Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 4.2.70 Informatieverplichtingen
Geldend
Geldend van 01-01-2026 tot 01-01-2028
- Redactionele toelichting
Deze wijziging is niet van toepassing op aanvragen die in de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 maart 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.113 en aanvragen die in de periode van 5 januari tot en met 12 februari 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.44 en passen binnen MOOI-missie Elektriciteit, innovatiethema 5.
- Bronpublicatie:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
Onverminderd artikel 4.2.3 bevat een aanvraag om subsidie:
- a.
een projectomschrijving waaruit de CO2-reductie in kilogrammen, berekend aan de hand van de referentieparkmethode, bedoeld in hoofdstuk 1 van bijlage 4.2.9, onderdeel B, die het DEI+-project realiseert ten opzichte van het gangbare minder milieuvriendelijke alternatief naar de huidige stand van de techniek, blijkt;
- b.
een financieringsplan;
- c.
een plan dat betrekking heeft op de wijze waarop de kennisverspreiding plaatsvindt;
- d.
een exploitatieberekening inclusief de financiële parameters van het DEI+-project, indien het DEI+-project geen experimentele ontwikkeling betreft of het een DEI+-project betreft waarbij beoogd wordt dat een experimenteel prototype product, procedé of dienst ook na afloop van het DEI+-project in gebruik blijft;
- e.
indien subsidie wordt aangevraagd voor een DEI+-project dat past binnen thema 2.7 Verduurzaming gebouwde omgeving, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B:
- 1°
een beschrijving van de wijze waarop bij de ontwikkeling van de beoogde producten, processen of diensten rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van grondstoffen en de effecten van grootschalige toepassing van die producten, processen of diensten op het milieu en de natuur;
- 2°
een verklaring de-minimissteun van de onderneming die zelfstandig een DEI+-project zal uitvoeren of van elke onderneming in het samenwerkingsverband, als het DEI+-project betrekking heeft op randvoorwaardelijke innovaties;
- f.
een mijlpalenbegroting, indien het aangevraagde subsidiebedrag € 2.000.000 of meer is;
- g.
indien subsidie wordt aangevraagd voor een DEI+-pilot gericht op circulair ontwerpen dat past binnen thema 2.5 Circulaire economie, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B, een onderbouwing dat er partijen zijn die het product waarop het project is gericht, aan het einde van de technische levensduur daarvan kunnen repareren, hergebruiken of recyclen;
- h.
een juridische organisatiestructuur van de groep waartoe de subsidieaanvrager behoort waaruit de aandelenverhouding of de afwijkende overwegende zeggenschap blijkt en de enkelvoudige jaarrapporten of geconsolideerde jaarrapporten van de in die groep verbonden ondernemingen die gebruikt zijn voor de invulling van het beslisschema, tenzij de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening is.
2.
Het eindverslag dat bij de aanvraag voor subsidievaststelling wordt ingediend, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, bevat, voor zover van toepassing, in ieder geval:
- a.
een algemene en technische omschrijving van de onderzochte en gebruikte installaties en infrastructuur;
- b.
een exploitatieberekening inclusief de financiële parameters van het DEI+-project;
- c.
een overzicht van de gemaakte kosten voor het DEI+-project, uitgesplitst conform de laatst door de minister goedgekeurde begroting.
3.
Tegelijkertijd met de aanvraag tot subsidievaststelling voor een DEI+-project dat past binnen thema 2.7 Aardgasloze gebouwde omgeving, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B geeft de subsidieontvanger door middel van een verslag ten minste inzicht in:
- a.
de vervolgstappen die het samenwerkingsverband na afloop van het DEI+-project zet om te komen tot uitvoering en implementatie in de markt van wat onderzocht is;
- b.
de verwachte kosten en prijsreductie ten opzichte van de referentie van het aardgasloos maken van een woning, wijk, of gebouw op basis van dit DEI+-project.
4.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bevat een aanvraag om subsidie voor een DEI+-project dat past binnen thema 2.2 Bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen, 2.3 Flexibilisering van het energiesysteem, 2.7 Verduurzaming gebouwde omgeving of 2.9 Waterstof en groene chemie, opgenomen in bijlage 4.2.9, onderdeel B, en dat uitsluitend indirect een bijdrage aan de CO2-reductie levert, een beschrijving van hoe het DEI+-project bijdraagt aan de CO2-reductie in Nederland tien jaar na de start van het project.