Einde inhoudsopgave
Verdrag tusschen Nederland en Argentinië tot wederkeerige uitlevering van misdadigers
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 20-02-1898
- Bronpublicatie:
07-09-1893, Stb. 1898, 29 (uitgifte: 31-01-1898, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
20-02-1898
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-09-1893, Stb. 1898, 29 (uitgifte: 31-01-1898, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
De feiten, die tot uitlevering aanleiding kunnen geven, zijn de volgende:
- 1°
doodslag, tenzij gepleegd, ter rechtmatige zelfverdediging of uit onvoorzichtigheid;
- 2°
moord;
- 3°
vadermoord;
- 4°
kinderdoodslag of kindermoord;
- 5°
vergiftiging;
- 6°
het opzettelijk veroorzaken van de afdrijving of den dood der vrucht eener vrouw;
- 7°
opzettelijke verwondingen, die den dood ten gevolge hebben gehad zonder dat daartoe het oogmerk bestond, of zware en voortdurende verminking van eenig lichaamsdeel of lichaamsorgaan;
- 8°
verkrachting of elk ander vergrijp tegen de zedelijkheid met geweld gepleegd;
- 9°
vergrijp tegen de zedelijkheid met of zonder geweld gepleegd tegenover kinderen van het eene of het andere geslacht beneden den leeftijd van veertien jaren;
- 10°
dubbel huwelijk;
- 11°
oplichting of wegvoering, verberging, wegmaking of onderschuiving van kinderen;
- 12°
oplichting of wegvoering van minderjarigen;
- 13°
het namaken of vervalschen van muntspeciën of muntpapier met het oogmerk om die muntspeciën of dat muntpapier als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven; het uitgeven of het in omloop brengen van valsche of geschonden muntspeciën of van valsch of vervalscht mnntpapier[lees: muntpapier]; het namaken of vervalschen van zegels en merken van den Staat, voor zoover de wetten der beide landen op dien grond uitlevering toelaten;
- 14°
valschheid in openbare of onderhandsche geschriften, in wisselbrieven, wettigen koers hebbend credietpapier of ander handelspapier en het met opzet gebruik maken dier vervalschte stukken, voor zoover de wetten der beide landen voor die feiten uitlevering toelaten;
- 15°
valsch getuigenis, omkooping van getuigen of meineed in civiele of strafzaken;
- 16°
omkooping van ambtenaren, voor zoover de wetten der beide landen op dien grond uitlevering toelaten;
- 17°
verduistering of malversatie van publieke fondsen, knevelarij gepleegd door openbare ambtenaren of bewaarders;
- 18°
opzettelijke brandstichting, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander te duchten is; brandstichting met het oogmerk om zich of een ander, ten nadeele van den verzekeraar of van den wettigen houder van een bodemerijbrief, wederrechtelijk te bevoordeelen;
- 19°
opzettelijke belemmering van het verkeer op de spoorwegen, die het leven der reizigers in gevaar heeft gebracht;
- 20°
openlijk geweld met vereenigde krachten tegen personen of goederen;
- 21°
diefstal gepleegd met geweld tegen personen of eigendommen;
- 22°
het opzettelijk en wederrechtelijk doen zinken of doen stranden, vernielen, onbruikbaar maken of beschadigen van een schip, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;
- 23°
muiterij en verzet van schepelingen of passagiers aan boord van een schip;
- 24°
oplichting;
- 25°
verduistering van fondsen, goederen, documenten en alle openbare en bijzondere eigendomstitels, gepleegd door hen aan wie dezelve ter bewaring waren toevertrouwd, of bedriegelijke ontvreemding dier zaken door hen, die deelgenooten waren of werkzaam gesteld in de inrichting, waar het feit is gepleegd;
- 26°
bedriegelijke bankbreuk.
Onder de voorgaande qualificatiën zijn begrepen de poging en de medeplichtigheid, voor zoover zij strafbaar gesteld zijn bij de strafwetgeving der contracteerende landen.
De uitlevering zal worden toegestaan voor de hierboven vermelde feiten, indien de te laste gelegde feiten strafbaar zijn met ten minste één jaar vrijheidsstraf als maximum.