7S _______ 6K7 ________
2K4 _______ 3S8 ________
8S5 _______ 2R9 ________
U8X _______ X4U ________
Indien meer dan 4 combinaties niet juist worden gehoord wordt de Nationale hoortest (www.hoortest.nl) uitgevoerd.
D3. Indien D2 positief is: lichamelijk onderzoek huid
Doe lichamelijk onderzoek en observeer huid handen, armen en gezicht. Gebruik zo nodig screeningsvragen eczeem/atopie uit NVAB richtlijn. Noteer uitslagen huidonderzoek in termen van huidbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok.
L3. Indien L2 positief is: lichamelijk onderzoek longen
Indien L2 positief: doe lichamelijk onderzoek luchtwegen (gebruik richtlijnen of screeningsinstrument uit NVAB richtlijn voor astma/atopie) en verricht zo nodig spirometrisch onderzoek.
Noteer uitslagen longonderzoek in termen van longbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok.
B10. Instructie- en scoreformulier brandbestrijdingstest (onderdeel Ppmo)
Werknemer nr.: __________Datum afname: _________Tijdstip afname: ______
De test wordt uitgevoerd in uitruktenue en ademlucht aan.
Instructies aan de werknemer
De werknemer is voor de test al uitgelegd wat er achtereen van hem/haar wordt verwacht; er wordt vlak voor de testafname nogmaals gecheckt of de onderdelen goed begrepen zijn.
Benadrukt wordt, dat:
- –
het de bedoeling is dat het parcours zo snel als mogelijk (maar binnen de eigen mogelijkheden) dient te worden afgelegd,
- –
dat alle onderdelen worden gehaald en op veilig en technisch correcte wijze worden uitgevoerd
- •
de hartfrequentiemeter wordt omgedaan en de persoon wordt naar het beginpunt toegebracht
- •
de testafnemer geeft aan wanneer er gestart mag worden ‘Ik tel zo af, 3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u dan beginnen’.
- •
de testafnemer start gelijker tijd de hartfrequentiemeting en de tijdopname bij ‘start’
Parameters die worden opgenomen:
- 1)
Tijd (min)
- 2)
Eindhartfrequentie (wordt afgelezen van Polar hartslagmeter)
- 3)
Technisch correct en veilige uitvoer wordt per onderdeel beoordeeld en bijgehouden door brandweerinstructeur
- 4)
Per onderdeel wordt bijgehouden of het is gehaald
Wanneer goed volbracht?
De test is correct volbracht indien het de werknemer is gelukt om binnen de gestelde tijd alle onderdelen te behalen terwijl deze veilig (werknemer is niet in gevaar gekomen door eigen wijze van uitvoering van de test zoals vallen, uitglijden) zijn uitgevoerd.
- •Het criterium voor de brandbestrijdingstest is:
- 1)
de test is zonder onderbreking uitgevoerd en binnen 20 minuten afgerond, en
- 2)
alle onderdelen zijn gehaald en op een veilige wijze uitgevoerd
(√ = ok; X = niet ok) Onderdeel
- 1.
_______
- 2.
_______
- 3.
_______
- 4.
_______
- 5.
_______
- 6.
_______
- 7.
_______
Resultaten |
Alle onderdelen gehaald:ja/ nee Indien nee, welke onderdelen waarom niet: |
Alle onderdelen zijn veilig uitgevoerd:ja/ nee Indien nee, welke onderdelen waarom niet (wat werd als onveilig beoordeeld): |
1) Tijd nodig (rond af in minuten): _______ min. 2) Eindhartfrequentie: _______ slg/min. |
B11. Instructie- en scoreformulier brandweertraplooptest (onderdeel Ppmo)
Werknemer nr.: _______ ___Datum afname: _______Tijdstip afname: ______
De test wordt uitgevoerd in uitruktenue en ademlucht aan.
Tijdstip afname daadwerkelijk test = Na 15 minuten en binnen 60 minuten na uitvoering van de brandbestrijdingstest. (proefloop moet dus binnen deze tijd zijn afgerond)
- •
PAR-Q vragenlijst dient voorafgaand aan de uitvoering van de fysieke test ingevuld en gecontroleerd te zijn.
- •
Bedrijfs/keuringsarts dient telefonisch bereikbaar te zijn voor overleg over PAR-Q test.
- •
AED dient aanwezig te zijn en SEH-plan en deskundig personeel dient paraat te zijn en telefoonnummers bekend (arts/verpleegkundige).
- •
Hartslagmeter wordt omgedaan.
Proefloop: Zonder aangesloten ademlucht en zonder last van 20 kg.
‘U loopt 15 20 sec als proef om aan het apparaat te wennen. Bepaal zelf uw start tempo, waarop u zo snel mogelijk kunt lopen. Tijdens de proefloop wordt u tweemaal gevraagd of u de stapsnelheid sneller of langzamer wilt.’ Na de proefloop krijgt de kandidaat een rustpauze van tien minuten. Daarna gaat de test van start.
Instructies aan de kandidaat
- •
U loopt zo meteen in het door u gekozen tempo 100 treden.
- •
U loopt zonder de leuning vast te houden.
- •
U draagt het loodharnas onder uw ademluchttoestel.
- •
Tijdens de test wordt twee keer aan u gevraagd of de snelheid correct is.
- •
U kunt de stapsnelheid dan laten verhogen of verlagen.
- •
Indien u uit balans raakt mag u de leuning vastpakken.
- •
Als u de test wil stoppen, drukt u op de stopknop, roept stop of steekt u hand op.
- •
Blijf aan het eind van de test doorlopen tot het apparaat stopt.
- •
Stap het apparaat daarna rustig af, koppel zelf uw ademlucht af en doe uw masker af.
- •
U krijgt hierbij hulp.
- •
Heeft u alles begrepen?
De kandidaat krijgt, met hulp, het loodharnas om en sluit ademlucht aan.
‘Ik tel zo meteen af met ‘5, 4, 3, 2, 1, start’ daarna start de test.’
Tijdens de test:
- •
‘Nog 50 treden. ‘Wilt u sneller?’ Indien ‘nee’: ‘Wilt u langzamer?’
- •
‘Nog 25 treden. ‘Wilt u sneller?’ Indien ‘nee’: ‘Wilt u langzamer?’
- •
‘Na 100 treden. ‘Blijven lopen totdat de trap stil staat.’
- •
Het einde van de test wordt aangegeven ‘einde test’...
- •
De kandidaat wordt begeleid met het afstappen van het apparaat.
Wanneer goed volbracht?
De traplooptest is correct volbracht indien het de kandidaat is gelukt om:
- •
De trap te beklimmen met verzwaring door een loodharnas van 20 kg te dragen.
- •
Er is gelopen trede voor trede, minimaal 100 treden.
- •
In doorgaande beweging, dus zonder te stoppen om uit te rusten.
- •
De maximaal toegestane tijd van 2 minuten niet is overschreden.
Parameters die gemeten worden: |
1) Uitvoer: correct /niet correct*, omdat: |
________________________________________________________________________ |
________________________________________________________________________ |
2) Tijd nodig voor het beklimmen van de treden: _________minuten _________seconden |
3) Hartfrequentie direct na test: _________slagen/minuut |
4) Steun gezocht aan leuning: ja / nee**_______ keer gedurende _______seconden |
5) Vroegtijdig gestopt: ja / nee** na ____________ treden |
* omcirkel wat geldt |
Correct = Zie bovenstaande opsomming ‘wanneer goed volbracht’ |
** omcirkel wat geldt |
Beoordelingsformulier
Beoordelingsformulier brandweerstairmastertest |
- –
Met de eindhartfrequentie en de leeftijd wordt het behaalde % van het theoretisch
% theoretisch maximum van de hartfrequentie = (eindhartfrequentie / (207 (0,7 x leeftijd)) *100) |
De test is alleen goed uitgevoerd indien de 100 treden in doorgaande beweging zijn beklommen en een piekbelasting is bereikt. Dit laatste is het geval indien: |
1) (het behaalde % theoretisch maximum van de hartfrequentie >85 is én de test correct binnen 2 minuten is uitgevoerd) |
OF |
2) (de eindhartfrequentie ≤85 van het behaalde % theoretisch maximum van de hartfrequentie is máár de test is correct binnen 60 seconden uitgevoerd) |
Als bovenstaande NIET geldt, is sprake van een signaal en daarmee is de brandweerstairmastertest niet gehaald.
Verzamelstaat Ppmo resultaten
Werknemer: ___________
Datum afname: _________
Kruis hieronder (X) per regel aan of er geen signaal (akkoord) of wel signaal (niet akkoord) is.
Vragen / testen: | Type belastbaarheid / risico: | (allen) akkoord = geen signaal | ≥ 1 Niet akkoord = wel signaal |
|---|---|---|---|
B1 t/m B3 | Bewegingsapparaatbelastbaarheidsrisico: signaalvragen | ||
B4 | Bewegingsapparaat risico: signaalvraag | ||
B5 t/m B8 | Fysieke belastbaarheid risico: signaalvragen | ||
B9 | Fysieke belastbaarheid: signaalvraag | ||
B10 | Fysieke belastbaarheid, test | ||
B11 | Fysieke- en energetische piekbelastbaarheid, test | ||
H1-1 t/m H1-7 | Lichamelijke inspanningsbelastbaarheid | ||
H2-1 t/m H2-7 | Lichamelijke inspanningsbelastbaarheid | ||
H3 t/m H14 | Hart/vaatziekte risico en energetische piekbelastbaarheid: test | ||
D1-2, D3 | Huid belastbaarheid: signaalvragen en test | ||
G1 t/m G3 | Gehoor (auditieve) belastbaarheid en risico: signaalvragen | ||
G4 | Gehoor (auditief) (belastbaarheids)risico: test | ||
L1, L2, L3 | Luchtwegen/longen (belastbaarheids)risico: signaalvragen en test | ||
I1 | Infectie risicovormer: signaalvraag | ||
V1 t/m V3 | Visuele belastbaarheid: signaalvragen | ||
V4 | Visuele belastbaarheidrisico: Scherp zien, test | ||
V5(a) | Visus risico: Kleurenzien, test | ||
V6 | Visus risico: Gezichtsveld, test | ||
E1 t/m E3 | Emotionele piekbelasting | ||
E4 | Emotioneel (belastbaarheids)risico, test | ||
P1 t/m P3 | Psychische belastbaarheid: signaalvragen | ||
P4, P5 | Psychisch(belastbaarheids) risico: signaalvragen | ||
P6, P7 | Psychisch (belastbaarheids)risico: signaalvragen | ||
P8 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvraag | ||
P9 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvraag | ||
P10 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvraag | ||
P11 | Psychische belastbaarheid: signaalvraag | ||
P12 t/m P15 | Psychische (belastbaarheids)risico: testen | ||
A1 t/m A3 | Algemene gezondheidsaspecten (voor begeleiding): signaalvragen |
Beoordeling Ppmo brandweerpersoneel Werknemer: ........................Arts:............................. Datum: .....-.....-.......... |
Beoordeling Ppmo (omcirkel en beargumenteer indien G2 en O) |
G1 = geschikt |
G2 = geschikt onder voorwaarden Argument 1) ............................................................... Argument 2) ............................................................... Argument 3) ............................................................... |
O = ongeschikt Argument 1) ............................................................... Argument 2) ............................................................... Argument 3) ............................................................... |