Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2023/2631 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties
Artikel 39 Algemene bepalingen
Geldend
Geldend vanaf 20-12-2023
- Bronpublicatie:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Inwerkingtreding
20-12-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Milieurecht / Algemeen
1.
Een externe toetsingsinstantie uit een derde land kan overeenkomstig deze verordening haar diensten aanbieden aan uitgevende instellingen van Europese groene obligaties, indien die externe toetsingsinstantie uit een derde land is opgenomen in het register van externe toetsingsinstanties uit derde landen dat de ESMA overeenkomstig artikel 67 bijhoudt.
2.
De ESMA registreert overeenkomstig lid 1 een externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag heeft ingediend om overeenkomstig deze verordening diensten als externe toetsingsinstantie in de hele Unie te verrichten (de ‘externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient’), alleen indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
- a)
de Commissie heeft op grond van artikel 40, lid 1, een besluit vastgesteld;
- b)
de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, is geregistreerd of beschikt over een vergunning voor het verrichten van diensten van externe toetsing in de Unie en is onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving om volledige naleving van de in dat derde land geldende eisen te garanderen;
- c)
er zijn samenwerkingsregelingen getroffen op grond van lid 40, lid 3.
3.
Indien een externe toetsingsinstantie uit een derde land overeenkomstig dit artikel is geregistreerd, worden haar geen extra eisen opgelegd ten aanzien van aangelegenheden die onder deze verordening vallen.
4.
De externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, dient haar aanvraag bij de ESMA in met gebruikmaking van de in artikel 23, lid 7, bedoelde formulieren en templates, nadat de Commissie het in artikel 40, lid 1, bedoeld besluit heeft vastgesteld met betrekking tot het derde land waarin die externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, geregistreerd is of een vergunning verkregen heeft.
5.
De externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, verschaft de ESMA alle voor haar registratie noodzakelijke informatie.
6.
Binnen twintig werkdagen na ontvangst van een aanvraag beoordeelt de ESMA of de aanvraag volledig is.
Indien de aanvraag onvolledig is, stelt de ESMA de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, daarvan in kennis en stelt zij een termijn vast waarbinnen de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, aanvullende informatie moet verstrekken.
Indien de aanvraag volledig is, stelt de ESMA de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, daarvan in kennis.
7.
Binnen 45 werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag registreert de ESMA de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, of weigert zij die te registreren.
De ESMA kan de in de eerste alinea genoemde termijn met 15 werkdagen verlengen indien de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, voornemens is bepaalde externe toetsingsactiviteiten uit te besteden.
8.
De ESMA stelt de externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, schriftelijk in kennis van de registratie van die externe toetsingsinstantie uit een derde land die een aanvraag indient, of van de weigering om haar te registreren. Een dergelijk besluit om te registreren of om registratie te weigeren, geeft de redenen daarvoor en wordt van kracht op de vijfde werkdag na de vaststelling ervan.
9.
Externe toetsingsinstanties uit derde landen bieden voordat er ten aanzien van in de Unie gevestigde uitgevende instellingen van Europese groene obligaties diensten worden verricht, aan om geschillen met betrekking tot die diensten te laten ressorteren onder de jurisdictie van een rechtbank van een lidstaat of een scheidsgerecht met zetel in een lidstaat.