Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Bijlage
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
bij dit reglement
Artikel 1 Digitaal procederen
1
In zaken als bedoeld in de artikelen 79, 93, 94 en 96 van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin beroep is ingesteld tegen besluiten als bedoeld in artikel 50,eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 waarin digitaal procederen verplicht is, moet de advocaat gebruikmaken van het in www.rechtspraak.nl beschikbaar gestelde webportaal Mijn rechtspraak. Alleen het inlogmiddel Advocatenpas is toegelaten. Het bestuursorgaan in die zaken moet gebruikmaken van het Aansluitpunt Rechtspraak.
2
Vrijwillig digitaal procederen bij de rechtbanken in beroepen tegen een terugkeerbesluit, een inreisverbod of tegen een terugkeerbesluit met inreisverbod als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 kan alleen door advocaten en het bestuursorgaan. Zij doen dit op de wijze van het eerste lid van dit artikel.
3
In zaken waarin artikel 8:36a van de Awb niet van toepassing is, kunnen advocaten en het bestuursorgaan op verzoek van de advocaat digitaal procederen op de wijze van het eerste lid van dit artikel in zaken op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Visumcode en in zaken *met betrekking tot besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over unierechtelijke verblijfsrechten. In die zaken treedt de IND op namens het bestuursorgaan. De eerste volzin is niet van toepassing op het indienen van het beroepschrift of het verzoekschrift om een voorlopige voorziening. Het verzoek om toepassing van het eerste lid van dit artikel kan worden gedaan in het beroepschrift of het verzoekschrift. Toepassing van het eerste lid van dit artikel in een zaak kan niet ongedaan worden gemaakt.
4
In zaken als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van dit artikel, maakt de rechtbank in afwijking van artikel 1.8, eerste lid, van het reglement alleen een digitaal zaaksdossier aan als digitaal wordt geprocedeerd. De griffier past artikel 1.11, vierde lid, van het reglement in die zaken alleen toe als digitaal wordt geprocedeerd. Artikel 1.8, vierde lid, van het reglement is in die zaken niet van toepassing.
5
Digitaal procederen bij de rechtbanken in beroepen tegen andere besluiten dan die bedoeld in de vorige leden, kan door partijen die beschikken over Digid, eHerkenning of de advocatenpas als daarvoor op www.rechtspraak.nl het webportaal is geopend.
Artikel 2. Ander elektronisch berichtenverkeer
1
Voor het anders dan met digitaal procederen elektronisch indienen van beroepschriften en andere stukken, zoals bedoeld in artikel 1.7bvan het reglement stelt de rechtbank formulieren voor het instellen van beroep beschikbaar in de digitale loketten op www.rechtspraak.nl. Voor advocaten is alleen het inlogmiddel Advocatenpas toegelaten. Voor natuurlijke personen alleen DigiD. Anderen dan advocaten en natuurlijke personen hebben geen toegang. In de toelichting op de digitale loketten is vermeld of en zo ja welke andere proceshandelingen kunnen worden verricht.
2
Stukken kunnen ook uitgewisseld worden met de rechtbank via de ‘veilig mailen voorziening van de Rechtspraak’ (hierna aangeduid als: veilig mailen).
3
Bij gebruik van veilig mailen maakt de verzender gebruik van het hiertoe aangewezen e- mailadres van de ‘veilig mailen voorziening van de Rechtspraak’ zoals dat per rechtbank en per zaaksoort staat vermeld op www.rechtspraak.nl. Daar staat ook vermeld op welke wijze een partij kan verzoeken om toegang tot veilig mailen.
4
Bij gebruik van veilig mailen gelden in verband met een goede verwerking de volgende voorschriften: a. Een e-mailbericht kan maar betrekking hebben op één zaak en wordt verzonden aan het door de rechtbank waar de zaak aanhangig is of wordt gemaakt voor die zaaksoort bekendgemaakte e-mailadres.
- b.
Bij gebruik van veilig mailen wordt bij nieuwe zaken in de onderwerpregel opgenomen ‘nieuwe zaak’. In geen geval worden in de onderwerpregel persoonsgegevens of andere vertrouwelijke informatie opgenomen.
- c.
Bij een lopende zaak wordt uitsluitend het zaaksnummer opgenomen in de onderwerpregel.
- d.
De e-mail heeft het karakter van de envelop. De inhoud wordt opgenomen in de bijlage(n) bij de mail.
- e.
De op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb dient het bestuursorgaan op papier in, tenzij de rechtbank anders heeft bepaald. De rechtbank kan bepalen dat ook andere stukken uitsluitend op papier worden ingediend. De rechtbank kan ook in overleg met het bestuursorgaan bepalen dat de stukken wel digitaal kunnen worden ingediend en zo ja, op welke wijze deze kunnen worden ingediend.
- f.
Stukken worden als aparte bestanden gehecht aan de mail waarmee zij worden ingediend (geüpload). Deze bestanden zijn in de naam voorzien van een omschrijving en een datum in de vorm van jjmmdd en voldoen aan het Pdf-formaat tenzij de aard van het stuk zich daartegen verzet. In dat geval kan de indiener de griffier telefonisch verzoeken om indiening van een ander bestandsformaat toe te staan.Daar waar de wet ondertekening van stukken vereist, worden die voorzien van een (natte) handtekening en gescand als Pdf-bestand ingediend.
- g.
Bij gebruik van veilig mailen geldt per bijlage bij een e-mailbericht een maximum omvang van 25 MB. Dit maximum maakt een goede verwerking van bijlagen mogelijk. Als een bijlage groter is, wordt deze gesplitst over meerdere bijlagen. In het laatste geval wordt in de naam van de bijlage vermeld dat de meerdere bijlagen bij elkaar horen, door op te nemen deel X van X (bijvoorbeeld: deel 1 van 3, deel 2 van 3 en deel 3 van 3).
- h.
De indiener van een stuk vermeldt in de mail uitdrukkelijk of een stuk informatie bevat waarop een wettelijke regeling over geheimhouding of beperkte kennisneming rust.
- i.
Een partij die een beroep doet op artikel 8:29 van de Awb, zendt het stuk waarop dit beroep betrekking heeft uitsluitend per post aan de rechtbank.
- j.
Een partij die een beroep doet op artikel 8:32 van de Awb, zendt het stuk waarop dit beroep betrekking heeft als bijlage bij een aparte mail aan de rechtbank met in de onderwerpregel uitdrukkelijk de vermelding ‘8:32 van de Awb’.
- k.
Een partij die een stuk indient met medische informatie, zendt dit stuk als bijlage bij een aparte e-mail aan de rechtbank met in de onderwerpregel uitdrukkelijk de vermelding ‘medische informatie’.
5
Bij gebruik van veilig mailen is voor de bepaling van het tijdstip van ontvangst door de rechtbank het ontvangstmoment van de e-mail in de veilige mailen voorziening van de Rechtspraak bepalend. Dit moment is gelijk aan het moment zoals de verzender dat ziet vermeld onder ‘verzonden items’ van deze voorziening aan de kant van de verzender. Verzendingen die voor 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn zijn ontvangen, gelden als binnen de termijn ingediend, tenzij een termijn op een ander tijdstip op die dag eindigt.
6
De rechtbank kan een stuk dat tot een of meer geadresseerden is gericht, via veilig mailen verzenden, als deze geadresseerde(n):
- a.
daar om verzoekt; of
- b.
akkoord is gegaan met een verzoek van de rechtbank om in te stemmen met veilig mailen; of
- c.
zelf met de Rechtspraak heeft gecommuniceerd via veilig mailen.
7
Als de rechter of griffier met bestuursorganen en andere organisaties via een versleutelde verbinding kan mailen, geldt deze vorm van mailen als veilig mailen in de zin van deze regeling.
8
Stukken die voorzien moeten zijn van een handtekening en via veilig mailen worden ingediend worden door de indienende partij binnen veertien dagen nagezonden via de fysieke post onder uitdrukkelijke vermelding dat de nazending reeds eerder ingediende met veilige mail ingediende stukken betreft.
9
Een partij die stukken per veilige mail heeft ingediend bewaart de originele papieren stukken. De rechtbank kan partijen voorschrijven dat naast de in het vorige lid genoemde ingediende stukken ook andere per veilige mail ingediende stukken op papier worden ingediend.