Einde inhoudsopgave
Wet vrachtwagenheffing
Artikel 3 (vrijstelling of ontheffing)
Geldend
Geldend vanaf 01-03-2026
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 444 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36812)
19-11-2025, Stb. 2025, 402 (uitgifte: 02-12-2025, kamerstukken: 36626)
22-08-2022, Stb. 2022, 330 (uitgifte: 30-08-2022, kamerstukken: 35910)
- Inwerkingtreding
01-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-02-2026, Stb. 2026, 38 (uitgifte: 19-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
16-02-2026, Stb. 2026, 38 (uitgifte: 19-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
16-02-2026, Stb. 2026, 38 (uitgifte: 19-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Inrichting wegverkeer
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van zware motorrijtuigen
Vervoersrecht / Wegvervoer
1.
De houder is vrijgesteld van de vrachtwagenheffing voor vrachtwagens die:
- a.
blijkens:
- 1°
een door Onze Minister van Defensie aangehouden registratie worden gebruikt door het Ministerie van Defensie;
- 2°
een door Onze Minister van Defensie bekend gestelde registratie worden gebruikt door een bevriende krijgsmacht;
- b.
zich met een eendagskenteken, handelaarskenteken of transitokenteken op de weg bevinden;
- c.
worden gebruikt als vuilniswagen, straatveger of rioolzuiger waarvoor de aanvullende cijfers 18 of 19, als bedoeld in Bijlage 1, aanhangsel 2, van Verordening (EU) 2018/858 in de code carrosserie zijn opgenomen;
- d.
emissievrij zijn en een maximummassa hebben van maximaal 4.250 kilogram.
2.
De houder kan Onze Minister verzoeken om ontheffing te verlenen van de vrachtwagenheffing voor vrachtwagens:
- a.
die worden gebruikt door politie of brandweer;
- b.
die ten minste 40 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen voor zover die niet bedrijfsmatig worden gebruikt.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de vrijstelling of ontheffing.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de bij het verzoek, bedoeld in het tweede lid, over te leggen gegevens.