Einde inhoudsopgave
Wet op de huurtoeslag
Artikel 55 [Overgangsrecht]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
18-12-2024, Stb. 2024, 425 (uitgifte: 20-12-2024, kamerstukken: 36311)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-01-2025, Stb. 2025, 16 (uitgifte: 27-01-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Huurrecht / Huurtoeslag
1.
Op subsidietijdvakken die zijn aangevangen onder de werking van de Wet individuele huursubsidie blijven de daarop vóór de inwerkingtreding van de Huursubsidiewet geldende bepalingen van toepassing. Gedurende de eerste vijf subsidiejaren na de inwerkingtreding van artikel 44, wordt de huursubsidie-uitgavennorm zodanig lager vastgesteld dan uit artikel 41 voortvloeit, dat een eventuele overschrijding van de huursubsidie-uitgavennorm die is ontstaan gedurende het eerste subsidiejaar na inwerkingtreding van deze wet, wordt tenietgedaan.
2.
In het eerste subsidiejaar na inwerkingtreding van deze wet wordt in afwijking van artikel 4, eerste lid, verstaan onder rekenvermogen: het gezamenlijk vermogen van de huurder en de medebewoners op 0.00 uur op de datum van inwerkingtreding van artikel 4, eerste lid.
3.
Artikel 11 blijft buiten toepassing ten aanzien van een huurder van onzelfstandige woonruimte, anders dan bedoeld in dat artikel, indien die woonruimte onmiddellijk voorafgaand aan het moment dat de Wet individuele huursubsidie werd ingetrokken, was aangewezen als woonruimte aan de huurder waarvan een bijdrage op voet van die wet kon worden verstrekt.
4.
Vervallen.
5.
Bij de toepassing van artikel 2, en bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Dienst Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 9 en artikel 26, eerste lid, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen luidden.
6.
Het vijfde lid geldt uitsluitend in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.