Einde inhoudsopgave
Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen
Artikel 1 Reikwijdte en definities
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
09-11-2024, Stb. 2024, 339 (uitgifte: 13-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
09-11-2024, Stb. 2024, 339 (uitgifte: 13-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Dividendbelasting / Belastingplicht
Bronbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
1.
Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1.11 en 2.14bis van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 1 van de Wet op de dividendbelasting 1965 en artikel 1.2 van de Wet bronbelasting 2021.
2.
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
buitenlandse rechtsvormen: door het recht van een andere staat beheerste rechtspersonen, samenwerkingsverbanden en afgescheiden vermogens, met dien verstande dat financieringsovereenkomsten niet tot de buitenlandse rechtsvormen behoren;
- b.
Nederlandse rechtsvormen:
- 1°
- 2°
de coöperatie, bedoeld in Titel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de vereniging op coöperatieve grondslag;
- 3°
de onderlinge waarborgmaatschappij, bedoeld in Titel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de vereniging welke op onderlinge grondslag als verzekeraar of bank optreedt;
- 4°
de vereniging, bedoeld in Titel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- 5°
de stichting, bedoeld in Titel 6 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- 6°
het kerkgenootschap alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, bedoeld in artikel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- 7°
de Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- 8°
- 9°
de commanditaire vennootschap ofwel vennootschap bij wijze van geldschieting, bedoeld in Titel 3 van Boek 1 van het Wetboek van Koophandel;
- 10°
het fonds voor gemene rekening, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
- 11°
het transparante fonds, bedoeld in artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- c.
rechtsvormenlijst: de lijst met buitenlandse rechtsvormen die is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.