Einde inhoudsopgave
Richtlijn 271 Personeelsbeloningen van de Raad voor de Jaarverslaggeving
Tekst
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2011
- Bronpublicatie:
01-09-2010, Overig 2010, 000 (uitgifte: 01-09-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2011
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-09-2010, Overig 2010, 000 (uitgifte: 01-09-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
271.1. Algemeen
101
In dit hoofdstuk worden richtlijnen gegeven voor de verwerking van personeelsbeloningen in de jaarrekening.
Het is rechtspersonen toegestaan in de jaarrekening voor pensioenen de onder US GAAP, IFRS of IFRS zoals aanvaard door de Europese Unie van toepassing zijnde standaarden inzake pensioenen en andere ‘post retirement benefits’ toe te passen in plaats van paragraaf 3 van dit hoofdstuk, mits sprake is van een integrale en consistente toepassing van deze standaarden.
102
Personeelsbeloningen omvatten alle vormen van beloning van personeel tijdens en na afloop van het dienstverband:
- —
ongeacht of er sprake is van individuele arbeidsovereenkomsten, CAO's, wettelijke regelingen of afspraken, dan wel bestendig gevolgde gedragslijnen door de werkgever die leiden tot verplichtingen jegens het personeel;
- —
ongeacht of betaling door de werkgever plaatsvindt aan het personeel zelf of aan anderen zoals een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds; en
- —
ongeacht of er sprake is van een volledig dienstverband of deeltijdarbeid.
Het begrip personeel in dit hoofdstuk omvat mede de bestuurders van de rechtspersoon (zie paragraaf 6 Bezoldigingen van bestuurders en commissarissen).
De verplichtingen van de rechtspersoon ter zake van personeelsbeloningen omvatten niet alleen de in rechte afdwingbare verplichtingen, maar ook die waarbij er sprake is van een situatie waarin de rechtspersoon geen ander reëel alternatief heeft dan het nakomen van die verplichting (constructive obligation). Bij dergelijke verplichtingen kan worden gedacht aan verplichtingen die voortvloeien uit een bestendig toegepaste gedragslijn, uit de wens goede zakelijke verhoudingen te handhaven, of op een billijke wijze te handelen, alsmede aan gevallen waarin een wijziging in de gedragslijn van de rechtspersoon onaanvaardbare schade zou toebrengen aan de relatie met het personeel.
103
De volgende vormen van personeelsbeloningen worden onderscheiden:
- a.
beloningen tijdens het dienstverband. Voorbeelden zijn:
- 1.
lonen en salarissen, premies uit hoofde van sociale verzekeringswetten, vakantiegeld, doorbetaling van loon bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, bijdragen in levensloopregelingen, bonusbetalingen, tantièmes, jubileumuitkeringen, doorbetaald extra verlof (zogeheten sabbatical leave), beloningen in natura zoals huisvesting, enzovoort (zie paragraaf 2); en
- 2.
aandelen of het recht aandelen te verwerven, inclusief uitkeringen waarvan het bedrag afhankelijk is van de toekomstige koers van de aandelen in het kapitaal van de rechtspersoon. Een veel voorkomende vorm hiervan betreft aandelenoptieregelingen voor personeel (zie hoofdstuk 275 Op aandelen gebaseerde betalingen);
- b.
beloningen in de vorm van (rechten op) uitkeringen in de periode wanneer normaliter geen arbeidsprestaties meer worden verricht. Deze beloningen worden aangemerkt als beloningen in de vorm van uitkeringen na afloop van het dienstverband (zie paragraaf 3). Hieronder worden begrepen:
- 1.
pensioenuitkeringen; en
- 2.
uitkeringen uit hoofde van vervroegde uittredingsregelingen (VUT) en andere non activiteitsregelingen.
- c.
beloningen in de vorm van uitkeringen bij ontslag (zie paragraaf 5).
104
De in de winst- en verliesrekening te verantwoorden lasten uit hoofde van personeelsbeloningen worden verwerkt als onderdeel van het bedrijfsresultaat. De lonen en sociale lasten, met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten, moeten in de winst- en verliesrekening, dan wel in de toelichting afzonderlijk worden opgenomen of vermeld (artikel 2:377 lid 3, onder e en f BW respectievelijk artikel 2:382 BW, laatste zin).
105
Een op de balans op te nemen verplichting uit hoofde van personeelsbeloningen wordt opgenomen onder de schulden of als voorziening afhankelijk van de aard van de verplichting.
271.2. Beloningen tijdens het dienstverband
Inleiding en begripsbepaling
201
In deze paragraaf worden beloningen behandeld, in welke vorm dan ook, die een rechtspersoon verschuldigd is uit hoofde van de voor het personeel geldende arbeidsvoorwaarden als deze beloningen betaalbaar zijn tijdens het dienstverband, met uitzondering van uitkeringen bij ontslag en uitkeringen in de vorm van eigen aandelen, opties daarop en vergelijkbare beloningsvormen.
Voorbeelden van deze beloningen zijn:
- —
lonen, salarissen en premies sociale verzekeringen;
- —
doorbetaling bij vakantie, ziekte en arbeidsongeschiktheid;
- —
bijdragen in levensloopregelingen;
- —
winstdelingen en bonusbetalingen;
- —
vergoedingen in natura zoals medische verzorging en beschikbaarstelling van huisvesting en vervoer(middelen);
- —
beloningen die zijn gekoppeld aan het bestaan van een langjarig dienstverband zoals jubileumuitkeringen en extra doorbetaald verlof (zogeheten sabbatical leave).
Waardering en resultaatbepaling
202
(Een rechtspersoon dient de op grond van de arbeidsvoorwaarden van het personeel verschuldigde beloningen als last in de winst- en verliesrekening te verantwoorden en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans op te nemen.
Het uitgangspunt van deze paragraaf is om personeelsbeloningen als last in de winst- en verliesrekening te verantwoorden in de periode waarin de arbeidsprestatie, waarvoor deze beloningen worden verstrekt, wordt verricht.
Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, dient het meerdere te worden opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de rechtspersoon.
203
Indien sprake is van een beloning met opbouw van rechten dient de rechtspersoon de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking te nemen. Hiertoe dient op balansdatum een verplichting te worden opgenomen.
Onder de opbouw van rechten wordt verstaan het gedurende het dienstverband van het personeelslid opbouwen van rechten op doorbetaalde afwezigheid, die in toekomstige verslagperiodes door het personeelslid kunnen worden opgenomen of verzilverd, zoals vakantie en sabbatical leave. Ook wordt de opbouw van rechten op (langetermijn-) winstdelingen en bonussen hieronder begrepen.
Ook voorwaardelijk toegekende rechten (bijvoorbeeld rechten die alleen kunnen worden opgenomen bij continuering van het dienstverband zoals jubileumuitkeringen) leiden tot een verplichting. Bij de bepaling van de hoogte van deze verplichting wordt rekening gehouden met de kans op voortijdige beëindiging van het dienstverband met het personeelslid.
204
Indien sprake is van een beloning, waarbij geen rechten worden opgebouwd, dient de rechtspersoon de (verwachte) lasten in aanmerking te nemen in de periode waarover deze beloning is verschuldigd.
Doorbetaling in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid is een voorbeeld van een beloning zonder opbouw van rechten.
205
Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid, dient een voorziening te worden opgenomen.
Van een verplichting als bedoeld in de vorige zin is sprake indien op balansdatum aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- —
het personeelslid is geheel of gedeeltelijk niet in staat werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid;
- —
de ziekte of arbeidsongeschiktheid zal naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet worden opgeheven; en
- —
de rechtspersoon heeft de verplichting tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan betreffende personeelsleden en deze beloningen komen direct voor rekening van de rechtspersoon.
Bij de beoordeling of de ziekte of arbeidsongeschiktheid gedurende het resterende dienstverband (niet) wordt opgeheven worden elementen als revalidatiekans en dergelijke betrokken.
206
De verplichting die op grond van alinea 203 en 205 wordt opgenomen, dient de beste schatting te zijn van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.
De beste schatting wordt in het algemeen gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden, zoals CAO's en individuele arbeidsovereenkomsten.
Indien ten aanzien van de afwikkeling van de verplichtingen geen of nauwelijks onzekerheden te onderkennen zijn, zijn de hiermee samenhangende schattingen normaliter van beperkt belang voor de waardering van de verplichting. Voorbeelden hiervan zijn beloningen die een onvoorwaardelijk karakter kennen en/of op korte termijn betaalbaar zijn, zoals toekenning van rechten op vakantiedagen.
Indien ten aanzien van de afwikkeling van de verplichtingen onzekerheden te onderkennen zijn, zijn de hiermee samenhangende schattingen van grote(re) betekenis voor de waardering van de verplichting. Voorbeelden hiervan zijn beloningen die een voorwaardelijk karakter kennen en/of niet op korte termijn betaalbaar zijn, zoals jubileumuitkeringen.
Elementen die in de beste schatting bij de opbouw van bijvoorbeeld een verplichting voor jubileumuitkeringen kunnen worden betrokken, zijn:
- —
de personeelsleden op wie de regeling van toepassing is;
- —
het uitkeringspercentage van het salaris;
- —
de salarissen;
- —
de verwachte salarisstijging;
- —
opgebouwde jaren;
- —
blijfkans (al dan niet rekening houdend met kans van overlijden); en
- —
de disconteringsvoet gebruikt voor de berekening van de contante waarde.
Voor de invulling van de waardering op basis van het principe van ‘beste schatting’ wordt verwezen naar alinea 301 tot en met 305 van hoofdstuk 252 Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa.
207
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, dient de verplichting te worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. De disconteringsvoet voor belastingen waartegen contant wordt gemaakt, dient de actuele marktrente weer te geven. Hierin dienen de risico's waarmee bij het schatten van de toekomstige uitgaven reeds rekening is gehouden, niet te worden betrokken. De marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties is de meest geëigende invulling van actuele marktrente. Bij het ontbreken van een liquide markt voor ondernemingsobligaties geldt het rendement op staatsleningen als de meest geëigende invulling.
Indien de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt niet langer is dan een jaar, behoeft de verplichting niet tegen de contante waarde te worden opgenomen.
208
Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen dienen ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening te komen.
209. Winstdelingen en bonusbetalingen
Een rechtspersoon dient verwachte vergoedingen ten gevolge van winstdelingen en bonusbetalingen conform alinea 202 alleen in aanmerking te nemen indien:
- a.
de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór de balansdatum; en
- b.
een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt.
210. Verzekering van arbeidsongeschiktheidsrisico's
Voor zover het risico van arbeidsongeschiktheid is verzekerd — hetzij via het publieke stelsel, hetzij via een verzekeraar — mag een voorziening worden getroffen voor het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremies dat rechtstreeks is toe te rekenen aan het individuele schadeverleden van de rechtspersoon. Hierbij kan worden gedacht aan gedifferentieerde verzekeringspremies. Als alternatieve verwerkingswijze is het toegestaan dergelijke gedifferentieerde premies pas te verantwoorden in de periode(n) waarover ze verschuldigd zijn.
Indien geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van het in de toekomst te betalen deel van de verzekeringspremies dat rechtstreeks is toe te rekenen aan het individuele schadeverleden van de rechtspersoon, dient geen voorziening te worden opgenomen.
211. Levensloopregelingen
Een rechtspersoon dient bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen in aanmerking te nemen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd.
In de meeste gevallen beperkt de verplichting van de werkgever zich tot het doen van een bijdrage aan de werknemers in het kader van de levensloopregeling en volgen hieruit geen verdere verplichtingen voor de werkgever.
Presentatie en toelichting
212
De presentatie van de op de balans op te nemen verplichting en de in de winst- en verliesrekening te verantwoorden last geschiedt conform alinea 104 en 105.
213
De op grond van deze paragraaf op te nemen verplichting wordt naar de inhoud ervan gepresenteerd als voorziening dan wel als schuld. Een verplichting dient te worden gerubriceerd als een voorziening indien de omvang of het moment van afwikkeling onzeker is. Het met betrekking tot presentatie en toelichting bepaalde in hoofdstuk 252 Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa is dienovereenkomstig van toepassing. In alle andere gevallen wordt een verplichting opgenomen als schuld.
214
Indien is gekozen voor de in alinea 210 genoemde alternatieve verwerkingswijze en de op balansdatum bestaande omstandigheden — zoals reeds vastgestelde gedifferentieerde verzekeringspremies voor toekomstige jaren — naar verwachting een invloed van materiële betekenis zullen hebben op de hoogte van de toekomstige personeelslasten, dient dit laatste in ieder geval te worden toegelicht.
271.3. Pensioenen
Inleiding
301
De categorie pensioenen omvat pensioentoezeggingen en andere al dan niet tijdelijke uitkeringen na afloop van het actieve dienstverband. Pensioentoezeggingen omvatten de aanspraken van personeel, voormalig personeel of hun nagelaten betrekkingen op periodieke uitkeringen die van het leven afhankelijk zijn, ingaande op de pensioengerechtigde leeftijd of bij eerder overlijden, zoals aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen en prepensioen.
Periodieke uitkeringen wegens vervroegde uittreding en soortgelijke non-activiteitsregelingen komen aan de orde in paragraaf 271.4. Voor de verslaggeving van pensioenfondsen zelf wordt verwezen naar hoofdstuk 610 Pensioenfondsen.
302
Een in Nederland werkzame rechtspersoon moet in rechte afdwingbare pensioentoezeggingen aan het personeel krachtens de Pensioenwet onderbrengen bij een van de rechtspersoon gescheiden (afzonderlijke) entiteit, te weten een pensioenuitvoerder in de vorm van:
- a.
een ondernemingspensioenfonds;
- b.
een bedrijfstakpensioenfonds; of
- c.
een levensverzekeringsmaatschappij.
In deze paragraaf worden zij verder aangeduid als ‘pensioenuitvoerder’.
Vanwege de strikte scheiding tussen de verantwoordelijkheden van de rechtspersoon, de pensioenuitvoerder en de deelnemers en de risicodeling die tussen de betrokken partijen bestaat op grond van de Nederlandse Pensioenwet, worden de Nederlandse regelingen primair volgens een ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’ in de jaarrekening van de rechtspersoon verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen de rechtspersoon en de pensioenuitvoerder.
303
De bepalingen van paragraaf 271.3 zijn niet alleen van toepassing op formeel overeengekomen in rechte afdwingbare toezeggingen, maar ook op verplichtingen die voortvloeien uit een door de rechtspersoon bestendig gevolgde gedragslijn zoals bedoeld in alinea 307. De bepalingen van paragraaf 271.3 zijn tevens van toepassing op te verlenen aanspraken uit hoofde van het stellige voornemen dat de rechtspersoon heeft om een pensioenregeling te treffen. De verwerking in de jaarrekening van dergelijke toe te kennen aanspraken vloeit voort uit een concreet uitgewerkt plan.
304
De bepalingen van paragraaf 271.3 zijn in beginsel ook van toepassing op buitenlandse pensioenregelingen. Nadere bepalingen ten aanzien van de verwerking en waardering van pensioentoezeggingen in geval van buitenlandse regelingen zijn opgenomen in alinea 319 tot en met 321.
Voor de pensioenvoorziening voor directeuren-grootaandeelhouder is in alinea 318 een specifieke bepaling opgenomen.
Definities
305
De volgende begrippen worden in deze paragraaf gebruikt. De betekenis van deze begrippen is omschreven in hoofdstuk 940 Begrippen:
- —
pensioenregeling;
- —
pensioenfonds;
- —
pensioenovereenkomst;
- —
uitvoeringsovereenkomst;
- —
ondernemingspensioenregeling;
- —
bedrijfstakpensioenregeling;
- —
premie, de aan de pensioenuitvoerder te betalen;
- —
indexatie;
- —
middelloonregeling;
- —
eindloonregeling;
- —
verplichting, in rechte afdwingbare;
- —
feitelijke verplichting;
- —
verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering; en
- —
verplichting aan de werknemer benadering.
Nederlandse pensioenregelingen
306. Verwerking
De rechtspersoon dient de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst- en verliesrekening te verantwoorden.
De door de rechtspersoon te betalen bijdragen uit hoofde van een pensioenregeling bestaan in beginsel uit een reguliere jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder te betalen premie en, indien van toepassing, uit additionele bijdragen die samenhangen met de financieringspositie van de pensioenuitvoerder.
Voor zover de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie nog niet is voldaan, dient deze als verplichting op de balans te worden opgenomen. Indien de reeds betaalde premiebedragen de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie overtreffen, dient het meerdere te worden opgenomen als een overlopend actief voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door de pensioenuitvoerder of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.
307
De rechtspersoon dient te beoordelen of, en zo ja welke verplichtingen naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie per balansdatum bestaan. Deze verplichtingen komen voort uit de uitvoeringsovereenkomst en/of andere afspraken met werknemers. Ook komen ze voort uit bij werknemers gewekte gerechtvaardigde verwachtingen. Bij een verzekerde regeling is de uitvoeringsovereenkomst het verzekeringscontract.
Indien naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie verplichtingen bestaan, dient een voorziening te worden opgenomen, indien per balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
de rechtspersoon heeft een verplichting aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer (in rechte afdwingbaar of feitelijk);
- b.
het is waarschijnlijk dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen bij de rechtspersoon noodzakelijk is; en
- c.
er kan een betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de verplichting.
Voor in rechte afdwingbare verplichtingen van de rechtspersoon zijn zowel de inhoud van de pensioenovereenkomst en het pensioenreglement op grond waarvan de pensioenaanspraken worden toegekend aan het personeel, als de uitvoeringsovereenkomst bepalend. Deze verplichtingen worden hierna aangeduid als verplichtingen aan de pensioenuitvoerder (zie alinea 311 tot en met 313). Daarnaast kan sprake zijn van toezeggingen aan werknemers die (nog) niet zijn ondergebracht bij een pensioenuitvoerder. Deze worden hierna aangeduid als verplichtingen aan de werknemer (zie alinea 314).
Voorts kan sprake zijn van een feitelijke verplichting. Een feitelijke verplichting doet zich voor wanneer de rechtspersoon in de communicatie met de deelnemers aan een pensioenregeling gerechtvaardigde verwachtingen heeft gewekt die verder gaan dan in de pensioenovereenkomst, het pensioenreglement en de uitvoeringsovereenkomst zijn vastgelegd.
Van een feitelijke verplichting is eveneens sprake wanneer de rechtspersoon het stellige voornemen heeft om een bestaande pensioenregeling te verbeteren of aan te vullen. De verwerking in de jaarrekening van dergelijke toe te kennen aanspraken is gebaseerd op een per balansdatum concreet uitgewerkt plan.
Per balansdatum kan een verplichting bestaan inzake indexatie. Indien verleende indexatie voor rekening van de rechtspersoon komt en op balansdatum nog niet is afgefinancierd, wordt per balansdatum een voorziening opgenomen. Het verlenen van indexatie betekent automatische indexatie of een onvoorwaardelijk besluit daartoe.
308
Naast de in de winst- en verliesrekening te verantwoorden aan de pensioenuitvoerder te betalen premie kunnen er ook baten zijn voor de rechtspersoon, die voortkomen uit aanwezige overschotten bij de pensioenuitvoerder. Zie ook alinea 312 en 313.
Een pensioenvordering dient in de balans te worden opgenomen wanneer:
- a.
de rechtspersoon beschikkingsmacht heeft over een pensioenoverschot;
- b.
het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt, zullen toekomen aan de rechtspersoon; en
- c.
de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.
309
Voor de algemene principes van de verwerking van een voorziening of vordering wordt verwezen naar paragraaf 252.2 Verwerking alinea 201 tot en met 212.
310
Gebeurtenissen die blijken na balansdatum tot aan het moment van opmaken van de jaarrekening en die informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum dienen bij het opmaken van de jaarrekening te worden verwerkt.
Voor de algemene principes over de verwerking van gebeurtenissen na balansdatum, zoals het opstellen en/of vaststellen van een herstelplan door het bestuur van de pensioenuitvoerder, wordt verwezen naar paragraaf 160.2 Verwerking alinea 201 tot en met 207.
Voor een voorbeeld van een gebeurtenis na balansdatum die nadere informatie geeft over de verplichting per balansdatum kan aan de publicatie van de consumentenprijsindex over het afgelopen jaar worden gedacht.
311. Ondernemingspensioen- en bedrijfstakpensioenregeling
De rechtspersoon dient een voorziening op te nemen indien op basis van de uitvoeringsovereenkomst per balansdatum een verplichting bestaat en het waarschijnlijk is dat de aanwending van een maatregelenpakket, dat nodig is voor het herstel van de per balansdatum bestaande dekkingsgraad, zal leiden tot een uitstroom van middelen en de omvang betrouwbaar kan worden geschat.
Op grond van de uitvoeringsovereenkomst kan per balansdatum een verplichting voor de rechtspersoon bestaan, naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie. Dit kan het geval zijn indien de rechtspersoon op grond van de in de uitvoeringsovereenkomst gespecificeerde dekkingsgraad van de pensioenuitvoerder gehouden wordt respectievelijk kan worden tot het doen van additionele betalingen aan de pensioenuitvoerder. Daarnaast kunnen gerechtvaardigde verwachtingen tot het doen van additionele betalingen aan de pensioenuitvoerder leiden tot een feitelijke verplichting.
In de aan de pensioenuitvoerder in de toekomst te betalen premie kunnen ook voor de rechtspersoon herstelpremies begrepen zijn die op basis van bij De Nederlandsche Bank (DNB) ingediende herstelplannen door de pensioenuitvoerder zijn vastgesteld. Voor deze herstelpremies wordt geen voorziening opgenomen, tenzij deze op basis van de uitvoeringsovereenkomst of op basis van gerechtvaardigde verwachtingen voortkomen uit een verplichting voor de rechtspersoon tot het doen van additionele betalingen aan de pensioenuitvoerder.
De belangrijkste elementen van een herstelplan dienen te worden toegelicht (zie alinea 324).
312
Indien aan de in alinea 308 genoemde criteria wordt voldaan, dient de rechtspersoon per balansdatum een vordering op te nemen uit hoofde van toekomstige restituties. De dekkingsgraad kan voor het bestuur van de pensioenuitvoerder aanleiding zijn om over te gaan tot het verstrekken van toekomstige restituties. Dit betekent over het algemeen dat het formele besluit door het bestuur moet zijn genomen voordat tot het opnemen van een vordering kan worden overgegaan.
313. Verzekerde regeling
De rechtspersoon dient een voorziening op te nemen indien op basis van de contractvoorwaarden per balansdatum een verplichting bestaat, het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en de omvang betrouwbaar kan worden geschat.
Uit de contractvoorwaarden met de verzekeringsmaatschappij kunnen, naast betaling van premie, verplichtingen en vorderingen voortvloeien, zoals onder de omstandigheid dat:
- —
de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt aangepast op basis van actuariële resultaten uit het verleden;
- —
indexatie per balansdatum is toegezegd;
- —
overrente of winstdeling volgens het verzekeringscontract beschikbaar komt aan de rechtspersoon;
- —
eventuele nadelen of voordelen van individuele waardeoverdrachten ten laste respectievelijk ten gunste van de rechtspersoon komen. Een dergelijke verplichting ontstaat als gevolg van personeelsmutaties voor of per balansdatum.
314. Verplichtingen aan de werknemer
Een voorziening dient te worden opgenomen voor aanpassingen van de per balansdatum opgebouwde aanspraken, die voortvloeien uit toekomstige salarisverhogingen die per balansdatum reeds zijn toegezegd en die voor rekening van de rechtspersoon komen. In Nederland bestaat de algemene verplichting vanuit de Pensioenwet om onvoorwaardelijke aanspraken af te financieren door deze onder te brengen bij een pensioenuitvoerder. Een eventueel niet afgefinancierd en voor rekening van de rechtspersoon komend backservice-element van een per balansdatum toegezegde salarisverhoging bij een eindloonregeling leidt tot een verplichting. De toegezegde salarisverhoging kan bijvoorbeeld voortkomen uit CAO-afspraken of individuele overeenkomsten.
Daarbij kunnen rechtspersonen ervoor kiezen om rekening te houden met uit verwachte toekomstige salarisstijgingen en/of eventuele verwachte toekomstige toekenningen van indexatie voortvloeiende aanpassingen van per balansdatum opgebouwde aanspraken.
315. Waardering
Het bedrag dat als pensioenvoorziening voor de additionele verplichtingen naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt opgenomen, dient te worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.
De beste schatting wordt in het algemeen gebaseerd op de pensioenovereenkomst, het pensioenreglement en de uitvoeringsovereenkomst.
Voor de invulling van de waardering op basis van het principe van ‘beste schatting’ wordt verwezen naar paragraaf 252.3 Waardering alinea 301 tot en met 305.
316
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, dient de verplichting te worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. De disconteringsvoet vóór belastingen waartegen contant wordt gemaakt, dient de actuele marktrente weer te geven. Hierin dienen de risico's waarmee bij het schatten van de toekomstige uitgaven reeds rekening is gehouden, niet te worden betrokken. De marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties is de meest geëigende invulling van actuele marktrente. Bij het ontbreken van een liquide markt voor ondernemingsobligaties geldt het rendement op staatsleningen als de meest geëigende invulling.
Indien de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt niet langer is dan een jaar, behoeft de verplichting niet tegen de contante waarde te worden opgenomen.
317
Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen dienen ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening te komen.
318. Pensioenvoorziening directeuren-grootaandeelhouder
Voor pensioenregelingen voor directeuren-grootaandeelhouder die in eigen beheer worden gehouden dient een verplichting te worden opgenomen voor de per balansdatum opgebouwde onvoorwaardelijke pensioenaanspraken.
Deze verplichting wordt gewaardeerd op basis van een in Nederland algemeen aanvaardbare actuariële waarderingsmethodiek.
Het is toegestaan om deze verplichting volgens de fiscale grondslagen te waarderen.
Buitenlandse pensioenregelingen
319
Buitenlandse pensioenregelingen vallen niet onder de bepalingen van de Pensioenwet. Dit betekent onder meer dat deze mogelijk niet onderworpen zijn aan de eis om pensioenaanspraken onder te brengen bij een pensioenuitvoerder en om deze vervolgens via een kostendekkend kapitaaldekkingssysteem te financieren. Daarnaast kan het bij dergelijke regelingen mogelijk zijn dat voorwaardelijke pensioenaanspraken worden toegekend. Dergelijke aspecten kunnen leiden tot verplichtingen in de (geconsolideerde) jaarrekening van de rechtspersoon.
320
Indien een buitenlandse pensioenregeling vergelijkbaar is met de wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert, dient de verwerking en waardering van verplichtingen die voorvloeien uit buitenlandse pensioenregelingen plaats te vinden overeenkomstig alinea 306 tot en met 317.
De wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert is kort omschreven in alinea 302. In de afweging of een buitenlandse pensioenregeling vergelijkbaar is met de wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert zijn de volgende elementen van belang:
- —
er is sprake van een zelfstandig en van de werkgever onafhankelijke pensioenuitvoerder die verantwoordelijk is voor de uitbetaling van pensioenen;
- —
de aangesloten rechtspersoon financiert de opgebouwde aanspraken kostendekkend;
- —
deze kostendekkende financiering is volgens een algemeen aanvaardbare actuariële waarderingsmethodiek bepaald (in Nederland geldt in deze het Financieel Toetsingskader, FTK);
- —
er bestaat een actief werkend toezicht op de pensioenfondsen uitgevoerd door een onafhankelijk toezichtsorgaan (zoals in Nederland DNB en AFM).
321
Indien een buitenlandse pensioenregeling niet vergelijkbaar is met de wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert dient een beste schatting te worden gemaakt van de per balansdatum bestaande verplichting. De verplichting dient te worden gewaardeerd op basis van een in Nederland algemeen aanvaardbare actuariële waarderingsmethodiek.
De beste schatting van een verplichting kan worden gebaseerd op een ‘verplichting aan de werknemer benadering’. Dit is een benadering waarbij de verplichting die voortvloeit uit een door de rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd wordt op de pensioenuitkeringen die na afloop van de actieve diensttijd aan de werknemer worden gedaan en waarvan de hoogte wordt vastgesteld op basis van een algemeen aanvaardbare actuariële waarderingsmethodiek. Bij de bepaling van de beste schatting van de verplichting wordt rekening gehouden met voor het voldoen van de verplichting specifiek bij de pensioenuitvoerder ondergebrachte activa.
Presentatie en toelichting
322
Een verplichting conform alinea 306 wordt op grond van artikel 2:375 BW als een afzonderlijke schuld op de balans opgenomen, dan wel afzonderlijk vermeld in de toelichting op de samenstelling van de schulden. Een actiefpost conform alinea 306 wordt opgenomen onder overige vorderingen of overlopende activa.
De verplichting conform alinea 307 wordt op grond van artikel 2:374 BW als afzonderlijke voorziening op de balans opgenomen. Een actiefpost conform alinea 308 wordt opgenomen onder overige vorderingen of overlopende activa.
323
Voor het salderen van een actiefpost en een verplichting die voortkomen uit verschillende regelingen wordt verwezen naar paragraaf 115.3 Verrekenen en salderen alinea 305.
De op basis van deze paragraaf berekende pensioenlasten worden op grond van artikel 2:377 BW afzonderlijk in de winst- en verliesrekening (als onderdeel van het bedrijfsresultaat) opgenomen, dan wel vermeld in de toelichting.
324
De rechtspersoon dient — voor zover van toepassing — de volgende aanvullende informatie op te nemen in de toelichting.
Algemeen
- —
de bij de bepaling van het vermogen en resultaat gehanteerde grondslagen met betrekking tot de pensioenlasten en de pensioenvoorzieningen;
- —
beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de pensioenregelingen, waarin in ieder geval is opgenomen de pensioengevende salarisgrondslag (eindloon, middelloon etc.) en de afspraken omtrent indexatie van opgebouwde aanspraken en rechten;
- —
beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst(en) (Nederland) of soortgelijke financieringsafspraken (buitenland);
- —
de wijze waarop de pensioenregelingen zijn ondergebracht bij de pensioenuitvoerder;
- —
de per balansdatum van toepassing zijnde dekkingsgraad, of een schatting hiervan, van de pensioenuitvoerder waar de regelingen zijn ondergebracht.
Te betalen premie
- —
de in de winst- en verliesrekening verantwoorde pensioenpremie.
Additionele verplichtingen
- —
beschrijving van de per balansdatum bestaande verplichtingen waarvoor een pensioenvoorziening is opgenomen;
- —
de methode van waardering van de per balansdatum opgenomen pensioenvoorziening;
- —
belangrijkste actuariële grondslagen, indien van toepassing:
- •
de gehanteerde disconteringsvoeten;
- •
de gehanteerde overlevingskansen;
- •
eventuele andere belangrijke grondslagen en veronderstellingen;
- —
een verloopoverzicht van de pensioenvoorziening met daarin opgenomen de belangrijkste mutaties, inclusief vergelijkende cijfers;
- —
de in de winst- en verliesrekening verantwoorde additionele pensioenlasten;
- —
een beschrijving van de belangrijkste elementen van het herstelplan van de pensioenuitvoerder, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de gevolgen van het tekort voor het toekomstig premieniveau.
Vorderingen
- —
de in balans opgenomen pensioenvordering en het daarmee samenhangende effect in de winst- en verliesrekening, inclusief overwegingen die hebben geleid tot opnemen van de pensioenvordering.
Overgangsbepaling en ingangsdatum
325
De effecten van eerste toepassing van deze paragraaf 271.3 dienen te worden verwerkt conform hoofdstuk 140 Stelselwijzigingen.
326
Paragraaf 271.3 is van kracht met ingang van verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Eerdere toepassing wordt aanbevolen.
271.4. Vut en andere non-activiteitsregelingen
401
Kenmerken van regelingen voor vervroegde uittreding van personeel en andere non-activiteitsregelingen zijn in het algemeen:
- —
vrijheid van het personeel om al dan niet van de regeling gebruik te maken:
- —
een tijdelijke uitkering die afhankelijk is van het laatstverdiende salaris en die loopt tot aan de pensioendatum;
- —
een zeker verband met de reeds verstreken diensttijd van het personeelslid;
- —
beperkte looptijd van de regeling.
Uit het voorgaande blijkt dat regelingen voor vervroegde uittreding van personeel en andere non-activiteitsregelingen een ander karakter hebben dan pensioenregelingen met een flexibele ingangsdatum, bijvoorbeeld prepensioenregelingen.
402
De uit hoofde van VUT-regelingen en andere non-activiteitsregelingen in aanmerking te nemen verplichtingen dienen in ieder geval te omvatten de verplichtingen jegens:
- —
de personeelsleden die reeds hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling;
- —
de personeelsleden die onder de bestaande regeling kunnen opteren voor vervroegde uittreding, maar dat nog niet hebben gedaan; en
- —
de personeelsleden die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regeling in de toekomst wel kunnen doen.
De verplichtingen van de rechtspersoon ter zake van VUT-regelingen omvatten niet alleen de in rechte afdwingbare verplichtingen, maar ook die waarbij sprake is van een situatie waarin de rechtspersoon geen ander reëel alternatief heeft dan het nakomen van die verplichtingen (‘constructive obligation’). Dit kan aan de orde zijn ter zake van de verlenging van de VUT-regeling, dan wel de omzetting van de VUT-regeling in een prepensioenregeling.
403
Voor de berekening van het bedrag van de in aanmerking te nemen verplichtingen uit hoofde van VUT-regelingen en andere non-activiteitsregelingen wordt in het algemeen verwezen naar hoofdstuk 252 Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa. Elementen voor de berekening van het bedrag zijn:
- —
de personeelsleden op wie de regeling van toepassing is;
- —
de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regeling wordt geopteerd;
- —
de leeftijden, de salarissen en de levenskansen van de in de berekening betrokken personeelsleden;
- —
de hoogte van de VUT-uitkeringen;
- —
de bijkomende lasten die op de rechtspersoon (blijven) drukken (bijvoorbeeld bijdragen voor doorgaande pensioenopbouw);
- —
overheidssubsidies en personeelsbijdragen;
- —
de rentevoet gebruikt voor de berekening van de contante waarde.
271.5. Uitkeringen bij ontslag
Inleiding
501
In deze paragraaf wordt de verwerkingswijze van uitkeringen bij ontslag behandeld. De reden voor afzonderlijke behandeling is gelegen in het feit dat het ontslag, en niet het dienstverband zelf, leidt tot het ontstaan van de verplichting.
Begripsbepaling
502
Een uitkering bij ontslag is een vergoeding op grond van:
- a.
de beslissing van de rechtspersoon (werkgever) om het dienstverband te beëindigen voor de pensioendatum; of
- b.
de beslissing van een of meer personeelsleden ontslag te aanvaarden wegens overtolligheid in ruil voor een vergoeding.
Waardering en resultaatbepaling
503
Een rechtspersoon dient een uitkering bij ontslag als verplichting en als last in aanmerking te nemen als hij zich aantoonbaar heeft verbonden:
- a.
tot beëindiging van het dienstverband van een of meer personeelsleden vóór de gebruikelijke pensioendatum; of
- b.
tot een uitkering ter stimulering van vrijwillig ontslag.
Een rechtspersoon heeft zich aantoonbaar verbonden tot het doen van ontslaguitkeringen als een formeel gedetailleerd plan (of regeling) hieromtrent is opgesteld en intrekking daarvan door de rechtspersoon redelijkerwijs niet meer kan plaatsvinden. Een dergelijk plan of een dergelijke regeling dient minimaal te bevatten:
- a.
de betrokken locatie, alsmede de functie en het geschatte aantal van de werknemers die zullen worden ontslagen;
- b.
de ontslaguitkering voor iedere functie(groep);
- c.
de periode gemoeid met de uitvoering van het plan. Deze periode dient zodanig te zijn dat materiële aanpassingen in het plan zich waarschijnlijk niet zullen voordoen.
504
Indien de ontslaguitkeringen betaalbaar zijn meer dan 12 maanden na balansdatum dient de verplichting op basis van contante waarde te worden gewaardeerd, met als disconteringsvoet de marktrente (effectief rendement) van hoogwaardige ondernemingsobligaties op balansdatum.
505
Indien de ontslaguitkering wordt aangeboden bij vrijwillig ontslag, dienen de verplichting en de last te worden berekend op basis van het aantal personeelsleden dat naar verwachting op het aanbod zal ingaan.
506
Verplichtingen tegenover (ex-)personeelsleden kunnen ook ontstaan in verband met beëindiging van bedrijfsactiviteiten en reorganisatie, waaronder die uit hoofde van de zogenaamde ‘afvloeiingsregelingen’. Als daarbij sprake is van uitkeringen bij ontslag is het aanvaardbaar om deze in aanmerking te nemen op basis van de richtlijnen voor voorzieningen in verband met beëindiging van activiteiten en reorganisatie zoals vermeld in hoofdstuk 252 Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa, alinea 412 en verder.
Rubricering en toelichting
507
Uitkeringen bij ontslag zijn naar hun aard meestal als voorziening aan te merken, daar in de meeste gevallen nog (enige) onzekerheid bestaat omtrent de omvang van de verplichting zoals vermeld in hoofdstuk 252 Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa, alinea 201.
Indien de verplichting geheel vaststaat, dient deze onder de schulden te worden opgenomen (zie hoofdstuk 254 Schulden).
508
Lasten uit hoofde van ontslaguitkeringen worden gerubriceerd als onderdeel van het bedrijfsresultaat zoals vermeld in alinea 104, tenzij sprake is van een buitengewone last conform hoofdstuk 270 De winst- en verliesrekening, paragraaf 4.
271.6. Bezoldigingen van bestuurders en commissarissen
Wettelijke bepalingen
601
Dit hoofdstuk is mede gebaseerd op de volgende wettelijke bepalingen. Deze bepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 900 Wetteksten:
- —
- —
artikel 2:383b BW;
- —
artikel 2:383c BW;
- —
artikel 391 lid 2, laatste volzin;
- —
- —
Definities
602
De volgende begrippen worden in deze paragraaf gebruikt. De betekenis van deze begrippen is omschreven in hoofdstuk 940 Begrippen:
- —
bestuurder of gewezen bestuurder;
- —
toezichthouder (commissaris);
- —
periodiek betaalde beloningen;
- —
beloningen betaalbaar op termijn;
- —
uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband;
- —
winstdelingen en bonusbetalingen;
- —
bezoldigingen; en
- —
open NV.
De informatie bedoeld in artikel 2:383c BW moet, op grond van artikel 2:383b BW worden verstrekt door open NV's.
Voor een overzicht van verschillende soorten bezoldiging wordt verwezen naar bijlage 3.
Van toepassing op alle rechtspersonen
603
Op grond van de bepalingen van de artikelen 2:383 lid 1 en 383c lid 5 moeten, indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert, de bedragen die in het boekjaar te hunnen laste zijn gekomen in de opgave worden begrepen. Voor zover bedragen die van dochtermaatschappijen of van andere, geconsolideerde maatschappijen zijn ontvangen door (gewezen) bestuurders en door (gewezen) commissarissen, aan de rechtspersoon zijn afgedragen, komen deze bedragen niet meer ten laste van de resultaten en blijven derhalve voor de bepaling van de bedoelde bedragen buiten beschouwing.
604
Indien een commissaris ten behoeve van adviezen werkzaamheden verricht die aanzienlijk uitgaan boven de gebruikelijk aan het commissariaat verbonden werkzaamheden en die anders door derden worden verricht, behoeven de honoraria voor deze extra werkzaamheden op grond van deze paragraaf niet als bezoldiging te worden verantwoord.
605
De vereiste vermelding van gegevens omtrent de bezoldiging en dergelijke van de (gewezen) bestuurders en van de (gewezen) commissarissen kan plaatsvinden in de toelichting van de enkelvoudige jaarrekening en in de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening.
Uitsluitende vermelding van bedoelde gegevens in de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening is, gelet op de bedoeling van het wettelijk voorschrift, voldoende te achten.
Aanbevolen wordt de totaalsom van de bezoldiging van bestuurders te splitsen in die aan zittende bestuurders en die aan voormalige bestuurders.
Van toepassing op open NV's
606
In artikel 2:383c lid 1, onder a BW is sprake van ‘betaalde beloningen’. Voor vermelding op grond van artikel 2:383c lid 1, onder a BW is niet bepalend het tijdstip waarop de betaling daadwerkelijk plaatsvindt, maar het jaar waarin de desbetreffende beloning ten laste van de rechtspersoon komt. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de vermelding op grond van artikel 2:383c lid 1, onder c BW.
271.7. Aandelenoptieregelingen voor personeel
(vervallen)