Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1620 tot oprichting van de autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010
Artikel 68 Benoeming van de voorzitter van de autoriteit
Geldend
Geldend vanaf 26-06-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Inwerkingtreding
26-06-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
EU-recht / Instituties
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De voorzitter van de autoriteit wordt geselecteerd op basis van verdienste, vaardigheden, kennis, integriteit, erkende reputatie en ervaring op het gebied van AML/CFT en andere relevante kwalificaties, na een open selectieprocedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt. Het Europees Parlement, de Raad en de algemene raad worden in elke fase van die procedure tijdig en naar behoren op de hoogte gehouden.
De Commissie stelt een shortlist op van ten minste twee geschikte kandidaten voor de functie van voorzitter van de autoriteit. Het Europees Parlement en de algemene raad kunnen de kandidaten die op die shortlist staan, horen. De algemene raad kan een openbaar advies uitbrengen over de resultaten van zijn hoorzittingen of zijn advies richten tot het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
De Commissie legt het Europees Parlement een voordracht voor de benoeming van de voorzitter van de autoriteit voor.
De Raad stelt, na goedkeuring van dat voorstel door het Europees Parlement, een uitvoeringsbesluit vast tot benoeming van de voorzitter van de autoriteit. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
In afwijking van de tweede alinea doet de Commissie het voorstel voor de benoeming van de eerste voorzitter van de autoriteit na de inwerkingtreding van deze verordening zonder betrokkenheid van de algemene raad.
2.
De voorzitter van de autoriteit handelt onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie in haar geheel, en vraagt noch aanvaardt instructies van instellingen, organen of instanties van de Unie, van regeringen of van enig ander publiek of privaat orgaan. De instellingen, organen en instanties van de Unie, de regeringen van de lidstaten en alle andere publieke of private organen eerbiedigen die onafhankelijkheid.
3.
De ambtstermijn van de voorzitter van de autoriteit bedraagt vier jaar. Gedurende de laatste twaalf maanden van de vierjarige ambtstermijn van de voorzitter voert de algemene raad in beide samenstellingen, dan wel een kleiner comité bestaande uit leden van de algemene raad, waaronder een vertegenwoordiger van de Commissie, een beoordeling uit van het functioneren van de voorzitter. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met een evaluatie van het functioneren van de voorzitter en met de toekomstige taken en uitdagingen voor de autoriteit. Op basis van de beoordeling mag de Commissie het Europees Parlement voorstellen de ambtstermijn van de voorzitter te verlengen. Een dergelijke verlenging kan slechts eenmaal worden toegestaan. Na goedkeuring van het voorstel van de Commissie door het Europees Parlement verlengt de Raad bij uitvoeringsbesluit de ambtstermijn van de voorzitter van de autoriteit. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
4.
Indien de voorzitter van de autoriteit niet langer aan de eisen voor de uitvoering van zijn of haar taken voldoet of ernstig is tekortgeschoten, mag de Raad, op eigen initiatief of op basis van een voorstel van het Europees Parlement of de algemene raad in om het even welke samenstelling, een uitvoeringsbesluit vaststellen waarbij de voorzitter van zijn of haar ambt wordt ontheven. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
5.
Indien de voorzitter van de autoriteit aftreedt of zijn of haar taken om een andere reden niet kan vervullen, neemt de vicevoorzitter de functies van de voorzitter over.