Einde inhoudsopgave
Regeling jaarverslaggeving onderwijs
Bijlage 5 Compact bestuursverslag
Geldend
Geldend vanaf 15-04-2026
- Bronpublicatie:
03-04-2026, Stcrt. 2026, 14102 (uitgifte: 14-04-2026, regelingnummer: FEZ/1826269)
- Inwerkingtreding
15-04-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-04-2026, Stcrt. 2026, 14102 (uitgifte: 14-04-2026, regelingnummer: FEZ/1826269)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Onderwijsrecht / Primair onderwijs
Onderwijsrecht / Voortgezet onderwijs
Overheidsfinanciën / Bijzondere onderwerpen
Onderwijsrecht / Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
Onderwijsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze bijlage behoort bij artikel 3a, derde lid, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Deze bijlage betreft de toelichting en de minimale vereisten waar een compact bestuursverslag van een bevoegd gezag dat toepassing geeft aan artikel 3a, aan moet voldoen.
Toelichting
De bepalingen van artikel 3a en deze bijlage hebben expliciet betrekking op het bestuursverslag. Indien een bevoegd gezag, onder toepassing van artikel 3a en bijlage 5, een compact bestuursverslag opstelt, laat dit de vereisten voor de jaarrekening onverlet.
Bij het opstellen van een compact bestuursverslag is het bepaalde in artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht. De vereisten die voortvloeien uit deze regeling of uit andere wet- of regelgeving blijven onverlet van toepassing, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald. Deze vereisten zijn niet in deze bijlage opgenomen.
Het toepassen van artikel 3a en deze bijlage is niet verplicht. Het is een keuze van het bevoegd gezag.
Minimale vereisten
- 1.
Toelichtingen in het bestuursverslag gelden niet in plaats van die bij de jaarrekening horen. De toelichtingen in het bestuursverslag mogen niet in strijd zijn met de toelichtingen bij de jaarrekening.
- 2.
Het bestuursverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening.
- 3.
Specificaties en toelichting in het bestuursverslag gebeurt op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag.
- 4.
Het bestuursverslag geeft een getrouw beeld van:
- a.
het gevoerde beleid;
- b.
van de toestand op de balansdatum,
- c.
de ontwikkelingen gedurende het boekjaar en
- d.
de resultaten van de financiële gegevens die in de jaarrekening zijn opgenomen.
- 5.
In het bestuursverslag worden mededelingen gedaan omtrent de verwachte gang van zaken van relevante beleidsontwikkelingen en afwijkingen ten opzichte van in het vorig bestuursverslag genoemde trendmatige ontwikkelingen.
- 6.
Het bestuursverslag geeft een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de rechtspersoon wordt geconfronteerd.
- 7.
In het bestuursverslag worden de doelstellingen en het beleid inzake risicobeheer vermeld.
- 8.
Het bevoegd gezag neemt in het bestuursverslag informatie op over de volgende zaken om zo inzicht te bieden in:
- a.
de juridische structuur van de onderwijsinstelling;
- b.
de interne organisatiestructuur;
- c.
de ontwikkelingen van de governancestructuur;
- d.
huisvesting;
- e.
personele bezetting;
- f.
klachtbehandeling.