Einde inhoudsopgave
Regeling garanties van oorsprong
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
14-12-2025, Stcrt. 2025, 43782 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: WJZ/99470189)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-12-2025, Stcrt. 2025, 43782 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: WJZ/99470189)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Energie
Energierecht (V)
1.
Indien een producent de transmissie- of distributiesysteembeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 3.63 van de Energiewet, te verrichten of het meetbedrijf verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 27 van de Warmtewet of artikel 4 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong, te verrichten, maakt hij daarbij gebruik van een formulier dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld. De producent verklaart via dat formulier energie uit hernieuwbare bronnen of elektriciteit uit niet-hernieuwbare bronnen te produceren en verzoekt de transmissie- of distributiesysteembeheerder of het meetbedrijf de bijbehorende meetgegevens mede te delen aan de Minister. De producent overlegt bij het verzoek:
- a.
informatie omtrent:
- 1°
contactgegevens van de eigenaar van de productie-installatie, waaronder, indien van toepassing, het door de Kamer van Koophandel toegekende nummer;
- 2°
locatiegegevens van de productie-installatie, waaronder de EAN-code;
- 3°
het type productie-installatie, waaronder de gebruikte energiebron of brandstof;
- 4°
subsidies voor de productie-installatie;
- 5°
de gewenste garanties van oorsprong, en
- 6°
op welke rekening die moeten worden bijgeboekt;
- b.
een verklaring van de producent:
- 1°
dat de productie-installatie is voorzien van een meetinrichting die voldoet aan de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die blijven gelden op grond van de artikelen 7.52 en 7.53 van de Energiewet, of in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen een meter die voldoet aan de relevante meetvoorwaarden, dat de distributiesysteembeheerder, de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf de geproduceerde energie eenduidig kan meten dan wel uit een combinatie van metingen eenduidig kan worden berekend;
- 2°
dat deze meewerkt aan door de distributiesysteembeheerder, de meetverantwoordelijke partij of het meetbedrijf uit te voeren controles van de productie-installatie en bijbehorende meetinrichting of meter;
- 3°
indien in de productie-installatie niet naar haar aard zuivere biomassa of niet-zuivere biomassa wordt verwerkt, dat de producent door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt of laat vaststellen of de biomassa als zuiver kan worden aangemerkt danwel welk gedeelte van de verwerkte niet-zuivere biomassa biologisch afbreekbaar is;
- 4°
indien in de productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet zuiver biogas wordt verwerkt, dat de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas gebruikt wordt, door middel van een daartoe geëigende methode aan de hand van bemonstering per partij vaststelt of laat vaststellen dat het materiaal waaruit de energie uit hernieuwbare bronnen is opgewekt, is aan te merken als zuivere of niet-zuivere biomassa;
- 5°
dat deze wijzigingen van de informatie, bedoeld in onderdeel a, onder 2° tot en met 5°, vooraf meldt; en
- 6°
dat het formulier naar waarheid is ingevuld.
2.
Een producent:
- a.
dient een verzoek om vaststelling in, en
- b.
herhaalt dit verzoek iedere vijf jaar.
3.
Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op een producent voor zover deze een productie-installatie in stand houdt met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan 15 kW.
4.
Indien artikel 7 bepaalt dat een producent een meetprotocol moet opstellen, legt de producent bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een op basis van artikel 7 goedgekeurd meetprotocol over aan de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteembeheerder stelt vast of een toepasselijk meetprotocol aanwezig is dat is goedgekeurd door een transmissiesysteembeheerder of meetbedrijf vóór de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek heeft ingediend.
5.
De producent die een productie-installatie met een kleine aansluiting in stand houdt en beschikt over een Ferrarismeter met of zonder terugloopblokkering of een elektronische éénrichtingmeter, maakt hiervan melding op het formulier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6°.
6.
De producent of de marktdeelnemer die aggregeert ten behoeve van een actieve afnemer kan voor elke productie-installatie die zich achter de aansluiting bevindt garanties van oorsprong voor niet-netlevering aanvragen.
7.
Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.
8.
De transmissie- of distributiesysteembeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, het meetbedrijf, doet de vaststelling door een onderzoek in te stellen naar de productie-installatie en de aansluiting daarvan op een transmissie- of distributiesysteem of het net voor thermische energie. De producent stelt de transmissie- of distributiesysteembeheerder dan wel de meetverantwoordelijke in staat het onderzoek te verrichten.
9.
De transmissie- of distributiesysteembeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, het meetbedrijf deelt het resultaat van de vaststelling binnen een redelijke termijn na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de minister.
10.
Indien een producent voornemens is een aanpassing door te voeren in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, dient de producent alvorens hij die aanpassing daadwerkelijk doorvoert, een nieuw verzoek tot vaststelling in bij de transmissie- of distributiesysteembeheerder of, in geval van thermische energie uit hernieuwbare bronnen of ander gas uit hernieuwbare bronnen, het meetbedrijf. Het vierde tot en met het negende lid zijn in dat geval van toepassing, de eerder verrichte vaststelling vervalt en de termijn van vijf jaar, bedoeld in het tweede lid, vangt aan op de eerste dag van de eerste kalendermaand na de datum van indiening van het nieuw ingevulde formulier.