Einde inhoudsopgave
Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO
Bijlage 3
Geldend
Geldend vanaf 20-03-2025
- Bronpublicatie:
10-03-2025, Stcrt. 2025, 9407 (uitgifte: 19-03-2025, regelingnummer: CvTE-25.00544)
- Inwerkingtreding
20-03-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-03-2025, Stcrt. 2025, 9407 (uitgifte: 19-03-2025, regelingnummer: CvTE-25.00544)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Voortgezet onderwijs
als bedoeld in de artikelen 2, tweede lid
Inrichting correctievoorschrift flexibel en digitaal centraal (schriftelijk) examen
Het correctievoorschrift bevat de relevante bepalingen van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 en van de onderhavige regeling beoordeling centraal examen.
Het correctievoorschrift bestaat uit de onderdelen:
- 1.
Regels voor de beoordeling
- 2.
Algemene regels
- 3.
Vakspecifieke regels (indien van toepassing)
- 4.
Beoordelingsmodel
1. Regels voor de beoordeling
Voor de beoordeling zijn de volgende aspecten van de artikelen 3.21 t/m 3.25 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 van belang met dien verstande dat er door de Minister geen koppeling wordt uitgevoerd van scholen en instellingen als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. Het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de afname wijst zelf een gecommitteerde aan:
- 1.
De examinator past de beoordelingsnormen en de regels voor het toekennen van scorepunten toe die zijn gegeven door het College voor Toetsen en Examens.
- 2.
De examinator stelt het aantal scorepunten voor het centraal examen vast.
- 3.
Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag.
2. Algemene regels
Bij de flexibele en digitale centrale examens bb en kb worden de gesloten vragen automatisch gecorrigeerd. De examinator beoordeelt in de correctie-software van Facet de open vragen, zoals die zichtbaar worden op het beeldscherm. Antwoorden op papier worden niet in de beoordeling meegenomen. Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de CvTE-regeling van toepassing:
- 1.
Voor het antwoord op een open vraag worden door de examinator scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Scorepunten zijn de getallen 0, 1, 2,..., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal scorepunten voor een vraag is. Andere scorepunten die geen gehele getallen zijn, of een score minder dan 0 zijn niet geoorloofd.
- 2.
Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:
- 2.1.
indien een vraag volledig juist is beantwoord, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;
- 2.2.
indien een vraag gedeeltelijk juist is beantwoord, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel;
- 2.3.
indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel;
- 2.4.
indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld;
- 2.5.
indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;
- 2.6.
Indien er in een vraag twee of meer invulvelden zijn gegeven waarin de kandidaat zelf een antwoord moet typen, dan wordt per invulveld alleen het eerste gegeven antwoord beoordeeld. Een tweede antwoord in hetzelfde invulveld wordt niet bij de beoordeling betrokken.
- 2.7.
indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven;
- 2.8.
indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde antwoord of onderdeel van dat antwoord;
- 2.9.
indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van de kandidaat voor te komen;
- 2.10.
indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bijvoorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.
- 3.
Een fout mag in de uitwerking van een vraag maar één keer worden aangerekend, tenzij daardoor de vraag aanzienlijk vereenvoudigd wordt en/of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.
- 4.
Een zelfde fout in de beantwoording van verschillende vragen moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.
- 5.
Indien de examinator meent dat in een examen of in het beoordelingsmodel bij dat examen een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof examen en beoordelingsmodel juist zijn. Hij kan de fout of onvolkomenheid mededelen aan het College voor examens. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve normering van het examen rekening gehouden.
- 6.
Scorepunten worden met inachtneming van het correctievoorschrift toegekend op grond van het door de kandidaat gegeven antwoord op iedere open vraag. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.
- 7.
Het cijfer voor het centraal examen wordt als volgt verkregen.
De examinator en de gecommitteerde stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.
3. Vakspecifieke regel(s)
In het correctievoorschrift van een vak kunnen vakspecifieke regels gegeven worden. Hiervoor zij verwezen naar bijlage 4.
4. Beoordelingsmodel
(antwoorden en scores per vraag).
Zie bijlage 4.