Einde inhoudsopgave
Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
Bijlage 2 Medische uitrusting
Geldend
Geldend vanaf 06-07-2022
- Bronpublicatie:
04-07-2022, Stcrt. 2022, 16909 (uitgifte: 05-07-2022, regelingnummer: IENW/BSK-2022/154091)
- Inwerkingtreding
06-07-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
04-07-2022, Stcrt. 2022, 16909 (uitgifte: 05-07-2022, regelingnummer: IENW/BSK-2022/154091)
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Grondrechten
Vervoersrecht / Zeevervoer
Staatsrecht / Staatsinrichting
(bijlage als bedoeld in de artikelen 18 en 32 van de Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen)
Artikel 1. Toepassing op vissersvaartuigen
- 1.
Deze bijlage is tevens van toepassing op vissersvaartuigen.
- 2.
Voor de toepassing van deze bijlage wordt met de kapitein van een schip gelijkgesteld de schipper van een vissersvaartuig.
Artikel 2. Benodigde medische uitrusting
- 1.
Aan boord van een schip zijn de in de tabellen 1 en 2 voorgeschreven geneesmiddelen, verpleeg- en verbandmiddelen, handboeken en overige benodigdheden aanwezig. Voor schepen waarmee gevaarlijke stoffen als bedoeld in hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag worden vervoerd, kunnen afwijkende hoeveelheden gelden. Deze afwijkende hoeveelheden staan tussen haakjes vermeld.
- 2.
De in de kolommen A tot en met E genoemde hoeveelheden gelden voor schepen met een gemonsterde bemanning tot en met 15 personen. Bij een bemanningssterkte van meer dan 15 personen, worden deze hoeveelheden voor elke volgende groep van ten hoogste 15 personen steeds met honderd procent vermeerderd, met dien verstande dat daarbij de in de tabellen vermelde maximumhoeveelheden niet behoeven, en voor de receptplichtige middelen ook niet mogen, worden overschreden.
- 3.
In afwijking van het tweede lid behoeven bij een bemanningssterkte 15 tot en met 24 personen de in de tabellen 1 en 2 genoemde hoeveelheden slechts met vijftig procent te worden vermeerderd. Indien de in de tabellen genoemde hoeveelheid van een middel één bedraagt, behoeft deze hoeveelheid bij een bemanningssterkte 15 tot en met 24 personen niet te worden vermeerderd.
Artikel 3. Inhoud medicijnkisten aan boord van reddingsboten e.d.
- 1.
De tot de uitrusting van reddingsboten, reddingsvlotten en hulpverleningsboten behorende medicijnkisten bevatten de in kolom R van de tabellen 1 en 2 voorgeschreven middelen.
- 2.
De in kolom R genoemde hoeveelheden gelden per 50 personen, met uitzondering van het middel tegen zeeziekte, waarvoor de per persoon benodigde hoeveelheden zijn vermeld.
Artikel 4. Bewaren van de medische uitrusting
- 1.
De in artikel 2 bedoelde medische uitrusting wordt in daarvoor geschikte kisten of in daarvoor ingerichte kasten of ruimten bewaard.
- 2.
Onder de Opiumverordening vallende preparaten die deel uitmaken van de medische uitrusting, worden bewaard in een kluis, waarvan de sleutel berust bij de kapitein of bij de schepeling aan wie de kapitein het gebruik en beheer van de medische uitrusting heeft overgedragen.
Artikel 5. Levering en verpakking van geneesmiddelen en antidota
- 1.
De geneesmiddelen en antidota worden afgenomen bij een apotheker, hetgeen moet blijken uit een merk op de verpakking.
- 2.
Op de verpakking van de bestanddelen van de medische uitrusting is voor zover mogelijk, het nummer aangebracht dat is vermeld in deze bijlage. Tevens is een afschrift van de controlelijsten bevestigd in artikel 1 van deze bijlage bedoelde kisten, kasten of ruimten.
- 3.
Op de etiketten, aanwezig op de verpakking der middelen zijn zo veel mogelijk naast de Nederlandse, de Latijnse benamingen vermeld, overeenkomstig de nomenclatuur van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Artikel 6. Jaarlijkse inspectie medische uitrusting
- 1.
De jaarlijkse inspectie van de medische uitrusting vindt plaats voorafgaand aan de onderzoeken waaraan het schip wordt onderworpen in verband met de voor dat schip benodigde certificaten. De inspectie heeft geen betrekking op de in artikel 3 bedoelde medische uitrusting voor reddingsvlotten.
- 2.
De kapitein stelt bij de inspectie een controlelijst op met daarop de benamingen en codes van alle geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota die ingevolge deze bijlage aan boord van het schip zijn vereist, en vermeldt daarbij zowel de voorgeschreven hoeveelheden als de daadwerkelijk aan boord aanwezige hoeveelheden. In voorkomend geval wordt tevens de houdbaarheidsdatum van die middelen vermeld. De controlelijst vermeldt voorts de naam, de vlag en de thuishaven van het schip.
Artikel 7. Medische uitrusting SCV-schepen in coastal of protected waters
- 1.
In afwijking van de artikelen 2 en 3 behoeft aan boord van een schip waarop de SCV-Code van toepassing is en waarmee uitsluitend reizen in een vaargebied binnen 30 mijl uit de kust worden ondernomen, slechts de in bijlage 8 van die Code voorgeschreven medische uitrusting aan boord te zijn.
- 2.
De artikelen 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing op schepen als bedoeld in het eerste lid.
Kolom A: | vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een onbeperkt vaargebied; |
Kolom B: | vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan GMDSS-zeegebied A2 als bedoeld in voorschrift IV/2 van het SOLAS-verdrag, niet zijnde schepen waarop de SCV-Code van toepassing is; |
Kolom C: | vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan GMDSS-zeegebied A1 als bedoeld in voorschrift IV/2 van het SOLAS-verdrag tot 30 mijl uit de kust; vrachtschepen waarop de SCV-Code van toepassing is, waarmee reizen in exposed waters als omschreven in voorschrift I/2.15 van de SCV-Code worden ondernomen; |
Kolom D: | passagiersschepen, niet zijnde schepen waarmee korte internationale of nationale reizen als bedoeld in voorschrift III/3 van het SOLAS-verdrag worden gemaakt, niet zijnde schepen waarop de SCV-Code van toepassing is; |
Kolom E: | passagiersschepen waarmee korte internationale of nationale reizen als bedoeld in voorschrift III/3 van het SOLAS-verdrag worden gemaakt; passagiersschepen waarop de SCV-Code van toepassing is, waarmee reizen in exposed waters als omschreven in voorschrift I/2.15 van de SCV-Code worden ondernomen; |
Max.: | maximumhoeveelheden; |
Kolom R: | reddingsboten, reddingsvlotten en hulpverleningsboten per 50 personen. |
RMA | Het middel dient in beginsel slechts op advies van de Radio Medische Dienst of van een arts te worden toegediend of toegepast. |
f | Slechts voorgeschreven bij één of meer bemanningsleden van het vrouwelijk geslacht. |
t | Slechts voorgeschreven op reizen in tropische wateren. |
z | Slechts voorgeschreven voor zeilschepen. |
[ ] | Slechts voorgeschreven voor schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, indien hiervoor een afwijkende hoeveelheid is voorgeschreven. |
Code | Aanv. code | Vereiste middelen | A | B | C | D | E | Max. | R | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Middelen tegen hart- en vaatziekten | ||||||||||
1.1.02 | RMA | Adrenaline amp 1 mg/1 ml (voor im, iv en sc inj) | 6 | 3 | – | 6 | 6 | 12 | – | |
1.2.02 | RMA | Isosorbide-dinitraat tabl 5 mg | 20 | 10 | 10 | 20 | 20 | 60 | 10 | |
1.3.03 | RMA | Furosemide amp 40 mg/4 ml (voor im en iv inj) | 3 [10] | 2 [10] | – | 3 | 2 [10] | 6 [20] | – | |
1.4.02 | RMA | Fytomenadion amp 10 mg/1 ml (voor im inj) | 2z [10] | 2z [5] | 2z | 2 | 2 [5] | 4 [15] | 2 | |
1.4.03 | RMA | Oxytocine amp 5U/1 ml (voor im en iv inj) | 6f | 3f | 3f | 6 | 3 | 12 | 3 | |
1.5.02 | RMA | Metoprolol tabl 50 mg | 30 | 10 | – | 30 | 10 | 60 | – | |
1.6.02 | RMA | Carbasalaatcalcium 100 mg of Acetylsalicylzuur tabl 80 mg | 20 | 10 | – | 20 | 10 | 40 | – | |
Geneesmiddelen voor het maagdarmkanaal | ||||||||||
2.1.04 | Algeldraat+magnesiumhydroxide susp, flac 300 ml | 2 | 1 | – | 4 | 2 | 8 | – | ||
2.1.05 | RMA | Omeprazol tabl/caps 20 mg | 60 | 30 | – | 60 | 30 | 150 | – | |
2.2.02 | RMA | Ondansetron smelttabl 4 mg | 18 | 6 | 3 | 18 | 18 | 36 | 3 | |
2.2.03 | RMA | Metoclopramide amp 10 mg/2 ml (voor im inj) | 5 [30] | – [10] | – | 5 | – [10] | 10 [60] | – | |
2.3.01 | Lactulose sir, flac 300 ml | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 4 | – | ||
2.3.02 | RMA | Nalaurylsulfoactaat /Sorbitol/Na-citraat microklysma | 12 | 4 | – | 12 | 12 | 24 | – | |
2.4.01 | Loperamide caps 2 mg | 80 | 40 | 40 | 80 | 40 | 200 | 40 | ||
2.6.01 | Vaseline/lidocaïne crème 3%, tube 30 g | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 5 | – | ||
Pijnstillende en krampwerende middelen | ||||||||||
3.1.02 | Ibuprofen drag 400 mg | 40 | 20 | – | 40 | 20 | 100 | – | ||
3.1.03 | Paracetamol tabl 500 mg | 80 [200] | 40 [100] | 20 | 80 | 80 [100] | 200 [300] | 80 | ||
3.2.03 | RMA | Morfine HCl amp 10 mg/1 ml (voor im en sc inj) (IN KLUIS BEWAREN) | 10 [40] | 5 [10] | – | 10 | 10 [20] | 30 [40] | – | |
3.2.04R | (RMA) | Tramadol caps 50 mg | – | – | – | – | – | – | 30 | |
3.3.02 | RMA | Diclofenac supp 100 mg | 10 | 5 | 5 | 10 | 5 | 20 | 5 | |
3.4.01 | RMA | Naloxon amp 0,4 mg/1 ml (voor im en iv inj) | 3 [6] | 3 [6] | – | 6 | 6 [12] | 15 [24] | – | |
Geneesmiddelen voor het zenuwstelsel | ||||||||||
4.1.02 | RMA | Diazepam mikroclysma 10 mg/2,5 ml | 10 [10] | 2 [5] | – | 10 | 5 [20] | 20 [20] | – | |
4.1.03 | RMA | Oxazepam tabl 10 mg | 20 | 10 | – | 20 | 10 | 50 | – | |
4.2.01 | RMA | Haloperidol tabl 1 mg | 20 | 10 | – | 20 | 10 | 50 | – | |
4.2.02 | RMA | Haloperidol amp 5 mg/1 ml (voor im en iv inj) | 10 | 2 | – | 10 | 5 | 20 | – | |
4.3.02 | Cyclizine supp 100 mg | 20 | 10 | – | 20 | 20 | 100 | – | ||
4.3.03 | Cinnarizine tabl 25 mg | 50 | 20 | 10 | 50 | 50 | 200 | 6 pp | ||
4.4.02 | RMA | Carbamazepine tabl 200 mg | 20 | 10 | – | 20 | 20 | 50 | – | |
4.5.01 | RMA | Temazepam tabl/caps 10 mg | 20 | 10 | – | 20 | 20 | 50 | – | |
Anti-allergische en anti-anafylactische middelen | ||||||||||
5.1.03 | RMA | Clemastine tabl 1 mg | 20 | 10 | – | 20 | 20 | 50 | – | |
5.1.04 | RMA | Clemastine amp 2 mg/2 ml (voor im en iv inj) | 3 | 2 | – | 3 | 2 | 6 | – | |
5.2.02 | RMA | Dexamethason amp 5 mg/1 ml (voor im en iv inj) | 5 | 2 | – | 5 | 2 | 5 | – | |
Geneesmiddelen voor het ademhalingsstelsel | ||||||||||
6.1.02 | RMA | Salbutamol 0,1 mg[ds, inhalator 200 ds | 2 [5] | 1 [5] | – | 2 | 1 [5] | 4 [5] | – | |
6.1.03 | RMA | Beclomethasone 0,05 mg/ds, inhalator 200 ds | – [5] | – [5] | – | – | – [5] | – [5] | – | |
6.1.04 | Voorzetkamer voor 6.1.02 en 6.1.03 | 1 [2] | 1 [2] | – | 1 | 1 [2] | 1 [2] | – | ||
6.2.01 | Dextromethorfan sir, flac 200 ml | 3 | 1 | – | 3 | 1 | 6 | – | ||
6.3.01 | Xylometazoline neusdruppels 0,1%, druppelflac 10 ml | 5 | 3 | – | 5 | 3 | 10 | – | ||
Infectiewerende middelen | ||||||||||
7.1.01 | RMA | Amoxicilline met clavulaanzuur tabl 500/125 | 60 | 20 | – | 60 | 20 | 120 | – | |
7.1.07 | RMA | Doxycycline tabl 100 mg | 20 | 5 | – | 20 | 5 | 50 | – | |
7.1.08 | RMA | Cefuroxim amp 750 mg + 5 ml opl (voor im inj) | 15 | 6 | – | 15 | 6 | 30 | – | |
7.2.02 | RMA | Co-trimoxazol tabl 800+160 mg | 30 | 10 | – | 30 | 10 | 60 | – | |
7.4.02 | RMA | Metronidazol tabl 500 mg | 20 | 10 | – | 20 | 10 | 50 | – | |
7.4.03 | RMA | Metronidazol supp of ovule 500 mg 1. | – [10] | – | – | – | – | – [25] | – | |
7.5.01 | RMA | Ciprofloxacine tabl 500 mg | 40 | 20 | – | 40 | 20 | 100 | – | |
7.6.01 | RMA | Tetanusvaccin amp 0,5 ml (voor im inj) (KOEL BEWAREN) | 5 | 2 | – | 5 | 2 | 5 | – | |
7.6.02 | RMA | Anti-tetanus immunoglobuline amp 250 E/2 ml (voor im inj) (KOEL BEWAREN) | 3 | 1 | – | 3 | 1 | 5 | – | |
7.7.01 | .t | RMA | Atovaquon/proguanil tabl 250/100 mg | 252 | 124 | – | 252 | 124 | 756 | – |
7.7.02 | .t | RMA | Artemether/Lumefantrine tabl 20/120 mg | 120 | 48 | – | 120 | 120 | 312 | – |
7.7.03 | .t | RMA | Artemether 80 mg/ml, 1 ml amp | 10 | 5 | – | 10 | 5 | 20 | – |
Preparaten bestemd voor rehydratie en toevoer van calorieën en plasmavervangmiddelen | ||||||||||
8.1.01 | ORS met samenstelling vlgs WHO standaard, zakje voor de bereiding van1 liter rehydratie-vloeistof | 18 | 6 | – | 18 | 6 | 36 | – | ||
8.1.02 | RMA | NaCl 0,9% infuusvloeistof, flac 500 ml | 2 [10] | 1 [6] | – | 4 | 2 [6] | 4 [10] | – | |
Infuussysteem zie II.5.05f | ||||||||||
8.3.01 | RMA | Plasmavervangmiddel naar keuze, flac 500 ml | 5 | 3 | – | 5 | 3 | 10 | – | |
Infuussysteem zie II.5.05f | – | |||||||||
Geneesmiddelen voor dermatologisch gebruik | ||||||||||
9.1.03 | Chloorhexidine 0,5%, flac 30 ml | 4 | 2 | 1 | 4 | 2 | 8 | 1 | ||
9.1.04 | Chloorhexidine/Cetrimide opl, flac 250 ml | 3 | 1 | – | 3 | 3 | 5 | – | ||
9.1.05 | Handalcohol 70% | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 4 | – | ||
9.1.08 | Betadine zalf, tube 30 g | 3 | 2 | 1 | 3 | 2 | 6 | 2 | ||
9.1.09 | Capsicum compositum crème, tube 30 g | 3 | 1 | – | 3 | 1 | 6 | – | ||
9.1.10 | Miconazolnitraat crème 2%, tube 30 g | 4 | 2 | – | 4 | 2 | 8 | – | ||
9.1.13 | RMA | Zilversulfadiazine crème 1%, tube 50 g (KOEL BEWAREN) | 5 | 3 | 1 | 5 | 5 | 8 | – | |
9.1.13R | Lang houdbare antispetische[lees: antiseptische] crème geschikt voor behandeling van brandwonden | – | – | – | – | – | – | 1 | ||
9.1.14R | Antizonnebrand waterbestendige crème, tube 25 g, factor 20 (EU) of 22 (USA) | – | – | – | – | – | – | 2 | ||
9.1.15 | Alumnis compositum poeder,strooiflac 100 g | 4 | 1 | – | 4 | 2 | 8 | – | ||
9.1.18 | Lanette/menthol crème 2%, tube 10 g | 2 | – | – | 2 | 1 | 5 | – | ||
9.1.20 | Permetrine lotion 10 mg/g, flac 59 ml | 3 | 1 | – | 3 | 1 | 5 | – | ||
9.1.21 | RMA | Triamcinolon 0.1%, tube 30 g | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 4 | – | |
9.1.22 | Aciclovir tabl 200 mg | 60 | 30 | - | 60 | 120 | 120 | - | ||
Middelen voor oogheelkundig gebruik | ||||||||||
9.2.03 | RMA | Tetracaïne oogdruppels 0,5%, unitdose (KOEL BEWAREN) | 20 | 10 | – | 20 | 10 | 40 | – | |
9.2.04 | RMA | Pilocarpine oogdruppels 2%, druppelflac 10 ml (KOEL BEWAREN) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – | |
9.2.05 | Fluoresceïne strips 1%, verpakking van 10 stuks | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – | ||
9.2.06 | Tetracycline oogzalf 1%, tube 4g (KOEL BEWAREN) | 2 [5] | 1 [3] | 1 | 2 | 1 [3] | 4 [10] | 1 | ||
9.2.07 | Fusidinezuur ooggel 1%, unitdose 0,2 g (KOEL BEWAREN) | 24 | 12 | – | 24 | 12 | 48 | – | ||
Middelen voor oorheelkundig gebruik | ||||||||||
9.3.03 | Polymyxine-B bevattende oordruppels, | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 4 | – | ||
Middelen tegen mond- en keelaandoeningen | ||||||||||
9.4.01 | Chloorhexidine gorgeldrank 2%, flac 200 ml | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 4 | – | ||
Lokaal-anesthetica | ||||||||||
9.5.02 | Lidocaïne 2%, flac 20 ml zonder adrenaline (voor im en sc inj) | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 4 | – | ||
9.5.03 | Carophylli aetheroleum (kruidnagelolie), druppelflac 10 ml | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – | ||
Aanvullende antidota voor gevaarlijke stoffen | ||||||||||
10.1.01 | RMA | Calciumgluconaat gel 2%, tube 25 g | – [5] | – [5] | – | – | – [10] | – [40] | – | |
10.2.05 | RMA | Atropinesulfaat amp 1 mg/1 ml (voor im en iv inj) | – [15] | – [15] | – | – | – [30] | – [100] | – | |
10.2.06 | RMA | Calciumgluconaat bruistabl 1 g | – [20] | – [20] | – | – | – [40] | – [100] | – | |
10.2.09 | RMA | Geactiveerde kool, poeder, flac 50 g | – [2] | – [2] | – | – | – [2] | – [2] | – | |
10.2.10 | RMA | Aethylacohol opl 95%, flac 500 ml | – [3] | – [1] | – | – | – [1] | – [3] | – | |
Diversen | ||||||||||
12.1.01 | RMA | Glucagon amp 1 mg + 1 ml opl (voor im en iv inj) (KOEL BEWAREN) | 2z | 2z | 2z | 4 | 2 | 4 | – | |
Code | Vereiste middelen | A | B | C | D | E | Max. | R |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Reanimatiebenodigdheden | ||||||||
II.1.01 | Beademingsballon reserve met masker, bij voorkeur op te bergen bij II.1.02.a | – [1] | – [1] | – | – | – [1] | – [1] | – |
II.1.02.a | Zuurstofkoffer draagbaar, compleet met gebruiksaanwijzingen, inclusief 1 zuurstoffles 2 l/200 bar, reduceerventiel met flowmeter, en beademingsballon met masker | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.1.02.b | Zuurstoffles reserve 2 l/200 bar bij voorkeur op te bergen bij II.1.02.a | – [1] | – [1] | – | – | – [3] | – [3] | – |
II.1.02.c | Zuurstoffles met zuurstof voor medische toepassing 40 l/200 bar of verdeeld over maximaal 4 flessen die allen dezelfde kleurcodering, vuldruk en aansluiting hebben, klaar voor direct gebruik in het ziekenverblijf van het schip, met 2 flowmeters voor het toedienen van zuurstof aan 2 personen tegelijk1. | – [1] | – [1] | – | – | – [1] | – [1] | – |
II.1.03 | Afzuigeenheid mechanisch om de luchtwegen vrij te maken, bij voorkeur als onderdeel van II.1.02.a | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.1.04 | Brook Airway of Lifeway of equivalent | 1 [2] | 1 [2] | 1 | 2 | 2 | 4 | 1 |
II.1.05.a | Guedel (Mayo-tube) no 2 | – [2] | – [2] | – | – | – [2] | – [4] | – |
II.1.05.b | Guedel (Mayo-tube) no 3 | – [2] | – [2] | – | – | – [2] | – [4] | – |
II.1.05.c | Guedel (Mayo-tube) no 4 | – [2] | – [2] | – | – | – [2] | – [4] | – |
II.1.06 | Zuurstofmaskers disposable (tot 60% zuurstof) met bijbehorende flexibele aansluitslangen, bij voorkeur als onderdeel van II.1.02.a | 2 [10] | 2 [10] | – | 2 | 2 [10] | 6 [20] | – |
Verbandmiddelen en hechtingsmateriaal | ||||||||
II.2.01 | Hechtingsset met naalden: zie II.2.13 en II.3.01 t/m II.3.06. | |||||||
II.2.02 | Zelfklevend elastisch verband 4 m/6 cm | 1 | 1 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 |
II.2.03.c | Hydrolast windsel 4 m/6 cm | 30 | 15 | 8 | 60 | 60 | 120 | – |
II.2.04 | Tunnelverband voor vingers m applicator, rol 5 m | 4 | 1 | 1 | 4 | 4 | 12 | – |
II.2.05.a | Hydrofiel gaas 5x5 cm steriel, verpakking van 16 st | 10 | 5 | 1 | 20 | 20 | 40 | – |
II.2.05.b | Hydrofiel gaas 10x10 cm steriel, verpakking van 25 st | 3 | 2 | 1 | 3 | 3 | 10 | 1 |
II.2.05.c | Vaseline gaas steriel 10x10 cm | 20 | 10 | 10 | 20 | 20 | 40 | 10 |
II.2.06 | Hydrofiel watten, 100 g | 4 | 2 | 1 | 4 | 4 | 10 | – |
II.2.07.a | Metalline laken steriel 73x250 cm | 1 | 1 | – | 2 | 2 | 2 | – |
II.2.08 | Driekante doeken (katoen) | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
II.2.09.a | Handschoenen niet steriel, per paar | 12 | 6 | 3 | 12 | 12 | 24 | 3 |
II.2.09.b | Handschoenen steriel M, per paar | 3 | 2 | – | 6 | 12 | 12 | – |
II.2.09.c | Handschoenen steriel L, per paar | 3 | 2 | – | 6 | 12 | 12 | – |
II.2.10.b | Pleisterverband waterbest 1 m/6 cm | 3 | 2 | 1 | 3 | 2 | 6 | 1 |
II.2.11.a | Snelverband steriel nr 1 klein | 4 | 4 | 1 | 10 | 10 | 20 | 2 |
II.2.11.b | Snelverband steriel nr 2 middel | 10 | 4 | 2 | 20 | 20 | 40 | 4 |
II.2.11.c | Snelverband steriel nr 3 groot | 4 | 4 | 1 | 10 | 10 | 10 | 1 |
II.2.12.a | Hechtpleister waterbest 5 m/1¼ cm | 2 | 1 | 1 | 2 | 2 | 5 | 1 |
II.2.12.c | Zwaluwstaart pleisters steriel | 20 | 10 | 5 | 20 | 20 | 40 | 5 |
II.2.13.c | Hechtingen atraumatisch vicryl 4-0 | 10 | 5 | – | 10 | 10 | 20 | – |
II.2.13.d | Hechtingen atraumatisch ethilon 3-0 | 10 | 5 | – | 10 | 10 | 20 | – |
II.2.13.e | Hechtingen atraumatisch ethilon 5-0 | 10 | 5 | – | 10 | 10 | 20 | – |
II.2.14 | Synthetische watten 3 m/10 cm | 2 | 1 | – | 2 | 2 | 4 | – |
II.2.15.a | Oogklepje | 2 | 1 | – | 3 | 3 | 3 | – |
II.2.15.b | Oogcompressen, 5 stuks | 2 | 1 | – | 3 | 3 | 3 | – |
II.2.16 | Veiligheidsspelden (RVS), 12 st | 2 | 1 | 1 | 3 | 3 | 3 | 1 |
Instrumenten | ||||||||
II.3.01 | Scalpel steriel disposable | 3 | 3 | – | 3 | 3 | 6 | – |
II.3.02 | Instrumentendoos (RVS) voor chirurgische instrumenten | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.03.a | Schaar chirurgisch (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.03.b | Verbandschaar Lister 18 cm (RVS), niet op te bergen in II.3.02 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 3 | 1 |
II.3.04.a | Pincet anatomisch (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.04.b | Pincet chirurgisch (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.05 | Arterieklem vlgs Kocher (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.06 | Naaldvoerder Mathieu 17 cm (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.07 | Scheerapparaat disposable | 5 | 2 | – | 5 | 5 | 10 | – |
II.3.08 | Splinterpincet (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.3.09 | Ringzaagtang (RVS) | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.3.10 | Nylon lisje oogheelkundig | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
Materiaal voor onderzoek en medische controle | ||||||||
II.4.01 | Tongspatels disposable | 50 | 10 | – | 50 | 50 | 100 | – |
II.4.02 | Teststrips voor urineanalyse: bloed/glucose/eiwit/nitriet/leucocyten, 50 strips | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.4.03 | Bladen voor registratie lichaamstemp en pols | 20 | 5 | – | 20 | 20 | 40 | – |
II.4.04 | Medische kaart voor informatie bij evacuatie | 4 | 2 | – | 4 | 4 | 10 | – |
II.4.05 | Stethoscoop | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.4.06 | Anaeroïde bloeddrukmeter, bij voorkeur automatisch | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.4.07 | Thermometer voor koorts | 3 | 2 | – | 3 | 3 | 6 | – |
II.4.08 | Thermometer voor hypothermie | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.4.09 | Penlight ooglampje + blauw kapje | 2 | 1 | – | 2 | 2 | 2 | – |
Materiaal voor injecties, perfusie, puncties en catherisatie | ||||||||
II.5.01 | Set v draineren vd blaas: zie II.5.04/.06/.07 | |||||||
II.5.02.a | Druppelclysma rectaal met druppelteller, inclusief 1 catheter | 1 | – | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.5.02.b | Catheter 26 Fr voor druppelclysma rectaal | [6] | – | – | – | – | [12] | – |
II.5.04 | Urinezak met aansluiting op condoom | 2 | – | – | 2 | 1 | 2 | – |
II.5.05.a | Injectiespuiten steriel 2 ml disposable | 50 [100] | 25 [50] | 5 | 50 | 40 [50] | 100 [200] | 5 |
II.5.05.b | Injectiespuiten steriel 5 ml disposable | 10 | 5 [10] | – | 10 | 10 | 20 [20] | – |
II.5.05.c | Injectienaalden steriel sc 16×½ mm, passend op II.5.05.a/.b | 25 | 10 | – | 25 | 10 | 50 | – |
II.5.05.d | Injectienaalden steriel im 40×0,8 mm, passend op II.5.05.a/.b | 50 [100] | 25 [50] | 5 | 50 | 25 [50] | 100 [200] | 5 |
II.5.05.e | Infuusnaalden steriel 1,2 te gebruiken bij inbrengen infuus | 4 [10] | 2 [10] | – | 8 | 4 [10] | 8 [20] | – |
II.5.05.f | Infuus systeem steriel voor 8.1.02 en 8.3.01 | 4 [10] | 2 [10] | – | 8 | 4 [10] | 8 [20] | – |
II.5.05.g | Stuwband te gebruiken bij inbrengen infuus | 1 [2] | 1 [2] | – | 2 | 1 [2] | 4 [4] | – |
II.5.06 | Urinecatheter steriel Thieman zonder ballon nr 16 en 12, van ieder | 1 | – | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.5.07 | Catheterglijmiddel lidocaïne 2%/chloorhexidine 0,05%, spuit | 2 | – | – | 2 | 2 | 4 | – |
II.5.08 | Nierbekken (RVS) | 2 | 1 | – | 1 | 1 | 4 | – |
Verplegingsartikelen | ||||||||
II.6.01 | Ondersteek (RVS) | 1 | – | – | 2 | 2 | 3 | – |
II.6.02 | Warmwaterzak | 1 | 1 | – | 2 | 1 | 3 | – |
II.6.03 | Urinaal (glas) | 1 | – | – | 2 | 2 | 3 | – |
II.6.04 | ColdHotpack Maxi 20x30 cm (IN VRIEZER BEWAREN) | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 2 | – |
II.6.06 | Reddingdeken aluminiumfolie | 1 | 1 | 1 | 2 | 2 | 4 | 1 |
Immobilisatiemateriaal | ||||||||
II.7.01 | Vervormbare spalk voor vingers/tenen | 2 | 1 | – | 2 | 2 | 4 | – |
II.7.02 | Vervormbare draadspalk voor onderarm en hand, set van 6 stuks | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.7.03 | Vacuüm spalken (halve/hele arm, half/heel been) met handpomp of equivalent | 1 | 1 | 1 | 2 | 2 | 3 | – |
II.7.04 | Dijbeenspalk | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 2 | – |
II.7.05 | Nekkraag Stifneck Select of equivalent: instelbaar | 2 | 2 | – | 2 | 2 | 4 | – |
II.7.06 | Vacuumschelpmatras met voetpomp | 1 | – | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.07.07 | Waar de voorgeschreven bemanning uit meer dan 3 personen bestaat: brancard2. | 1 | 1 | 1 | 2 | 2 | 2 | – |
Desinfectie, insectenverdeliging, bescherming | ||||||||
II.8.01 | Drinkwater desinfectiemiddel, geschikt voor menselijke consumptie, hoeveelheid voor 1 keer de totale drinkwatervoorraad aan boord | 2 | 1 | – | 2 | 2 | 5 | – |
II.8.04 | Diëthyltoluamide (DEET) 50% insect repellent, flac 30 ml | 30 | 15 | – | 30 | 30 | 60 | – |
II.8.05 | Spuitbaar bestrijdingsmiddel tegen vliegend en kruipend ongedierte naar keuze, spuitflacon | 2 | 1 | – | 2 | 1 | 10 | – |
Diverse benodigdheden | ||||||||
II.9.01.b | Bodybag | 1 [2] | – | – | 2 | – | 1 [2] | – |
II.9.03 | Condooms | 50 | 20 | – | 50 | 50 | 100 | – |
II.9.04 | Pedaalemmer (RVS) met binnenemmer | 1 | – | – | 1 | 1 | 1 | – |
Plastic binnenzakken voor pedaalemmer, 20 st | 2 | – | – | 2 | 2 | 4 | – | |
II.9.05 | Voorwerpglaasjes, 12 st | 1 | – | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.9.06 | Wattendragers (hout) | 50 | 20 | – | 50 | 50 | 100 | – |
II.9.07 | Buigrietjes | 20 | 10 | – | 20 | 20 | 40 | – |
II.9.10 | Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart, laatste editie incl. aanvullingen | 1 | 1 | – | 1 | 1 | 1 | – |
II.9.11 | MFAG, laatste editie incl. aanvullingen als bedoeld in artikel 18 van de Regeling veiligheid Arubaanse, Curacoase[lees: Curaçaose] en Sint Maartense zeeschepen | [1] | [1] | – | – | [1] | [1] | – |
II.9.12 | EHBO-boekje Oranje Kruis, laatste editie | – | – | 1 | – | – | 1 | – |
II.9.13 | Hersluitbare waterdichte medicijnkist, bestemd voor alle artikelen uit kolom R met inhoudsopgave en behandelingsvoorschrift gedrukt op waterbestendig materiaal. | – | – | – | – | – | – | 1 |
Voetnoten
De bereiding en aflevering van Metronidazol zetpillen kan op praktische bezwaren stuiten. Volgens informatie van de fabrikant is het mogelijk om vaginale ovules ook rectaal te gebruiken. Ovules (Flagyl) zijn daarom een gelijkwaardig alternatief.
In verband met het explosiegevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de zuurstoffles(sen) op een wijze die passend is, bij voorkeur in de buitenlucht of in een geventileerde ruimte.
De brancard heeft een raamwerk met onbuigzame ondersteunende bodem en is zodanig geconstrueerd, dat het gehele lichaam van de patiënt bescherming wordt geboden en kan worden gefixeerd, waarbij rekening is gehouden met de uiteenlopende omstandigheden waaronder de brancard moet kunnen worden gebruikt. De brancard is vervaardigd van brandvertragend materiaal en voorzien van hijsogen en banden ten behoeve van horizontaal en verticaal transport, onder andere door mangaten en vluchtluiken. Op zeilschepen met een lengte van minder dan 24 meter behoeft geen brancard aan boord te zijn.