Einde inhoudsopgave
Tijdelijke wet Groningen
Artikel 13n
Geldend
Geldend vanaf 22-01-2026
- Bronpublicatie:
19-02-2025, Stb. 2025, 62 (uitgifte: 13-03-2025, kamerstukken: 36566)
- Inwerkingtreding
22-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-01-2026, Stb. 2026, 8 (uitgifte: 21-01-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Justitie en Veiligheid
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Mijnbouw
Staatsrecht / Bestuur
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
Bestuursprocesrecht / Beroep
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
1.
Als een bijzonder doeleinde als bedoeld in artikel 37b van de Wet op de rechtsbijstand waarvoor het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechtsbijstand, subsidie verstrekt, wordt aangemerkt het verlenen van rechtsbijstand overeenkomstig de Wet op de rechtsbijstand aan een eigenaar van een gebouw bij:
- a.
het proces, bedoeld in artikel 2, vanaf het indienen van een zienswijze in het kader van de aanvraag om vergoeding van schade bij het Instituut
- b.
de versterking, bedoeld in hoofdstuk 5, vanaf de ontvangst van de beoordeling, bedoeld in artikel 13i, derde lid.
2.
Het inroepen van advies van een bouwkundige, bodemdeskundige, ecoloog, hydroloog of financiële deskundige in het kader van het verlenen van rechtsbijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als een bijzonder doeleinde waarvoor het bestuur van de raad voor rechtsbijstand met het oog op de verlening van rechtsbijstand een subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 37c van de Wet op de rechtsbijstand.
3.
Onze Minister voor Rechtsbescherming verleent de goedkeuring, bedoeld in artikel 37b, vijfde lid, van de Wet op de rechtsbijstand aan de krachtens artikel 37b, derde lid, of artikel 37c van de Wet op de rechtsbijstand vast te stellen regels voor de verstrekking van de subsidies, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit tot goedkeuring van de door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand te stellen regels aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4.
Het Instituut verstrekt aan de eigenaar van een gebouw een vergoeding voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch en financieel advies ten behoeve van het proces, bedoeld in artikel 2, vanaf het indienen van een zienswijze in het kader van de aanvraag om vergoeding van schade, indien dit advies niet wordt ingeroepen in het kader van het verlenen van rechtsbijstand.
5.
Onze Minister verstrekt aan de eigenaar van een gebouw een vergoeding voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch en financieel advies ten behoeve van de versterking, bedoeld in hoofdstuk 5, vanaf de ontvangst van de beoordeling, bedoeld in artikel 13i, derde lid, en de uitvoering van de versterkingsmaatregelen, indien dit advies niet wordt ingeroepen in het kader van het verlenen van rechtsbijstand.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen het eerste en vijfde lid van overeenkomstige toepassing worden verklaard ten aanzien van besluiten tot versterking van gebouwen of onderdelen daarvan waarop hoofdstuk 5, op grond van artikel 13a, tweede lid, niet van toepassing is verklaard. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
7.
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over het verstrekken van de vergoeding, bedoeld in het vierde en vijfde lid.