Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 35 Voor toezichtsdoeleinden te verstrekken informatie
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij de toezichthoudende autoriteiten de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie indienen, rekening houdend met de in de artikelen 27 en 28 vastgelegde doelstellingen van het toezicht en met de in artikel 29 vastgelegde algemene toezichtvoorschriften, met name het proportionaliteitsbeginsel. Deze informatie bevat ten minste de gegevens die bij de uitvoering van het in artikel 36 bedoelde proces nodig zijn om:
- a)
beoordelen van het door de ondernemingen toegepaste governancesysteem, de door hen verrichte werkzaamheden, de voor solvabiliteitsdoeleinden gehanteerde waarderingsgrondslagen, de risico's en de Risk managementsystemen en hun kapitaalstructuur, -behoeften en -beheer;
- b)
op basis van de uitoefening van hun toezichthoudende rechten en plichten elke passende beslissing te kunnen nemen.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheden hebben voor het volgende:
- a)
zij mogen de aard, de reikwijdte en het model van de in lid 1 bedoelde informatie vaststellen en deze informatie bij verzekerings- en herverzekeringsondernemingen opvragen:
- i)
in van tevoren bepaalde perioden;
- ii)
wanneer zich van tevoren omschreven gebeurtenissen voordoen;
- iii)
bij onderzoek naar de situatie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
- b)
zij mogen alle informatie inwinnen over overeenkomsten die in het bezit zijn van tussenpersonen, of over overeenkomsten die met derden worden aangegaan;
- c)
zij mogen informatie opvragen bij externe deskundigen, zoals accountants en actuarissen.
3.
De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bestaat uit:
- a)
kwalitatieve of kwantitatieve elementen of een passende combinatie daarvan;
- b)
historische, huidige of prospectieve elementen of een passende combinatie daarvan;
- c)
gegevens uit interne of externe bronnen of een passende combinatie daarvan.
4.
In de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie worden de volgende uitgangspunten in acht genomen:
- a)
er moet rekening worden gehouden met de aard, omvang en complexiteit van de werkzaamheden van de betrokken onderneming, en met name met de risico's die aan die werkzaamheden verbonden zijn;
- b)
zij moet toegankelijk, in alle essentiële opzichten volledig, vergelijkbaar en in de tijd gezien consistent zijn; en
- c)
zij moet relevant, betrouwbaar en begrijpelijk zijn.
5.
De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten beschikken over passende systemen en structuren om aan de leden 1 tot en met 4 te voldoen, en over een door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming goedgekeurde schriftelijk vastgelegde beleidslijn die waarborgt dat de ingediende informatie altijd correct is.
5 bis.
Rekening houdend met de in de leden 1, 2 en 3 voorgeschreven informatie en de in lid 4 vastgestelde beginselen, zorgen de lidstaten ervoor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij de toezichthoudende autoriteiten een periodiek toezichtsverslag indienen met informatie over de bedrijfsactiviteiten en de prestaties, het governancesysteem, het risicoprofiel, de waardering voor solvabiliteitsdoeleinden en het kapitaalbeheer van de onderneming in de rapportageperiode.
De frequentie van het periodieke toezichtsverslag is:
- a)
voor kleine en niet-complexe ondernemingen om de drie jaar, of, indien toegestaan door de toezichthoudende autoriteit, ten hoogste om de vijf jaar;
- b)
voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die geen kleine en niet-complexe onderneming zijn om de drie jaar.
Voor de toepassing van punt b) van de tweede alinea kan een toezichthoudende autoriteit, indien dat nodig wordt geacht, van ondernemingen waarop zij toezicht houden, verlangen dat zij vaker verslag uitbrengen.
6.
Vervallen.
7.
Vervallen.
8.
Vervallen.
9.
De Commissie vult deze richtlijn aan door overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere invulling van:
- a)
de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel bedoelde informatie;
- b)
de criteria voor beperkte rapportage aan de toezichthoudende autoriteit voor verzekeringscaptives en herverzekeringscaptives, rekening houdend met de aard, omvang en complexiteit van de risico's van die specifieke soorten ondernemingen, teneinde te zorgen voor een passende convergentie van de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit.
10.
Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te waarborgen, ontwikkelt de Eiopa ontwerpen van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de regelmatige rapportage aan de toezichthouder voor de templates voor indiening van de te verstrekken informatie aan de toezichthoudende autoriteiten, als bedoeld in de leden 1 en 2, inclusief de risicogebaseerde drempels die de aanleiding vormen voor rapportagevereisten indien van toepassing of de vrijstelling van specifieke informatie voor bepaalde soorten ondernemingen zoals verzekeringscaptives en herverzekeringscaptives, rekening houdend met de aard, omvang en complexiteit van de risico's van specifieke soorten ondernemingen. De Eiopa ontwikkelt IT-oplossingen, met inbegrip van rapportagetemplates en -instructies voor de in de leden 1 en 2 bedoelde rapportage.
De EIOPA legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 30 juni 2015 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.
11.
Vervallen.
12.
Uiterlijk op 29 januari 2027 dient de Eiopa bij de Commissie een verslag in over mogelijke maatregelen, inclusief wijzigingen van de wetgeving, om een geïntegreerde gegevensverzameling te ontwikkelen teneinde:
- a)
overlappingen en inconsistenties tussen de rapportagekaders in de verzekeringssector en andere financiële sectoren te verminderen;
- b)
een betere standaardisering van gegevens en een efficiëntere uitwisseling en efficiënter gebruik van de gegevens die al binnen een verslagleggingskader van de Unie door een relevante bevoegde autoriteit, zowel op Unie- als op nationaal niveau, worden gerapporteerd, en
- c)
de nalevingskosten te verminderen:
De Eiopa geeft prioriteit aan informatie over de rapportage met betrekking tot instellingen voor collectieve belegging en derivaten, maar beperkt zich daar niet toe.
Bij de opstelling van het in de eerste alinea bedoelde verslag werkt de Eiopa nauw samen met de andere Europese toezichthoudende autoriteiten en de Europese Centrale Bank (ECB), en waar nodig betrekt zij de nationale bevoegde autoriteiten daarbij.