Einde inhoudsopgave
Regeling Specialismen Tandheelkunde
Artikel 12
Geldend
Geldend vanaf 09-04-2016. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-04-2016
- Redactionele toelichting
De datum van publicatie is de datum van afkondiging. Goedgekeurd door Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij het besluit van 21-03-2016, nr. 942404-147391-MEVA (bron: mededeling in Stcrt. 17660 van 08-04-2016). Wordt vanaf 09-04-2016 niet meer bijgewerkt. Zie voor de geldende tekst www.knmt.nl.
- Bronpublicatie:
17-09-2015, Internet 2015, www.knmt.nl (uitgifte: 17-09-2015, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
09-04-2016, terugwerkend tot: 01-04-2016
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-09-2015, Internet 2015, www.knmt.nl (uitgifte: 17-09-2015, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Ordeningsrecht
1.
Het CTS heeft tot taak:
- a.
het vaststellen van het toetsingskader op grond waarvan deelgebieden der tandheelkunde als specialisme kunnen worden aangewezen;
- b.
het aanwijzen van deelgebieden der tandheelkunde als specialisme, het besluit om het daarbij behorende register in te stellen en het vaststellen van de titel die een in dat register ingeschreven specialist mag voeren, alsmede het intrekken van een dergelijke aanwijzing en bijbehorende besluiten;
- c.
het vaststellen van de eisen waaraan de desbetreffende specialistenopleiding moet voldoen;
- d.
het instellen van een specialistenregister en het vaststellen van de eisen voor inschrijving in een register van specialisten (registratie) en van de eisen voor de verlenging van de inschrijving (herregistratie) en herintreding alsmede van niet in de wet genoemde gronden voor doorhaling en schorsing van de inschrijving;
- e.
het vaststellen van voorwaarden die aan de registratie, herregistratie en herintreding kunnen worden verbonden;
- f.
het instellen of opheffen van één of meerdere opleidingsregisters;
- g.
het vaststellen van de eisen voor erkenning van (plaatsvervangend) opleiders en opleidingsinstellingen, alsmede van de voorwaarden die aan die erkenning kunnen worden verbonden;
- h.
het doen van aanvragen aan de minister om een door het CTS vastgestelde specialistentitel aan te merken als wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14, eerste lid van de Wet BIG.
2.
Bij het uitoefenen van de in het eerste lid, genoemde taken houdt het CTS rekening met:
- a.
het beroepsprofiel zoals dat door de desbetreffende wetenschappelijke vereniging met betrekking tot een specialisme is opgesteld;
- b.
de maatschappelijke en de aan de opleiding gerelateerde financiële gevolgen van zijn besluiten.
3.
Het CTS kan zelfstandig andere dan de in artikel 12 genoemde vraagstukken in verband met de (her-)registratie en opleiding van specialisten, alsmede de erkenning van opleiders en opleidingsinstellingen ter hand nemen.