Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2024/1760 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van richtlijn (EU) 2019/1937 en verordening (EU) 2023/2859
Artikel 13 Zinvolle samenwerking met belanghebbenden
Geldend
Geldend vanaf 18-03-2026
- Bronpublicatie:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/470 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/470)
- Inwerkingtreding
18-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/470 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/470)
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen passende maatregelen nemen om doeltreffend samen te werken met belanghebbenden, in overeenstemming met dit artikel.
2.
Onverminderd Richtlijn (EU) 2016/943 voorzien ondernemingen bij de raadpleging van belanghebbenden deze belanghebbenden van relevante en volledige informatie teneinde deze raadplegingen doeltreffend en transparant te doen verlopen. Onverminderd Richtlijn (EU) 2016/943 mogen geraadpleegde belanghebbenden een met redenen omkleed verzoek om relevante aanvullende informatie indienen, die de onderneming binnen een redelijke termijn en in een passende en begrijpelijke vorm verstrekt. Indien de onderneming een verzoek om aanvullende informatie weigert, hebben de geraadpleegde belanghebbenden het recht op een schriftelijke rechtvaardiging van die weigering.
3.
Relevante belanghebbenden worden geraadpleegd tijdens de volgende fasen van de procedure inzake passende zorgvuldigheid:
- a)
bij het verzamelen van de nodige informatie over feitelijke of potentiële negatieve effecten, teneinde negatieve effecten op grond van de artikelen 8 en 9 vast te stellen, te beoordelen en te prioriteren;
- b)
- c)
vervallen;
- d)
bij het vaststellen van passende maatregelen met het oog op het herstel van negatieve effecten op grond van artikel 12;
4.
Wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is doeltreffend samen te werken met belanghebbenden voor zover dat nodig is om aan de voorschriften van deze richtlijn te voldoen, raadplegen ondernemingen daarnaast deskundigen die geloofwaardige inzichten kunnen verschaffen in feitelijke of potentiële negatieve effecten.
5.
Bij raadplegen van de belanghebbenden brengen ondernemingen obstakels voor samenwerking in kaart en zorgen zij ervoor, onder meer door de vertrouwelijkheid of anonimiteit te bewaren, dat de deelnemers niet te maken krijgen met vergelding of wraak.
6.
De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen de in dit artikel vastgestelde verplichtingen kunnen nakomen door middel van initiatieven van de sector of van meerdere belanghebbenden, naargelang het geval, mits de raadplegingsprocedures voldoen aan de vereisten van dit artikel. Het gebruik van initiatieven van de sector en van meerdere belanghebbenden volstaat niet om te voldoen aan de verplichting om de eigen werknemers van de onderneming en hun vertegenwoordigers te raadplegen.
7.
De samenwerking met werknemers en hun vertegenwoordigers doet geen afbreuk aan het toepasselijke Unie- en nationale recht op het gebied van werkgelegenheid en sociale rechten, noch aan de toepasselijke collectieve overeenkomsten.