Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2019/997 tot vaststelling van een EU-noodreisdocument en tot intrekking van Besluit 96/409/GBVB
Artikel 4 Procedure
Geldend
Geldend vanaf 10-07-2019
- Bronpublicatie:
18-06-2019, PbEU 2019, L 163 (uitgifte: 20-06-2019, regelingnummer: 2019/997)
- Inwerkingtreding
10-07-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-06-2019, PbEU 2019, L 163 (uitgifte: 20-06-2019, regelingnummer: 2019/997)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Vrij verkeer
Burgerzaken / Reisdocumenten
1.
Lidstaten die een aanvraag voor een EU-NRD ontvangen, raadplegen zo spoedig mogelijk, en uiterlijk twee werkdagen na ontvangst van de aanvraag, overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/637, de lidstaat van nationaliteit met het oog op verificatie van de nationaliteit en de identiteit van de aanvrager.
2.
De bijstandverlenende lidstaat verstrekt de lidstaat van nationaliteit alle relevante informatie, met inbegrip van:
- a)
de achternaam en voornaam/voornamen, nationaliteit, geboortedatum en het geslacht van de aanvrager;
- b)
een gezichtsopname van de aanvrager, die door de instanties van de bijstandverlenende lidstaat moet worden gemaakt op het moment van de aanvraag, of, indien zulks niet haalbaar is, een gescande of digitale foto van de aanvrager op basis van de normen die zijn vastgesteld in deel 3 van document 9303 van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) inzake machineleesbare reisdocumenten (zevende uitgave, 2015) (‘ICAO-document 9303’);
- c)
een kopie of scan van een identificatiemiddel dat voorhanden is, zoals een identiteitskaart of rijbewijs, en, indien beschikbaar, het type en het nummer van het te vervangen document en het nationale registratie- of socialezekerheidsnummer.
3.
Zo spoedig mogelijk, en uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie, antwoordt de lidstaat van nationaliteit op de raadpleging overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Richtlijn (EU) 2015/637 en bevestigt hij of de aanvrager zijn onderdaan is. Indien de lidstaat van nationaliteit niet binnen drie werkdagen kan antwoorden, stelt hij de bijstandverlenende lidstaat daar binnen die termijn van in kennis en geeft hij een indicatie van de verwachte responstijd. De bijstandverlenende lidstaat stelt de aanvrager daarvan in kennis. Na bevestiging van de nationaliteit van de aanvrager verstrekt de bijstandverlenende lidstaat de aanvrager zo spoedig mogelijk, en uiterlijk twee werkdagen na ontvangst van de bevestiging, een EU-NRD.
4.
Indien de lidstaat van nationaliteit er bezwaar tegen maakt dat aan een van zijn onderdanen een EU-NRD wordt afgegeven, stelt hij de bijstandverlenende lidstaat daarvan in kennis. In dat geval wordt geen EU-NRD afgegeven en neemt de lidstaat van nationaliteit de verantwoordelijkheid voor het verlenen van consulaire bescherming aan zijn onderdaan op zich, in overeenstemming met zijn wettelijke verplichtingen en de praktijk. In nauw overleg met de lidstaat van nationaliteit stelt de bijstandverlenende lidstaat de aanvrager daarvan in kennis.
5.
In gemotiveerde gevallen mogen de lidstaten de in de leden 1 en 3 vastgestelde termijnen overschrijden.
6.
In uiterst dringende gevallen mag de bijstandverlenende lidstaat een EU-NRD afgeven zonder voorafgaande raadpleging van de lidstaat van nationaliteit. Alvorens daartoe over te gaan, moeten de beschikbare communicatiemiddelen met de lidstaat van nationaliteit zijn uitgeput. De bijstandverlenende lidstaat stelt de lidstaat van nationaliteit er zo spoedig mogelijk van in kennis dat een EU-NRD is afgegeven, met vermelding van de identiteit van de persoon aan wie het EU-NRD is afgegeven. Die kennisgeving bevat alle gegevens die in het EU-NRD zijn opgenomen.
7.
De instantie van de lidstaat die het EU-NRD heeft afgegeven, slaat een kopie of scan van het afgegeven EU-NRD op en zendt een tweede kopie of scan toe aan de lidstaat van nationaliteit van de aanvrager.
8.
De houder van een EU-NRD wordt verzocht het EU-NRD te retourneren, ongeacht of dit reeds is verstreken, zodra hij op de eindbestemming is aangekomen.
9.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen een gestandaardiseerd EU-NRD-aanvraagformulier vaststellen, dat tevens informatie bevat over de verplichting om het EU-NRD bij aankomst te retourneren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.