Einde inhoudsopgave
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Artikel 12 Hulp aan slachtoffers
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2008
- Bronpublicatie:
16-05-2005, Trb. 2006, 99 (uitgifte: 12-05-2006, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-05-2010, Trb. 2010, 160 (uitgifte: 25-05-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
1.
Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om slachtoffers te helpen bij hun fysieke, geestelijke en sociale herstel. Dergelijke hulp omvat ten minste:
- a.
een levensstandaard die hen in staat stelt in hun onderhoud te voorzien, door middel van maatregelen als: passende en veilige huisvesting, psychologische en materiële ondersteuning;
- b.
toegang tot spoedeisende medische behandeling;
- c.
zo nodig hulp bij vertaling en vertolking;
- d.
advisering en informatie, in het bijzonder inzake hun wetgevende rechten en de diensten die aan hen ter beschikking staan, in een taal die zij kunnen begrijpen;
- e.
bijstand om mogelijk te maken dat hun rechten naar voren worden gebracht en hun belangen worden behartigd en dat daarmee rekening wordt gehouden in de desbetreffende fasen van de strafrechtelijke procedure tegen de daders;
- f.
toegang tot onderwijs voor kinderen.
2.
Elke Partij houdt naar behoren rekening met de behoeften van het slachtoffer wat betreft veiligheid en bescherming.
3.
Daarnaast verstrekt elke Partij de nodige medische of andere hulp aan slachtoffers die legaal op hun grondgebied verblijven, niet over adequate middelen beschikken en dergelijke hulp nodig hebben.
4.
Elke Partij neemt de regels aan ingevolge welke slachtoffers die legaal op hun grondgebied verblijven, recht hebben op toegang tot de arbeidsmarkt, beroepsopleidingen en onderwijs.
5.
Elke Partij neemt maatregelen, wanneer van toepassing en onder de voorwaarden voorzien in haar nationale recht, om samen te werken met niet-gouvernementele organisaties, andere relevante organisaties of onderdelen van het maatschappelijk middenveld die zich bezighouden met hulp aan slachtoffers.
6.
Elke Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen aan die nodig kunnen zijn om te waarborgen dat hulp aan een slachtoffer niet afhankelijk wordt gemaakt van zijn of haar bereidheid als getuige op te treden.
7.
Ten behoeve van de uitvoering van de bepalingen van dit artikel, waarborgt elke Partij dat diensten worden geleverd op basis van wederzijds goedvinden en voldoende informatie, daarbij naar behoren rekening houdend met de bijzondere behoeften van personen in een kwetsbare positie en de rechten van kinderen wat betreft huisvesting, onderwijs en passende gezondheidszorg.