Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2008/62/EG tot vaststelling van bepaalde afwijkingen voor de toelating van landrassen en rassen in de landbouw die zich op natuurlijke wijze hebben aangepast aan de lokale en regionale omstandigheden en die door genetische erosie worden bedreigd, en voor het in de handel brengen van zaaizaad en pootaardappelen van die landrassen en rassen
Artikel 10 Certificering
Geldend
Geldend vanaf 11-07-2008
- Bronpublicatie:
20-06-2008, PbEU 2008, L 162 (uitgifte: 21-06-2008, regelingnummer: 2008/62/EG)
- Inwerkingtreding
11-07-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
20-06-2008, PbEU 2008, L 162 (uitgifte: 21-06-2008, regelingnummer: 2008/62/EG)
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Soortenbescherming
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
1.
In afwijking van de certificeringsvoorschriften van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 66/401/EEG, artikel 3, lid 1, van Richtlijn 66/402/EEG, artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/54/EG, artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/56/EG en artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/57/EG kunnen de lidstaten bepalen dat zaaizaad van een instandhoudingsras in de handel mag worden gebracht als het voldoet aan de leden 2, 3 en 4 van dit artikel.
2.
Het zaaizaad is afkomstig van zaaizaad dat volgens welomschreven praktijken voor de instandhouding van het ras is geproduceerd.
3.
Het zaaizaad, behalve zaaizaad van Oryza sativa, moet voldoen aan de certificeringsvoorschriften voor gecertificeerd zaaizaad die zijn vastgesteld bij de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/56/EG en 2002/57/EG, met uitzondering van de voorschriften betreffende de minimale raszuiverheid en de voorschriften betreffende het officiële onderzoek of het onderzoek onder officieel toezicht.
Zaaizaad van Oryza sativa moet voldoen aan de bij Richtlijn 66/402/EEG vastgestelde certificeringsvoorschriften voor ‘gecertificeerd zaad van de tweede generatie’, met uitzondering van de voorschriften betreffende de minimale raszuiverheid en de voorschriften betreffende het officiële onderzoek of het onderzoek onder officieel toezicht.
Het zaaizaad moet voldoende raszuiver zijn.
4.
Wat pootaardappelen betreft, kunnen de lidstaten bepalen dat artikel 10 van Richtlijn 2002/56/EG betreffende de maatsortering niet van toepassing is.