Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2024/1760 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van richtlijn (EU) 2019/1937 en verordening (EU) 2023/2859
Artikel 15 Toezicht
Geldend
Geldend vanaf 18-03-2026
- Bronpublicatie:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/470 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/470)
- Inwerkingtreding
18-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/470 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/470)
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen hun eigen activiteiten en maatregelen, die van hun dochterondernemingen en, indien deze verband houden met de activiteitenketen van de onderneming, die van hun zakenpartners periodiek evalueren teneinde de uitvoering te beoordelen en erop toe te zien dat negatieve effecten op passende en doeltreffende wijze worden vastgesteld, voorkomen, verlicht, beëindigd en in omvang tot een minimum worden beperkt. Die beoordelingen zijn, in voorkomend geval, gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en vinden onverwijld nadat zich een significante wijziging heeft voorgedaan, doch ten minste om de vijf jaar plaats en telkens wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de maatregelen niet langer afdoende of doeltreffend zijn of dat er zich nieuwe risico’s op die negatieve effecten hebben voorgedaan of kunnen voordoen. In voorkomend geval worden het beleid inzake passende zorgvuldigheid, de vastgestelde negatieve effecten en de daaruit afgeleide passende maatregelen geactualiseerd overeenkomstig de resultaten van die beoordelingen en met inachtneming van relevante informatie van belanghebbenden