Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 2.25.7 Afwijzingsgronden
Geldend
Geldend van 01-04-2026 tot 02-12-2029
- Bronpublicatie:
02-02-2026, Stcrt. 2026, 3321 (uitgifte: 11-02-2026, regelingnummer: WJZ/103742987)
- Inwerkingtreding
01-04-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
02-02-2026, Stcrt. 2026, 3321 (uitgifte: 11-02-2026, regelingnummer: WJZ/103742987)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien:
- a.
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdelen b en d, geen subsidie wordt aangevraagd of louter niet-subsidiabele kosten worden opgevoerd;
- b.
aan een aanvraag in totaal minder dan 50 punten zijn toegekend op grond van artikel 2.25.8, eerste lid;
- c.
aan een aanvraag 0 punten zijn toegekend op grond van artikel 2.25.8, eerste lid, onderdelen a tot en met d;
- d.
aan een aanvraag, na vermenigvuldiging met de desbetreffende wegingsfactor zoals bedoeld in artikel 2.25.8, derde lid, minder dan 6 punten zijn toegekend op grond van artikel 2.25.8, eerste lid, onderdeel e;
- e.
de verlening van subsidie niet in overeenstemming zou zijn met de artikelen 14, 21, 32 of 38 van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;
- f.
de subsidie wordt verleend aan een grote onderneming, die geen onderzoeksorganisatie is;
- g.
de subsidie minder bedraagt dan € 2.000.000;
- h.
niet ten minste 40% van de subsidie ten goede komt aan de activiteit, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdeel b.