Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 32 Licentieverlening
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
Een Uniemodel kan het voorwerp zijn van een licentie voor de gehele Unie of voor een deel daarvan. Een licentie kan al dan niet exclusief zijn.
2.
De aan het Uniemodel verbonden rechten kunnen door de houder worden ingeroepen tegen een licentiehouder die handelt in strijd met een van de bepalingen van de licentieovereenkomst inzake:
- a)
de duur van de licentie;
- b)
de vorm waarin het model mag worden gebruikt;
- c)
de reeks voortbrengselen waarvoor de licentie is verleend;
- d)
de kwaliteit van de onder de licentie door de licentiehouder vervaardigde voortbrengselen.
3.
Tenzij in de licentieovereenkomst anders is vermeld, kan de licentiehouder een vordering wegens inbreuk op een Uniemodel alleen instellen met toestemming van de houder van dat model. De houder van een exclusieve licentie kan deze vordering echter wel instellen indien de houder van het Uniemodel, na daartoe te zijn aangemaand, niet zelf binnen een redelijke termijn een vordering wegens inbreuk instelt.
4.
Een licentiehouder is gerechtigd in de vordering wegens inbreuk die de houder van het Uniemodel aanhangig heeft gemaakt, op te treden om de geleden schade vergoed te krijgen.