Einde inhoudsopgave
Besluit financiële markten BES
Artikel 10A:11 (buitengewone bijdragen)
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
04-10-2024, Stcrt. 2024, 304 (uitgifte: 22-10-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
04-10-2024, Stcrt. 2024, 304 (uitgifte: 22-10-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Financiële dienstverlening / Financieel toezicht
1.
Indien de Stichting een kennisgeving als bedoeld in artikel 10A:10 heeft gedaan, kunnen ter verkrijging van de benodigde financiële middelen buitengewone bijdragen worden geheven. De Nederlandsche Bank bepaalt de hoogte van de buitengewone bijdragen die jaarlijks worden geheven zolang de in het depositogarantiefonds aanwezige middelen niet toereikend zijn.
2.
De buitengewone bijdrage is gebaseerd op de depositobasis en wordt jaarlijks geheven bij alle kredietinstellingen waarop het depositogarantiestelsel van toepassing is.
3.
De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de door een kredietinstelling op grond van het tweede lid verschuldigde buitengewone bijdrage vast overeenkomstig bijlage 2b bij dit besluit.
4.
Het in enig kalenderjaar door een kredietinstelling op grond van het tweede lid te betalen bedrag, is niet groter dan 0,5% van de gegarandeerde deposito’s van die kredietinstelling. Indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een kredietinstelling daartoe aanleiding geeft, kan de Nederlandsche Bank een lager percentage vaststellen.