Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) Nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie
Artikel 16 bis Adviezen
Geldend
Geldend vanaf 10-11-2025
- Bronpublicatie:
08-10-2025, PbEU L 2025, 2025/2088 (uitgifte: 21-10-2025, regelingnummer: 2025/2088)
- Inwerkingtreding
10-11-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-10-2025, PbEU L 2025, 2025/2088 (uitgifte: 21-10-2025, regelingnummer: 2025/2088)
- Vakgebied(en)
Bankzaken (V)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Financiële dienstverlening / Financieel toezicht
1.
De Autoriteit kan op verzoek van het Europees Parlement, van de Raad of van de Commissie, of op eigen initiatief, aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie adviezen verstrekken over alle aangelegenheden die verband houden met haar bevoegdheidsgebied.
In haar adviezen kan de Autoriteit waar passend ingaan op de werking van de geldende wetgevingshandelingen, en ook op de vraag of het passend is overbodige of achterhaalde rapportage- en openbaarmakingsvereisten in het Unierecht of in maatregelen van het nationale recht tot omzetting van het Unierecht te schrappen.
Om adviezen uit te brengen over geldende wetgevingshandelingen als bedoeld in de tweede alinea, kan de Autoriteit alle belanghebbenden specifiek over die aangelegenheid raadplegen en rekening houden met hun inbreng. De Commissie kan na bestudering van die adviezen waar passend bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel indienen.
2.
Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een openbare raadpleging of een technische analyse omvatten.
3.
Met betrekking tot de in artikel 22 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde beoordelingen, waarvoor volgens dat artikel overleg tussen bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten vereist is, kan de Autoriteit, op verzoek van een van de betrokken bevoegde autoriteiten, een advies uitbrengen en bekendmaken over dat soort beoordelingen. Het advies wordt terstond uitgebracht, maar hoe dan ook vóór het eind van de in dat artikel bedoelde beoordelingsperiode.
4.
Op verzoek van het Europees Parlement, van de Raad of van de Commissie, kan de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van technisch advies voorzien op de gebieden als bedoeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen.