Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/49/EU inzake de depositogarantiestelsels
Artikel 16 bis Uitwisseling van informatie tussen kredietinstellingen en depositogarantiestelsels, en verslaglegging door autoriteiten
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen te allen tijden alle informatie bewaren die nodig is om de in artikel 4, lid 10, bedoelde stresstests uit te voeren en om zich voor te bereiden op een terugbetaling van deposito's, overeenkomstig het identificatievereiste van artikel 5, lid 4, met inbegrip van de informatie voor de toepassing van artikel 8, lid 5, en de artikelen 8 ter en 8 quater, en deze informatie op verzoek aan het depositogarantiestelsel waarbij zij aangesloten zijn, verstrekken.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen, op verzoek, aan het depositogarantiestelsel waarbij zij aangesloten zijn de in lid 1 bedoelde informatie verstrekken over:
- a)
deposanten bij bijkantoren van die kredietinstellingen in andere lidstaten of, indien die deposito's door het depositogarantiestelsel worden gedekt, in derde landen;
- b)
deposanten die ontvangers zijn van diensten die worden verleend door aangesloten kredietinstellingen op basis van de vrijheid van dienstverrichting.
De in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde informatie geeft aan in welke lidstaten of derde landen die bijkantoren of deposanten zijn gevestigd.
3.
De lidstaten zorgen ervoor dat de depositogarantiestelsels de EBA uiterlijk op 31 maart van elk jaar in kennis stellen van:
- a)
het bedrag van de gedekte deposito's in hun lidstaat op 31 december van het voorgaande jaar;
- b)
het bedrag van hun beschikbare financiële middelen, zoals berekend per 31 december van het voorgaande jaar, met inbegrip van het aandeel van ingeleende of uitgeleende middelen, betalingsverplichtingen, en
- c)
4.
De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteiten de EBA zonder onnodige vertraging in kennis stellen van het volgende:
- a)
de vaststelling van niet-beschikbare deposito's op grond van de in artikel 2, lid 1, punt 8, bedoelde omstandigheden;
- b)
de terugbetaling van deposito's overeenkomstig artikel 8 of de toepassing van de in artikel 11, leden 2, 3 en 5, bedoelde maatregelen, het bedrag van de overeenkomstig artikel 8 en artikel 11, leden 2, 3 en 5, gebruikte middelen en, indien van toepassing en zodra beschikbaar, het bedrag van de teruggevorderde middelen, de daaruit voortvloeiende kosten voor het depositogarantiestelsel en de duur van het terugvorderingsproces;
- c)
de beschikbare alternatieve financieringsregelingen en het daadwerkelijke gebruik ervan als bedoeld in artikel 10, lid 9;
- d)
eventuele depositogarantiestelsels die niet langer actief zijn of de oprichting van een nieuw depositogarantiestelsel, onder meer als gevolg van een fusie of het feit dat een depositogarantiestelsel grensoverschrijdend is gaan opereren.
De in de eerste alinea, punt b), bedoelde kennisgeving bevat een samenvatting van het volgende:
- a)
de beginsituatie van de kredietinstelling;
- b)
- c)
het verwachte bedrag aan gebruikte middelen.
5.
De EBA publiceert de overeenkomstig lid 3 ontvangen informatie en de in lid 4 bedoelde samenvatting zonder onnodige vertraging. De EBA publiceert echter geen door een depositogarantiestelsel verstrekte informatie die door dat depositogarantiestelsel als vertrouwelijk wordt beschouwd.
6.
De lidstaten zorgen ervoor dat de afwikkelingsautoriteiten van de kredietinstellingen die deelnemen aan een depositogarantiestelsel, aan dat depositogarantiestelsel een samenvatting verstrekken van de belangrijkste elementen van de afwikkelingsplannen als bedoeld in artikel 10, lid 7, punt a), van Richtlijn 2014/59/EU. De afwikkelingsautoriteiten hoeven in die samenvatting geen informatie op te nemen die niet noodzakelijk is voor het depositogarantiestelsel en de aangewezen autoriteiten om de in artikel 8, artikel 11, leden 2, 3 en 5, en artikel 11 sexies van deze richtlijn bedoelde verplichtingen uit te voeren.
7.
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen om de te volgen procedures en de minimale inhoud van de in lid 1 bedoelde informatie nader te bepalen, rekening houdend met de soorten deposanten en de procedures, modellen en inhoud van de in de leden 3 en 4 bedoelde informatie.
De EBA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 11 mei 2027 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.