Einde inhoudsopgave
Rijkswet nationaliteit zeeschepen
Artikel 13 Doorhaling van registratie
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
Deze Rijkswet is voor Nederland in werking getreden.
- Bronpublicatie:
08-06-2022, Stb. 2023, 157 (uitgifte: 10-05-2023, kamerstukken: 33134)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-05-2025, Stb. 2025, 133 (uitgifte: 15-05-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Zeevervoer
1.
Onze Minister wie het aangaat haalt na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken de inschrijving van een zeeschip in het vlagregister door indien:
- a.
met het zeeschip enig vanwege de regering van het Koninkrijk gegeven en bekendgemaakt voorschrift tot het niet deelnemen aan een gewapend conflict opzettelijk wordt overtreden;
- b.
het zeeschip zodanig wordt gebruikt dat het Koninkrijk in een gewapend conflict wordt of kan worden betrokken;
- c.
de nationaliteit van het zeeschip niet langer verenigbaar is met volkenrechtelijke verplichtingen van het Koninkrijk en de onverenigbaarheid niet kan worden opgeheven door het stellen van voorwaarden.
2.
Onze Minister wie het aangaat haalt de inschrijving van een zeeschip in het vlagregister door indien:
- a.
het zeeschip is gezonken, vergaan, ontmanteld of vernietigd;
- b.
het zeeschip zodanig is aangepast dat het niet langer als zeeschip kan worden aangemerkt;
- c.
degene op wiens naam het zeeschip ingeschreven staat dat verzoekt;
- d.
een of meer van de bij de beoordeling van de aanvraag om inschrijving verstrekte gegevens of overgelegde bescheiden zodanig onvolledig of onjuist blijken te zijn, dat, indien dit ten tijde van de beoordeling van de aanvraag bekend was geweest, een andere beslissing genomen zou zijn;
- e.
bij voortduring niet meer voldaan wordt aan de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10, met uitzondering van de artikelen 7, onderdelen f en g, en 10, onderdeel c, gestelde voorwaarden voor inschrijving;
- f.
het zeeschip in een privaatrechtelijk register waarin het te boek staat, wordt doorgehaald;
- g.
de rompbevrachtingsovereenkomst is geëindigd;
- h.
de rompbevrachter een overeenkomst is aangegaan, dan wel anderszins een handeling verricht, die tot gevolg heeft dat zijn zeggenschap of verantwoordelijkheid gedurende de looptijd van de rompbevrachtingsovereenkomst wezenlijk wordt aangetast.
3.
Onze Minister wie het aangaat haalt de inschrijving van een zeeschip in het vlagregister door, indien er ernstige redenen zijn te veronderstellen dat het zeeschip bestemd is of gebruikt wordt voor het plegen van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.
4.
Onze Minister wie het aangaat kan de inschrijving van een zeeschip in het vlagregister doorhalen, indien:
- a.
het zeeschip is gebruikt voor een handeling, die bij onherroepelijk geworden vonnis, afkomstig van een rechter van het land waar het zeeschip in het vlagregister staat ingeschreven, heeft geleid tot veroordeling wegens een misdrijf en oplegging van een boete van de vierde categorie of hoger, of een gevangenisstraf van tenminste twee jaren;.
- b.
ten aanzien van het zeeschip voor vergelijkbare feiten herhaaldelijk strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties, opgelegd door het land waar het zeeschip in het vlagregister staat ingeschreven, onherroepelijk zijn geworden:
- 1°
waaruit blijkt dat voortdurend niet voldaan wordt aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de veiligheid en navigatie van zeeschepen, bemanning en andere zeevarenden en de voorkoming van verontreiniging door zeeschepen, zoals deze gelden in het land waar het zeeschip in het vlagregister staat ingeschreven; of
- 2°
indien ten aanzien van de in de vestiging door de reder gevoerde administratie blijkt dat voortdurend niet wordt voldaan aan de in artikel 7, onderdeel f, gestelde voorwaarden voor inschrijving;
- c.
niet voldaan is aan artikel 11;
- d.
er ernstige redenen zijn te veronderstellen dat het zeeschip bestemd is of gebruikt wordt voor:
- 1°
piraterij;
- 2°
slavenhandel of mensenroof;
- 3°
uitzendingen waarvoor geen machtiging is verleend;
- 4°
handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
- 5°
mensensmokkel of illegaal vervoer van illegale vreemdelingen;
- 6°
wederrechtelijk vervoer van wapens, waaronder chemische, biologische of nucleaire wapens;
- 7°
misdrijven als omschreven in de verdragen betreffende de strafbaarstelling van terroristische handelingen waarbij het Koninkrijk partij is;
- e.
het zeeschip een vlag voert van een andere staat;
- f.
handelingen worden verricht met of vanaf het zeeschip waarvan de betrokkenen weten of behoren te weten dat die ernstige schade tot gevolg kunnen hebben voor andere schepen, zich daarop bevindende opvarenden of daarop aanwezige lading en die ernstige schade zich als gevolg van die handelingen daadwerkelijk heeft voorgedaan.
5.
Voor Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten gelden bepalingen van bindende EU-rechtshandelingen, op de voet van artikel 215, eerste en tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, met uitzondering van bepalingen die uitsluitend verplichtingen tussen de lidstaten van de Europese Unie onderling of verplichtingen jegens organen van de Unie bevatten, als volkenrechtelijke verplichtingen in de zin van het eerste lid, onderdeel c.