Einde inhoudsopgave
Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Artikel 41
Geldend
Geldend vanaf 10-10-2010
- Redactionele toelichting
Tijdstip iwtr.: 00.00 uur in Aruba, Curacao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
- Bronpublicatie:
27-09-2010, Stb. 2010, 358 (uitgifte: 01-10-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
10-10-2010
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-09-2010, Stb. 2010, 388 (uitgifte: 01-01-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie (07-07-2010, Stb. 335).
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De rechterlijk ambtenaar in opleiding legt bij aanvang van de opleiding de eed of belofte af overeenkomstig het als bijlage bij deze algemene maatregel van rijksbestuur gehechte formulier.
2.
Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding gedurende de eerste periode van de opleiding tewerk wordt gesteld ter griffie van het Hof, legt hij de eed of belofte af ten overstaan van een lid van het Hof. Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding gedurende de eerste periode van de opleiding tewerk wordt gesteld ten parkette van het openbaar ministerie, dan legt hij de eed of belofte af ten overstaan van de hoofdofficier van justitie.
3.
Het formulier wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door de rechterlijk ambtenaar in opleiding, het lid van het Hof respectievelijk de hoofdofficier van justitie.
4.
Het origineel van het formulier wordt bewaard in het personeelsdossier van de betreffende rechterlijk ambtenaar in opleiding.
5.
Een gewaarmerkt afschrift van het origineel van het formulier wordt aan de rechterlijk ambtenaar in opleiding uitgereikt.