Einde inhoudsopgave
Verzamelbesluit pensioenen
6 Overgangsrecht artikel 38c Wet LB
Geldend vanaf 27-02-2025. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-07-2023
- Redactionele toelichting
Dit onderdeel is opnieuw ingevoegd. Onderdeel 6 (oud) vernummerd tot onderdeel 7.
- Bronpublicatie:
06-02-2025, Stcrt. 2025, 5878 (uitgifte: 26-02-2025, regelingnummer: 2025-2109)
- Inwerkingtreding
27-02-2025, terugwerkend tot: 01-07-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-02-2025, Stcrt. 2025, 5878 (uitgifte: 26-02-2025, regelingnummer: 2025-2109)
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Pensioenregeling
In de praktijk is in de verzekeringsovereenkomst tussen de werkgever en de verzekeraar veelal vastgelegd dat een arbeidsongeschikte (ex-)werknemer een rechtstreekse vordering op de verzekeraar heeft op voortzetting van de betaling van overeengekomen premiebedragen voor pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Daarbij is in bepaalde situaties overeengekomen dat de pensioenregeling, waarin een (ex-)werknemer deelneemt op het moment dat hij ziek wordt, bepalend is voor de hoogte en voortzetting van deze premiebedragen. In verzekeringstermen is sprake van een uitlooprisico; het risico dat wordt gedragen door de verzekeraar van de pensioenregeling waarin de werknemer deelnemer was op de eerste ziektedag. Dus als de werkgever de pensioenregeling onderbrengt bij een andere verzekeraar, is het uitlooprisico voor de oude verzekeraar. Deze afspraken zijn bedoeld om werknemers die ziek zijn te beschermen tegen inkomensverlies bij onder meer collectieve beëindigingen.
Artikel 38c Wet LB voorziet in overgangsrecht met betrekking tot de voortgezette premiebetaling in geval van arbeidsongeschiktheid. Met dit overgangsrecht wordt een reeds bestaande voortgezette premie-inleg gerespecteerd voor pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid die bestond voor de inwerkingtreding van de WTP. Daarnaast wordt ook een voor 1 januari 2029 ingegane voortgezette premie-inleg gerespecteerd voor pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid op grond van een pensioenregeling waaraan op grond van artikel 38q Wet LB is deelgenomen. Dit is alleen mogelijk als de werknemer niet al deelnemer is geworden aan een pensioenregeling waarop hoofdstuk IIB, Wet LB zoals dat geldt vanaf de inwerkingtreding van de WTP, van toepassing is. De premie-inleg mag in deze gevallen uitstijgen boven de fiscaal maximale grens van artikel 18a, eerste lid, Wet LB. Indien een pensioenregeling eenmaal is aangepast aan de WTP en daarna de premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid aanvangt, is het fiscaal niet langer toegestaan om daarbij het oude pensioenstelsel (zoals gold voor 1 juli 2023) toe te passen. Hiermee wordt de pensioenregeling namelijk onzuiver. Dit betekent dat een zieke werknemer die arbeidsongeschikt wordt en die aanspraak kan maken op voorgezette premie-inleg in de oude pensioenregeling die gold op de eerste ziektedag geconfronteerd kan worden met het onzuiver worden van die pensioenregeling.
Met het wetsvoorstel Wet toezeggingen pensioenonderwerpen wordt de Wet LB op dit punt aangepast. De beoogde inwerkingtredingsdatum van het Wetsvoorstel Wet toezeggingen pensioenonderwerpen is 1 januari 2026. Indien pensioenregelingen voor de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel worden aangepast aan de WTP, is het op grond van de huidige wet niet in alle gevallen fiscaal toegestaan om bij premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid de pensioenregeling te volgen zoals die gold op de eerste ziektedag van de werknemer. Deze uitwerking acht ik ongewenst daarom keur ik met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat een premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid kan plaatsvinden in de pensioenregeling die gold op de eerste ziektedag van de werknemer, zonder dat de pensioenregeling onzuiver wordt, ook al is de pensioenregeling van de zieke werknemer inmiddels aangepast naar een pensioenregeling waarop hoofdstuk IIB Wet LB van toepassing is zoals dat geldt na inwerkingtreding van de WTP. Ik merk hierbij op dat artikel 38c, eerste lid, onderdelen b en c, Wet LB en het tweede en derde lid van artikel 38c Wet LB onverkort van toepassing blijven.
Bovenstaande goedkeuring vervalt indien deze in de Wet LB is gecodificeerd.