Einde inhoudsopgave
Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten
Artikel 7
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
14-12-2025, Stcrt. 2025, 43782 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: WJZ/99470189)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-12-2025, Stcrt. 2025, 43782 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: WJZ/99470189)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
Kilowattuurmeters voldoen na ingebruikneming aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage V van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat:
- a.
de maximaal toelaatbare fout in onderdeel 3, tabel 2, telkens met een factor 1,5 wordt vermenigvuldigd;
- b.
voor metingen bij huishoudelijk gebruik van elektriciteit de meter voldoet aan de eisen van klasse A;
- c.
voor metingen bij handelsgebruik of lichtindustrieel gebruik van elektriciteit de meter voldoet aan de eisen van klasse B.
2.
Voordat een kilowattuurmeter op de bestemde plaats in gebruik wordt genomen, stelt degene die zorgdraagt voor de installatie hiervan vast of in de gegeven omstandigheden de kilowattuurmeter geschikt is voor een correcte meting van het te verwachten gebruik.