Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Artikel 2.1 Het indienen van het beroepschrift, de ontvangstbevestiging en de berichtgeving hierover aan het bestuursorgaan (artikel 6:14 van de Awb)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
1.
Een partij begint een zaak door het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank.
2.
De griffier bevestigt binnen een week na ontvangst van het beroepschrift de ontvangst daarvan aan de indiener. De griffier stelt binnen dezelfde termijn het bestuursorgaan dat het besluit genomen heeft, daarvan op de hoogte. Als een bestuursorgaan niet digitaal kan worden bereikt, verzendt de griffier deze mededeling per post.
3.
In afwijking van het eerste lid van dit artikel stelt het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken (CIV) van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak in eerste aanleg het bestuursorgaan binnen een werkdag van de ontvangst op de hoogte. De zittingsplaats waaraan de zaak is toebedeeld, bericht het bestuursorgaan daarvan binnen een week.
4.
De griffier deelt het aan de zaak toegekende zaaknummer uiterlijk bij de in het eerste lid van dit artikel bedoelde mededeling aan andere partijen mee.