Einde inhoudsopgave
Wet griffierechten burgerlijke zaken
Artikel 19a [WHOA-griffierechten]
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
23-04-2025, Stb. 2025, 124 (uitgifte: 14-05-2025, kamerstukken: 36638)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-05-2025, Stb. 2025, 155 (uitgifte: 12-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Voor de indiening van verzoeken als bedoeld in de artikelen 42a, 371, eerste lid, 376, eerste lid, 377, derde lid, 378, eerste lid, 379, eerste lid, en 383, eerste, zevende, en achtste lid, van de Faillissementswet wordt van de verzoeker het griffierecht geheven bij de rechtbank voor andere zaken dan kantonzaken met betrekking tot een vordering van onbepaalde waarde op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.
2.
Artikel 11, eerste lid, is van toepassing.
3.
Bij de toepassing van het eerste en het tweede lid geldt, dat als het verzoek wordt gedaan door een herstructureringsdeskundige, het griffierecht wordt geheven van de schuldenaar.