Einde inhoudsopgave
Besluit Draaginsigne Gewonden 2017
Artikel 3 Toekenningscriteria
Geldend
Geldend vanaf 28-02-2017. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2017
- Bronpublicatie:
17-02-2017, Stcrt. 2017, 10580 (uitgifte: 27-02-2017, regelingnummer: BS2017001919)
- Inwerkingtreding
28-02-2017, terugwerkend tot: 01-01-2017
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-02-2017, Stcrt. 2017, 10580 (uitgifte: 27-02-2017, regelingnummer: BS2017001919)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
Het draaginsigne wordt toegekend aan de militair of de gewezen militair die:
- a.
onder oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties het Koninkrijk der Nederlanden dient of heeft gediend; en
- b.
gedurende het vervullen van zijn plicht:
- 1º
direct betrokken is geweest bij een (mede) tegen hem gerichte gevechtshandeling dan wel (mede) tegen hem gerichte gevechtshandelingen; of
- 2º
in persoon (mede) tegen hem gerichte enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening dan wel een dreiging daarvan heeft ondergaan; of
- 3º
herhaaldelijk of langdurig in persoon, anders dan het enkel vernemen, horen zeggen of zien is blootgesteld aan de directe afschuwwekkende gevolgen van oorlogsgeweld; en
- c.
als gevolg daarvan ernstig lichamelijk gewond is geraakt of ernstig psychisch letsel heeft opgelopen.
2.
Het insigne wordt daarnaast toegekend aan Nederlands vaarplichtig koopvaardijpersoneel in oorlogstijd indien dat voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid.
3.
Onder gewezen militair, genoemd in het eerste lid, wordt mede verstaan: degene die heeft gediend bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), ongeacht of hij is overgegaan naar de Koninklijke Landmacht of een ander deel van de Nederlandse Krijgsmacht.
4.
Onder oorlogsomstandigheden of een daarmee overeenkomende situatie, genoemd in het eerste lid, wordt mede verstaan: een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen en een binnenlandse militaire of politionele operatie ter bescherming van het grondgebied of ter handhaving van de rechtsorde.
5.
Onder gevechtshandeling, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: optreden van strijdende partijen of derden met direct vuur, indirect vuur of hiermee vergelijkbaar gevechtscontact.
6.
Onder enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening, genoemd in het eerste lid, wordt onder meer verstaan: geweldsuitoefening door middel van ontploffing van mijnen of geïmproviseerde explosieven, zelfmoordaanslagen, gijzeling en marteling.