Einde inhoudsopgave
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 67fa
Geldend
Geldend vanaf 11-04-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
Dit artikel is opnieuw ingevoegd. Art. 67fa (oud) vervallen.
- Bronpublicatie:
01-04-2026, Stb. 2026, 79 (uitgifte: 10-04-2026, kamerstukken: 36782)
- Inwerkingtreding
11-04-2026, terugwerkend tot: 01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2026, Stb. 2026, 79 (uitgifte: 10-04-2026, kamerstukken: 36782)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Justitie
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
1.
Indien het aan opzet of grove schuld van de rapporterende platformexploitant of de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, bedoeld in artikel 53bis, onderscheidenlijk artikel 53ter, is te wijten dat de verplichtingen die volgen uit artikel 53bis onderscheidenlijk artikel 53ter, niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur aan hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2.
De bevoegdheid tot het opleggen van de boete, bedoeld in het eerste lid, vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan.