Einde inhoudsopgave
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
2.7.2 Deelgerechtigdheid vennootschap in een personenvennootschap
Geldend
Geldend vanaf 06-11-2024
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een rectificatie (23-01-2025).
- Bronpublicatie:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Inwerkingtreding
06-11-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
De vrijstelling kan ook van toepassing zijn bij de verkrijging van alle aandelen in een OZR die fungeert als vennoot in een personenvennootschap, zoals een maatschap, een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, indien en voor zover deze personenvennootschap een materiële onderneming drijft waaraan onroerende zaken dienstbaar zijn. De deelgerechtigdheid in de personenvennootschap vormt in dit geval een subjectieve onderneming van de OZR.
Voorbeeld
Vader houdt alle aandelen in een OZR. Deze OZR is vennoot van een personenvennootschap en bezit onroerende zaken die dienstbaar zijn aan de door de personenvennootschap uitgeoefende materiële onderneming. Vader draagt alle aandelen in de OZR over aan zijn dochter, die daarmee de volledige zeggenschap in de OZR verkrijgt. De vrijstelling kan worden toegepast op de waarde van het aan de OZR toekomende aandeel in de onroerende zaken die behoren tot en dienstbaar zijn aan de onderneming van de personenvennootschap.