Einde inhoudsopgave
Besluit belastbaar feit in overdrachtsbelasting 2021
5.4 Verkrijging aandelen in een OZR als gevolg van een juridische moeder-dochterfusie
Geldend
Geldend vanaf 07-05-2021
- Bronpublicatie:
23-04-2021, Stcrt. 2021, 22617 (uitgifte: 06-05-2021, regelingnummer: 2021-64140)
- Inwerkingtreding
07-05-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-04-2021, Stcrt. 2021, 22617 (uitgifte: 06-05-2021, regelingnummer: 2021-64140)
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
In het kader van een juridische fusie bedoeld in de artikelen 2:309 e.v. BW is het mogelijk dat een vennootschap (moedervennootschap) fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt (dochtervennootschap). Als gevolg van deze zogenoemde moeder-dochterfusie gaat het vermogen van de verdwijnende dochtervennootschap onder algemene titel over naar de verkrijgende moedervennootschap. De aandeelhouders van de moedervennootschap behouden in dit geval hun aandelen.
Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij het de voorkeur heeft om in geval van een moeder-dochterfusie de moedervennootschap als verdwijnende vennootschap en de dochtervennootschap als verkrijgende vennootschap te laten fungeren (de zogenoemde omgekeerde moeder-dochterfusie). In dat geval trekt de dochter de bij de moeder in bezit zijnde aandelen in en kent vervolgens nieuwe aandelen toe aan de aandeelhouders van de verdwijnende moedervennootschap.
Als in de bovengenoemde situatie de dochtervennootschap kwalificeert als OZR zijn de aandeelhouders vanwege hun verkrijging van de aandelen in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd op grond van het bepaalde in artikel 4 WBR. In het geval de verdwijnende moedervennootschap ook kwalificeerde als OZR, acht ik het niet in alle gevallen gewenst dat de aandeelhouders van deze vennootschap bij de verkrijging van de aandelen in de dochtervennootschap overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Daarom keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur onder voorwaarden goed dat in geval een vennootschap als verdwijnende vennootschap juridisch fuseert met een vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt, een tegemoetkoming wordt verleend ten bedrage van de overdrachtsbelasting die is verschuldigd ter zake van de verkrijging van de aandelen in de als OZR kwalificerende verkrijgende vennootschap.
Voorwaarden
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zeven voorwaarden:
- –
Er is sprake van een juridische fusie als bedoeld in artikel 2:309 e.v. BW of een vergelijkbare fusie naar buitenlands recht
- –
Zowel de verdwijnende vennootschap als de verkrijgende vennootschap kwalificeert direct voorafgaand aan de fusie als een OZR.
- –
De verdwijnende vennootschap is direct voorafgaand aan de fusie de enig aandeelhouder van de verkrijgende vennootschap.
- –
De intrekking van de bestaande aandelen en de toekenning van nieuwe aandelen door de verkrijgende vennootschap vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 325, derde lid, Boek 2 BW of een vergelijkbare bepaling naar buitenlands recht.
- –
De door de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap in het kader van de fusie verkregen aandelen in de verkrijgende vennootschap vertegenwoordigen voor die aandeelhouders uitsluitend dezelfde onroerende zaken als de verdwijnende vennootschap (on)middellijk bezat.
- –
Het materiële belang van de aandeelhouder(s) in de waardeontwikkeling van de onroerende zaken, dat door de aandelen wordt vertegenwoordigd, wijzigt niet als gevolg van de juridische fusie. Voor zover dit belang wel wijzigt, is over hetgeen meer wordt verkregen ten opzichte van de situatie van vóór de fusie, overdrachtsbelasting verschuldigd.
- –
De aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap blijven nog gedurende een termijn van drie jaren na de juridische fusie in het bezit van alle bij deze fusie verkregen aandelen in de verkrijgende vennootschap.
Toelichting
Op grond van de laatstgenoemde voorwaarde moeten de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap gedurende een termijn van drie jaren na de juridische fusie in het bezit blijven van alle bij deze fusie verkregen aandelen in de verkrijgende vennootschap. De beoordeling van deze voorwaarde vindt plaats per aandeelhouder. Als één of meer van de aandeelhouders niet voldoet(n) aan deze aanhoudingseis, is de door toepassing van deze goedkeuring bij die aandeelhouder(s) niet geheven belasting alsnog verschuldigd. Voor het gedeelte van de aandelen dat is verkregen door de aandeelhouder(s) die blijft (blijven) voldoen aan de aanhoudingseis, blijft de goedkeuring onder de bestaande voorwaarden van toepassing.