Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) Nr. 1768/95 houdende vaststelling, overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad inzake het communautaire kwekersrecht, van uitvoeringsbepalingen betreffende de afwijking ten gunste van landbouwers
Artikel 18 Bijzondere civiele rechtsvorderingen
Geldend
Geldend vanaf 01-04-2024
- Bronpublicatie:
11-03-2024, PbEU L 2024, 2024/833 (uitgifte: 12-03-2024, regelingnummer: 2024/833)
- Inwerkingtreding
01-04-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-03-2024, PbEU L 2024, 2024/833 (uitgifte: 12-03-2024, regelingnummer: 2024/833)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De houder kan van een persoon als in artikel 17 bedoeld in rechte eisen dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 14, lid 3, van de basisverordening, zoals in deze verordening nader omschreven, nakomt.
2.
Wanneer een dergelijke persoon opzettelijk of uit onachtzaamheid zijn verplichting uit hoofde van artikel 14, lid 3, vierde streepje, van de basisverordening met betrekking tot een of meer rassen van dezelfde houder niet is nagekomen, kan de vergoeding aan de houder van alle andere daardoor ontstane schade overeenkomstig artikel 94, lid 2, van de basisverordening, de kosten omvatten van de onderzoeken die de houder heeft uitgevoerd om de omvang van die niet-nakoming vast te stellen en te beoordelen.