Einde inhoudsopgave
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 233 [Uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Zekerheidstelling]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
06-03-2024, Stb. 2024, 62 (uitgifte: 22-03-2024, kamerstukken: 35498)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-03-2024, Stb. 2024, 72 (uitgifte: 27-03-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
1.
Tenzij uit de wet of uit de aard van de zaak anders voortvloeit, kan de rechter, indien dit wordt gevorderd, verklaren dat zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn niettegenstaande daartegen aan te wenden rechtsmiddelen. De rechter kan een vonnis waarbij op de voet van artikel 187 wordt beslist omtrent een voorschot ter zake van de kosten van deskundigen, ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2.
De uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan het gehele vonnis betreffen of een gedeelte daarvan.
3.
De rechter kan aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde verbinden dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld.