Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/590 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 10 Gebruik in noodgevallen van methylbromide
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Milieurecht (V)
1.
In noodgevallen kan de Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat, wanneer een onverwachte uitbraak van bepaalde plagen of ziekten zulks vereist, tijdelijk de productie, het in de handel brengen en het gebruik van methylbromide toestaan, door middel van uitvoeringshandelingen en na kennisgeving aan het ozonsecretariaat overeenkomstig Besluit IX/7 van de partijen bij het protocol, mits het in de handel brengen en het gebruik van methylbromide uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 respectievelijk Verordening (EU) nr. 528/2012 is toegestaan. Ongebruikte hoeveelheden methylbromide worden vernietigd.
2.
De in lid 1 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen omvatten een specificatie van de maatregelen die moeten worden genomen om emissies van methylbromide bij het gebruik te verminderen, en gelden voor een periode van maximaal 120 dagen en een hoeveelheid van maximaal 20 metrieke ton methylbromide. De Commissie neemt in die uitvoeringshandelingen rapportagevoorschriften op, en verzoekt om het indienen van ondersteunend bewijsmateriaal dat nodig is om het gebruik van methylbromide te monitoren, waaronder bewijs van de vernietiging van de stof na het verstrijken van de afwijking. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 28, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.