Einde inhoudsopgave
Besluit kwaliteit leefomgeving - Nota van toelichting
8.1.4.1 Algemeen: voorkomen, beperken en bestrijden van rampen
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 292 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 292 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
In het omgevingsplan moet rekening gehouden worden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Deze instructieregel is breed geformuleerd; hij is niet beperkt tot rampscenario's waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn maar geldt ook voor andere voorvallen die kunnen leiden tot een ontruiming van een gebied.
De instructieregel is mede terug te voeren op de verplichtingen die gemeenten hebben op basis van de Wet veiligheidsregio's. De feitelijke voorbereiding van de rampenbestrijding is geregeld in de Wet veiligheidsregio's. Het omgevingsplan is het instrument om bij de inrichting van een gebied rekening te houden met mogelijke rampscenario's. Gemeenten worden ondersteund door de veiligheidsregio als het gaat om waarborgen van de veiligheid, op basis van de bij de Wet veiligheidsregio's opgedragen taken. Door de veiligheidsregio vroeg in het planproces te betrekken, kunnen gemeenten op weloverwogen wijze uitvoering geven aan de uit de instructieregel voortvloeiende verplichting (zie verder paragraaf 3.2.1 van deze toelichting over de betrokkenheid van de veiligheidsregio).
Zoals in paragraaf 2.3.2.3 van deze toelichting is aangeven betekent ‘rekening houden met’ een inhoudelijke sturing op de door het bestuursorgaan te maken belangenafweging.
De instructieregel draagt bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De samenhang met de Wet veiligheidsregio's brengt mee dat die wet — en in het bijzonder artikel 10 daarvan — bij de op grond van de instructieregel te maken afweging in ogenschouw genomen moet worden. Ter uitvoering van de instructieregel zal de gemeente advies moeten inwinnen bij de veiligheidsregio en dat advies bij de toedeling van functies aan locaties moeten betrekken.
De instructieregel is terug te voeren op verschillende verplichtingen uit voormalig recht, waaronder het vereiste van een goede ruimtelijke ordening van de Wet ruimtelijke ordening, verplichtingen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen op grond waarvan in de verantwoording van het groepsrisico ook de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid bij rampen meegenomen moesten worden en de verplichtingen uit het Bouwbesluit 2012 over de bereikbaarheid voor de hulpdiensten.
De instructieregel bevat een open norm. Ook dat sluit aan bij het voormalige recht waarin grotendeels afwegings-, motiverings- en verantwoordingsverplichtingen waren opgenomen. Het bevoegd gezag beschikt daarmee over afwegingsruimte en kan — op basis van advies van de veiligheidsregio — een op de lokale situatie afgestemde invulling geven aan het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen.
Bij de inrichting van een gebied dient het bevoegd gezag met verschillende aspecten rekening te houden, waaronder de zelfredzaamheid; het vermogen van mensen om zich in veiligheid te brengen in een gebied waar een ramp of zwaar ongeval optreedt. Ook moet rekening worden gehouden met de hulp die mensen nodig kunnen hebben. Hierbij moeten de toegankelijkheid van het gebied voor de hulpdiensten (brandweer, ambulance en politie) en de mogelijkheden voor de rampbestrijding (bestrijdbaarheid en bluswatervoorzieningen) worden betrokken, alsook de vraag of de omgeving voldoende mogelijkheden biedt om te schuilen. Daarnaast moeten de mogelijke effecten van een ramp of zwaar ongeval op de infrastructuur worden bezien. Als een ramp of zwaar ongeval er bijvoorbeeld toe leidt dat een groot gebied zonder stroom komt te zitten, de drinkwatervoorziening uitvalt, een belangrijke verkeersader is uitgeschakeld of een gebied niet langer bereikbaar is voor mobiel telefoonverkeer, leidt dat tot (verdere) ontwrichting.
Ook voor waterschappen, provincies en het Rijk is de instructieregel van belang als zij met een projectbesluit voorzien in projecten in de fysieke leefomgeving. Ook dan dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, beperken en te bestrijden.
De hierna in paragraaf 8.1.4.2 toegelichte instructieregels over externe veiligheid zijn ook van belang voor het voorkomen en beperken van rampen en zware ongevallen. Deze instructieregels hebben betrekking op rampen en zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen en windturbines betrokken zijn. Voor wat betreft het groepsrisico wordt gewerkt met aandachtsgebieden rond een activiteit met externe veiligheidsrisico's. Voor de hier aan de orde zijnde instructieregel is van belang dat deze ook van toepassing is buiten de aandachtsgebieden.
Naast de instructieregels over externe veiligheid zullen via invoeringsregelgeving regels gesteld worden voor de waterveiligheid. Regels over (externe) veiligheid rond luchthavens worden ook op een later moment ingevoegd.