Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 3.16.14 Afwijzingsgronden
Geldend
Geldend van 17-12-2024 tot 01-01-2030
- Bronpublicatie:
08-12-2024, Stcrt. 2024, 40486 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: WJZ/ 89466783)
- Inwerkingtreding
17-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-12-2024, Stcrt. 2024, 40486 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: WJZ/ 89466783)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
- a.
indien aannemelijk is dat de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter de financiering waarvoor de aanvraag is ingediend zelf heeft of kan verkrijgen bij anderen;
- b.
voor zover de voorziene kosten van het vroegefasetraject hoger zijn dan € 450.000 of lager dan zijn € 50.000;
- c.
indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter het vroegefasetraject in uitvoeringstechnische zin zo zal kunnen voltooien dat hij financiering voor de fase na het vroegefasetraject zal kunnen verkrijgen;
- d.
indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter de geldlening, bedoeld in artikel 3.16.12, eerste lid, kan terugbetalen.