Einde inhoudsopgave
Europees Verdrag inzake nationaliteit
Artikel 27 Ondertekening en inwerkingtreding
Geldend
Geldend vanaf 01-03-2000
- Bronpublicatie:
06-11-1997, Trb. 1998, 149 (uitgifte: 17-06-1998, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-03-2000
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-03-2001, Trb. 2001, 40 (uitgifte: 01-01-2001, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Nationaliteitsrecht
Internationaal publiekrecht / Fundamentele rechten van staten
1.
Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa en de niet-Lidstaten die hebben deelgenomen aan de opstelling ervan. Deze Staten kunnen hun instemming door het Verdrag te worden gebonden, tot uitdrukking brengen door:
- a.
ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- b.
ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
2.
Dit Verdrag treedt in werking voor alle Staten die hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht, op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum waarop drie Lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid.
3.
Ten aanzien van iedere Staat die daarna zijn instemming door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van ondertekening of van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.