Einde inhoudsopgave
Besluit lijfrenten in de winstsfeer (verzamelbesluit)
3.2.2 Juridische fusie
Geldend
Geldend vanaf 06-02-2025
- Bronpublicatie:
27-01-2025, Stcrt. 2025, 4155 (uitgifte: 05-02-2025, regelingnummer: 2025-3211)
- Inwerkingtreding
06-02-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-01-2025, Stcrt. 2025, 4155 (uitgifte: 05-02-2025, regelingnummer: 2025-3211)
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Winst
Bij overgang van de lijfrenteverplichting in het kader van een juridische fusie is, analoog aan de situatie bij splitsing, in beginsel de andere-verzekeraarsanctie van toepassing. Juridische fusies waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden van onderdeel 3.2. vallen onder de werking van dat onderdeel.
Uitbreiding toestemming aan de inspecteur voor bepaalde verzoeken
Aanvullende goedkeuring acht ik passend als de verdwijnende rechtspersoon geen onderneming drijft in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001, maar de verkrijgende rechtspersoon wel een dergelijke onderneming drijft of een aandelenbezit heeft van ten minste 50% in een vennootschap die een onderneming drijft in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001. Dit aandelenbezit moet ten minste 50% van de statutaire stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen en in alle gevallen recht geven op ten minste 50% van de winst en ten minste 50% van het vermogen van die vennootschap. Deze aanvullende goedkeuring acht ik passend vanwege het bijzondere karakter van een juridische fusie en de omstandigheid dat bij een juridische fusie men veelal de keuze heeft om de bv met de lijfrenteverplichting(en) te laten optreden als hetzij de verkrijgende rechtspersoon, hetzij de verdwijnende rechtspersoon.
Ik verleen de inspecteur toestemming ook in dergelijke situaties ontheffing van de andere-verzekeraarsanctie te verlenen, onder (overeenkomstige) toepassing van de in onderdeel 3.2. vermelde voorwaarden.
Niet onder de toestemming aan de inspecteur vallende verzoeken
Verzoeken waarbij niet wordt voldaan aan de hiervoor vermelde voorwaarden worden door de inspecteur, met een toelichting op de reden voor doorzending, ter behandeling doorgestuurd naar Belastingdienst / Corporate Dienst Directie Vaktechniek, Brieven en beleidsbesluiten / VPB-winst, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Net als bij de juridische splitsing (zie onderdeel 3.2.1) zullen in dit geval de voorwaarden (mede) zijn gericht op een bestendige band dan wel het tot stand brengen van een band tussen de lijfrenteverplichting(en) en de onderneming(en) in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001.