Einde inhoudsopgave
Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke of handelszaken
Artikel 4 Algemene bepalingen
Geldend
Geldend vanaf 01-09-2023
- Bronpublicatie:
02-07-2019, Trb. 2024, 42 (uitgifte: 25-03-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-09-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-03-2024, Trb. 2024, 42 (uitgifte: 25-03-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
1.
Een door een gerecht van een verdragsluitende staat (staat van herkomst) gegeven vonnis wordt in een andere verdragsluitende staat (aangezochte staat) erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. Erkenning of tenuitvoerlegging kan uitsluitend worden geweigerd op de in dit verdrag vermelde gronden.
2.
In de aangezochte staat wordt de gegrondheid van het vonnis niet onderzocht. Een dergelijke toetsing kan alleen plaatsvinden voor zover nodig voor de toepassing van dit verdrag.
3.
Een vonnis wordt alleen erkend indien zij rechtsgevolg heeft in de staat van herkomst, en wordt uitsluitend ten uitvoer gelegd indien zij uitvoerbaar is in de staat van herkomst.
4.
Erkenning of tenuitvoerlegging kan worden uitgesteld of geweigerd indien tegen het in lid 3 bedoelde vonnis in de staat van herkomst een rechtsmiddel is ingesteld of indien de termijn voor het instellen van een gewoon rechtsmiddel nog niet is verstreken. Een weigering vormt geen belemmering voor een hernieuwd verzoek om erkenning of tenuitvoerlegging van het vonnis.