Einde inhoudsopgave
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft
Artikel 39 Duur van de ziektebestrijdingsmaatregelen in de beschermingszone
Geldend
Geldend vanaf 12-05-2026
- Bronpublicatie:
12-02-2026, PbEU L 2026, 2026/322 (uitgifte: 22-04-2026, regelingnummer: 2026/322)
- Inwerkingtreding
12-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-02-2026, PbEU L 2026, 2026/322 (uitgifte: 22-04-2026, regelingnummer: 2026/322)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
Dierenrecht / Veterinair recht
Dierenrecht / Veehouderij
Dierenrecht / Dierenwelzijn
1.
De bevoegde autoriteit mag de in de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk bedoelde maatregelen slechts opheffen als:
- a)
de in bijlage X vastgestelde minimumperiode is verstreken na de datum waarop de voorlopige reiniging en ontsmetting en, in voorkomend geval, de bestrijding van insecten en knaagdieren die overeenkomstig artikel 15 in de getroffen inrichting zijn uitgevoerd, zijn voltooid, en
- b)
in alle in de beschermingszone gelegen inrichtingen waar dieren van in de lijst opgenomen soorten worden gehouden, zijn de dieren van in de lijst opgenomen soorten overeenkomstig artikel 26 met gunstig resultaat onderworpen aan klinische onderzoeken en laboratoriumonderzoeken, voor zover nodig.
2.
Als de desbetreffende ziekte van categorie A wordt overgedragen door een in de lijst opgenomen vector zoals bedoeld in Verordening (EU) 2018/1882, mag de bevoegde autoriteit:
- a)
de duur van de maatregelen in de beschermingszone per geval bepalen, rekening houdend met alle factoren die het risico op verspreiding van de ziekte beïnvloeden, en
- b)
voorzien in het inzetten van verklikkerdieren.
3.
Na de in lid 1 bedoelde opheffing van de maatregelen zijn de in afdeling 3 van dit hoofdstuk vastgestelde maatregelen gedurende ten minste de in bijlage X vastgestelde aanvullende periode van toepassing in de beschermingszone.
4.
Na de opheffing van de in lid 3 bedoelde maatregelen uit hoofde van afdeling 3 van dit hoofdstuk zijn, wanneer de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 21, lid 1, punt c), een extra beperkingszone heeft ingesteld, de in deze extra beperkingszone toegepaste maatregelen ook van toepassing in de beschermingszone totdat de in die extra beperkingszone toegepaste maatregelen worden opgeheven.