Einde inhoudsopgave
Besluit activiteiten leefomgeving - Nota van toelichting
§ 3.7.5 Laboratorium
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Artikel 3.242 (aanwijzing milieubelastende activiteiten)
Dit artikel geeft aan dat het verrichten van werkzaamheden in een laboratorium een milieubelastende activiteit is waarvoor de hoofdstukken 2 tot en met 5 gelden. Via de combinatie van dit artikel met artikel 3.1 is het lozen vanuit deze activiteit een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk waarvoor deze hoofdstukken gelden.
De rijksoverheid stelt regels voor deze activiteit om een gelijk speelveld en gelijk beschermingsniveau te waarborgen. De regels bestaan vooral uit een nationale uitwerking van passende preventieve maatregelen en beste beschikbare technieken. De nadelige gevolgen voor het milieu die deze activiteit kan veroorzaken zijn vooral verontreiniging van de bodem, lozingen en het gebruik van energie.
Er zijn in Nederland enkele honderden laboratoria en praktijkruimten.
Onder het regime van het Activiteitenbesluit milieubeheer werden laboratoria voor huisartsen, dierenartsen, apothekers, tandartsen en tandtechnici en praktijkruimten voor het middelbaar onderwijs al uitgezonderd van de werkingssfeer. In dit besluit wordt dat gecontinueerd. Onder de in deze paragraaf aangewezen milieubelastende activiteit vallen wel laboratoria van bedrijven voor de interne kwaliteits- of productcontroles.
Door de toevoeging van functioneel ondersteunende activiteiten in het tweede lid omvat de aanwijzing het hele bedrijf. Functioneel ondersteunende activiteiten zijn activiteiten die ten dienste staan van het exploiteren van een laboratorium en dit ook mogelijk maken. Functioneel ondersteunen is breed bedoeld en omvat naast technische ondersteuning van de kernactiviteit ook facilitaire voorzieningen, facilitaire diensten zoals onderhoud, administratie of beveiliging, en faciliteiten voor personeel en bezoekers zoals een parkeerterrein.
Artikel 3.243 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen) [artikel 5.1, tweede lid, van de wet]
Bij het werken met biologische agentia kan besmettingsgevaar ontstaan. Vandaar dat voor laboratoria die gericht werken met gevaarlijke micro-organismen een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is vereist. Onder ‘gericht werken’ wordt in het Arbeidsomstandighedenbesluit verstaan het vervaardigen, bewerken, verwerken of in voorraad houden van deze agentia. Ook werkzaamheden als kweken, bewaren, vernietigen of het doen van proeven met een biologisch agens zijn daarbij inbegrepen. Dit besluit sluit aan bij het Arbeidsomstandighedenbesluit aan. Biologische agentia zijn al dan niet genetisch gemodificeerde micro-organismen, bijvoorbeeld virussen, bacteriën, schimmels of parasieten, die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken.
Artikel 3.245 (gegevens en bescheiden)
Artikel 3.245 regelt dat degene die de milieubelastende activiteit verricht vier weken van tevoren gegevens en bescheiden moet verstrekken aan het bevoegd gezag. Dit geldt ook als deze gegevens en bescheiden wijzigen. Deze informatieverplichting is iets anders dan een melding in de zin van artikel 4.4 van de wet; het daaruit voortvloeiende verbod om te starten met de activiteit is dan ook niet van toepassing.
Uit artikel 2.18 volgt welke algemene gegevens verstrekt moeten worden. Naast die algemene gegevens gaat het om:
- —
De begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht. Dit gaat om de volledige in artikel 3.242 aangewezen activiteit, dus het gehele laboratorium met inbegrip van de ondersteunende activiteiten bedoeld in het tweede lid. De bedoelde begrenzing is waar de locatie van het geheel aan activiteiten begint en ophoudt. Deze begrenzing kan bijvoorbeeld op een kaartje worden ingetekend.
- —
De verwachte datum van het begin van de activiteit. Degene die de activiteit gaat verrichten moet laten weten wanneer de kernactiviteit daadwerkelijk verricht zal worden. Het gaat hier om de verwachte datum van het begin van de activiteit; een dag vertraging in de planning leidt dus niet tot een overtreding van deze bepaling.
Het verstrekken van gegevens en bescheiden kan zowel elektronisch als per post; zie daarvoor afdeling 14.1 van het Omgevingsbesluit en de toelichting daarop.